chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Pretesten

    De tijd en energie die je investeert in het pretesten van de communicatiestrategie en het uitgewerkte communicatiemateriaal verdien je later dubbel en dik terug. Omdat je communicatieactie beter afgestemd is op de doelgroep, zal ze effectiever en dus kost

    Pretest je de communicatiestrategie, dan ga je na of de doelgroep warm wordt van de boodschap die je wil brengen, de wijze waarop je en de kanalen waarlangs je die wil brengen. Je checkt meteen ook of de drempels en sleutels die jij voor het gewenste gedrag bij de doelgroep in kaart gebracht hebt, ook op die manier ervaren worden door de doelgroep.

    De communicatiestrategie pretesten levert je het voordeel op dat je de achterliggende ideeën over de doelgroep, hun gedrag, hun motivaties en bekommernissen, toetst aan de doelgroep zelf. Je kan meteen ook nagaan of je de juiste kanalen gekozen hebt om de boodschap te verspreiden. Een dergelijke pretest kan je afleiden of de fundamenten van de communicatieactie stevig (genoeg) zijn.

    Pretest je communicatiemateriaal, dan kom je te weten:

    • of de doelgroep de inhoud van de boodschap begrijpt en aanvaardt
    • of de doelgroep zich aangesproken voelt door de toon en de vormgeving van de boodschap
    • welke effect de communicatieactie op de doelgroep heeft.

    Om deze informatie te verzamelen kan je starten met de plus-min methode. Via deze methode ga je na of de doelgroep vindt dat de boodschap begrijpbaar is. De andere aspecten uit de pretest ontdek je door aansluitend op de plus-min methode gerichte vragen te stellen over de inhoud van de boodschap, de vormgeving en de verspreiding evan en het effect ervan.

    De plus-min methode

    De plus-min methode is geschikt om de mening van de doelgroep te vragen over de tekst, illustraties, opmaak, logo's en andere grafische elementen van een tekst. 

    Je vraagt de lezer bij het lezen van de tekst in de kantlijn een plus te zetten alles wat ze goed vinden en een min bij alles wat ze slecht vinden. Benadruk dat ze zoveel plussen en minnen mogen zetten als ze zelf willen en dat ze dat echt bij alles kunnen doen: bij titels, woorden, zinnen, alinea's, afbeeldingen en illustraties,... 


    Je kan de aandacht van de proeflezers ook richten door ze een expliciete opdracht te geven bij het plaatsen van de plussen en minnen. Overdrijf hierbij niet. Kies maximaal 4 of 5 specifieke opdrachten.Je kan hen bv. vragen dat ze plussen en minnen zetten als ze:

    • iets duidelijk of onduidelijk vinden
    • iets belangrijk vinden of juist niet
    • iets herkennen of niet
    • iets ze erg aanspreekt of in het geheel niet
    • ze het ergens mee eens zijn of juist oneens
    • ...

    Daarna bespreek je met de proeflezer wat maakt dat hij net daar plussen en minnen gezet heeft.
  Het aantal plussen en minnen dat de proeflezer gezet heeft, is onbelangrijk. Ze zijn immers maar een hulpmiddel om bruikbaar commentaar aan de proeflezer te ontlokken. Uiteindelijk wil je verbeterpunten distilleren uit de toelichting die lezer geeft bij de plussen en minnen. 

    Je kan de proeflezer uiteraard ook vragen om andere tekens dan plussen en minnen te gebruiken. Zo kan hij een vraagteken zetten bij zaken die onduidelijk zijn, een uitroepteken bij belangrijke zaken, een lachende of pruilende smiley bij zaken waarmee hij het eens of oneens is, een bliksemschicht voor zaken waar hij ergernis bij voelt,... Deze bijkomende tekens gebruiken heeft als voordeel dat je meer informatie en dus een genuanceerder beeld krijgt. Nadeel is dat het meer van de proeflezers vergt en ook beduidend meer tijd inneemt omdat de lezing van de tekst en de nabespreking uitgebreider zijn.

    Inhoud van de boodschap

    Volgende vragen kan je stellen om informatie te krijgen over de inhoud van de boodschap:

    • Is de boodschap leesbaar en verstaanbaar? Welke delen van de tekst zijn meer of minder begrijpelijk voor de doelgroep?
    • Is de tekst duidelijk gestructureerd en logisch opgebouwd? 
    • Wat is volgens de doelgroep de belangrijkste informatie in de boodschap?
    • Wordt de boodschap begrepen zoals je ze bedoeld hebt? Welke aspecten van de boodschap worden anders geïnterpreteerd dan bedoeld?
    • Vindt de doelgroep dat de boodschap voor hen is bestemd? Voelen ze zich persoonlijk aangesproken?
    • Komen de gebruikte argumenten geloofwaardig over?
    • Is de boodschap aanvaardbaar voor de doelgroep? Sluit de boodschap (voldoende) aan bij de waarden en normen van de doelgroep?
    • Welke delen van de boodschap roepen weerstand of ergernis op?
    "Uit de focusgroepsgesprekken bleek dat de slogan 'Mag mijn kind naar het eerste leerjaar?' ouders doet denken aan schoolrijpheid. Veel van deze mama’s hebben een kind dat niet schoolrijp was en daarom de kleuterklas heeft gedubbeld of naar de speelleerkl

    Vormgeving en verspreiding van de boodschap

    Onderstaande vragen geven je informatie over de vormgeving van het communicatiemiddel:

    • Denkt de doelgroep op basis van de vormgeving dat zij tot de doelgroep van het communicatiemiddel behoort?
    • Wekt het communicatiemiddel interesse? 
    • Wat vindt de doelgroep over de vormgeving (lettertype, lettergrootte, kleurgebruik,...) van het communicatiemiddel? Helpt het hen om door te lezen? 
    • Wat vindt de doelgroep over de gebruikte illustraties?
    Wil je informatie over de verspreiding van de boodschap, bevraag je volgende aspecten: 
    • Wordt de boodschap opgemerkt door de doelgroep? Trekken de gebruikte communicatiemiddelen de aandacht van de doelgroep? 
    • Is het product aantrekkelijk genoeg voor de doelgroep? Zijn ze geneigd het communicatiemiddel te lezen? 
    • Gebruikt de doelgroep ook effectief de kanalen die je inzet om informatie te zoeken over het desbetreffende onderwerp? Welke andere kanalen gebruiken ze nog?
    •  Vertrouwt de doelgroep de boodschap, de zender en de bron?

    Effect van de boodschap

    Wil je informatie krijgen over het mogelijke effect van de boodschap, dan kan je volgende vragen stellen:

    • Heeft de doelgroep na het lezen meer kennis over het onderwerp?
    • Weet de doelgroep dat het onderwerp voor hem ook van belang is?
    • Welke houding heeft de doelgroep na het lezen van de boodschap tegenover het onderwerp? Wat maakt dat deze houding positief of negatief is?
    • Is de doelgroep van plan om in te gaan op de vraag naar actie? Zo ja, wat wil de doelgroep doen?