Gedaan met laden. U bevindt zich op: Fiscale aspecten van het gebruik van een dienstvoertuig en verkeersboetes RSZ en fiscaliteit

Fiscale aspecten van het gebruik van een dienstvoertuig en verkeersboetes

Fiscale aspecten – bedrijfsvoorheffing

1.1 Algemeen - principes

Het gebruik van een dienstauto voor privégebruik is in uitvoering van artikel 36 van het Wetboek Inkomstenbelastingen (afgekort W.I.B.) (zie 1 en 2 onderaan), een belastbaar voordeel van alle aard.

Het privé gebruik door een werknemer van een kosteloos ter beschikking gestelde auto slaat zowel op:
- het woon-werkverkeer;
- andere privéverplaatsingen.

Dergelijke andere privéverplaatsingen zijn verplaatsingen om privéaankopen te doen, tijdens de weekends, om op vakantie te gaan, enz. Het is hierbij zonder belang dat die andere privéverplaatsingen worden gedaan door de werknemer zelf, dan wel door zijn echtgenoot, kinderen, kleinkinderen, enz.(3, zie onderaan).

1.2 Vaststelling van het fiscaal voordeel vanaf 1 januari 2012

Het fiscaal voordeel wordt berekend door een CO2-percentage toe te passen op 6/7 van de cataloguswaarde van het voertuig.

De berekeningsformule is dus als volgt: voordeel van alle aard = cataloguswaarde x % (CO2-coëfficiënt) * 6/7

Deze formule wordt toegelicht in de punten 1.2.1 tot 1.2.5.

1.3 Fiscale regeling

1.4 Concrete vertaling van de fiscale bepalingen inzake het privégebruik

Welke situaties ressorteren niet onder “privé gebruik”?

  • Functioneel gebruik van een dienstvoertuig (dienstreizen);
  • Toevallig privégebruik van een dienstvoertuig voor een korte privéverplaatsing (7, zie onderaan);
  • Het occasionele gebruik in geval van zeer vroege of zeer late dienstopdrachten van een werknemer die op andere dagen gebruikmaakt van het openbaar vervoer of van een eigen voertuig;
  • Het gebruik van een dienstvoertuig tijdens een beurtrolsysteem (avond- of weekenddienst); concreet beperkt het gebruik zich tot de verplaatsing van de woonplaats naar de locatie en terug, doorgaans met een interventievoertuig. Deze regeling heeft tot doel de verplaatsingstijd te beperken en alzo de dringende taken zo snel mogelijk te kunnen uitvoeren;

Indien een werknemer zich met een dienstvoertuig verplaatst om grote pakken dossiers mee naar huis te nemen, wordt dat niet als functioneel gebruik beschouwd maar als een fiscaal voordeel (8, zie onderaan).

CO2-taks

2.1 Algemeen - principes

Het fiscaal voordeel dat voortvloeit uit het privégebruik van een dienstauto, is niet onderworpen aan de gewone sociale-zekerheidsbijdragen, maar wel aan een speciale solidariteitsbijdrage, die volledig betaald wordt door de werkgever. Vóór 1 januari 2005 bedroeg die solidariteitsbijdrage 33 % van het fiscaal voordeel.

Sinds 1 januari 2005 is de 33% vervangen door de CO2-taks. Het blijft een werkgeversbijdrage.

De RSZ vermoedt - tot bewijs van het tegendeel - dat elk voertuig dat op naam van de werkgever is ingeschreven of dat de werkgever via een huur- of leasingcontract ter beschikking stelt van de werknemer, privé gebruikt wordt door een werknemer.

Dit vermoeden van privégebruik kan enkel weerlegd worden door de werkgever als die bewijst dat er geen privégebruik, maar enkel professioneel gebruik is, bijv. enkel voor dienstreizen.
Essentieel in het weerleggen van het vermoeden van privégebruik is de opgave van de lijst van de voertuigen en de naamlijst van de personeelsleden (die een voertuig voor privégebruik mogen aanwenden) in de bijlage van het wagenreglement.

Met deze opgave geeft de werkgever aan dat enkel die voertuigen voor privégebruik worden aangewend. Voor de andere voertuigen wordt dan aangenomen dat deze uitsluitend voor dienstreizen worden gebruikt, en vrijgesteld zijn van de CO2-taks (tot het tegendeel blijkt).

2.2 Berekeningen van de CO²-taks(10, zie onderaan)

Solidariteitsbijdrage op verkeersboetes - Fiscale benadering verkeersboetes