chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Regeerakkoord, beleidsnota's en begroting

    Regeerakkoord en regeringsverklaring

    Het regeerakkoord wordt na de verkiezing of vernieuwing van de Vlaamse Regering door de minister-president ingediend bij de voorzitter van het Vlaams Parlement (zie artikel 80 van het reglement van het Vlaams Parlement ).

    Het regeerakkoord bevat de visie, de strategische doelstellingen en projecten evenals de effecten die de aantredende Vlaamse Regering tijdens de nieuwe regeerperiode wil realiseren. In het regeerakkoord legt de Vlaamse Regering ook de begrotingsdoelstellingen vast en de maatregelen die nodig zijn om de begroting uit te voeren binnen die begrotingsdoelstellingen (artikel 10, §1, Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 ).

    Na de verkiezing van de Vlaamse Regering legt de minister-president de regeringsverklaring af. Daarin legt hij het regeerakkoord uit aan het Vlaams Parlement.

    Een overzicht van de verschillende Vlaamse regeringen.

    Septemberverklaring

    Elk jaar op de vierde maandag van september, legt de regering de Septemberverklaring af in het Vlaams Parlement. Daarin belicht de minister-president de algemeen maatschappelijke situatie en de krachtlijnen van de begroting voor het volgende jaar.

    Deze septemberverklaring wordt in principe ook afgelegd in een verkiezingsjaar.

    Beleidsnota

    Na de regeringsverklaring stellen alle leden van de Vlaamse Regering een of meer beleidsnota's op.

    In de beleidsnota zijn de strategische plannen van de leden van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het regeerakkoord opgenomen. Ze geven aan hoe de minister voor een of meer beleidsvelden binnen zijn bevoegdheden het regeerakkoord zal realiseren in de loop van de regeerperiode. De beleidsnota vermeldt geen budgettaire informatie en geen concrete invulling voor het eerste jaar van de regeerperiode.

    Een beleidsnota heeft betrekking op een of meer beleidsvelden en de bijbehorende inhoudelijke structuurelementen waarvoor de minister bevoegd is. Een beleidsnota beperkt zich bij voorkeur tot beleidsvelden of inhoudelijke structuurelementen van slechts één beleidsdomein ( artikel 11 Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 ).

    Structuur en vorm van een beleidsnota

    De structuur van een beleidsnota bestaat uit de volgende rubrieken:

    1. Inhoudstafel
    2. Inleiding door de minister
    3. Samenvatting
    4. Omgevingsanalyse
    5. Transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen
    6. Beleidsveld I
      • Inhoudelijk structuurelement (ISE) 1
        • Strategische doelstellingen op het niveau van het inhoudelijk structuurelement
        • Operationele doelstellingen
    7. Beleidsveld II
    8. Lijst met afkortingen
    9. Bijlage ‘overzicht beleids- en regelgevingsinitiatieven’

    De beleidsnota's moeten voldoen aan een aantal typografische en vormelijke vereisten. Er is een sjabloon voor een beleidsnota opgesteld.

    Inhoud van een beleidsnota

    • Samenvatting

    In deze rubriek neemt u een samenvatting op van de belangrijkste beleidsaspecten. Neem hier gelet op het meerjarig perspectief van de beleidsnota zeker geen budgettaire elementen beperkt tot het eerste begrotingsjaar op. Deze budgettaire elementen moeten wel aan bod komen in de samenvatting van de beleids- en begrotingstoelichting.

    • Omgevingsanalyse

    In deze rubriek neemt u een ‘omgevingsanalyse’ op (artikel 81 van het reglement van het Vlaams Parlement ). Die omgevingsanalyse moet in principe voor elk beleidsveld afzonderlijk opgemaakt worden. Dit is meestal nodig en nuttig om de keuze van de beleidsdoelstellingen en bijhorende beleids- en regelgevingsinitiatieven te begrijpen. Een gezamenlijke omgevingsanalyse voor meerdere of alle beleidsvelden in de beleidsnota is ook mogelijk indien dit de leesbaarheid ervan verbetert.

    In deze rubriek schetst u een totaalbeeld van de uitdagingen voor de verschillende beleidsvelden of de volledige beleidsnota. Daarvoor kunt u onder meer de volgende referentiekaders gebruiken:

      • een analyse van de landenspecifieke aanbevelingen en de landverslagen in het kader van het  Europees semester die rechtstreeks betrekking hebben op het beleidsveld
      • een analyse van de doelstellingen en indicatoren in het kader van Vizier 2030 die relevant zijn voor het beleidsveld;
      • een analyse van de transities in het kader van Visie 2050 die relevant zijn voor het beleidsveld;
      • een analyse van specifieke internationale of lange termijnkaders die alleen relevant zijn voor het beleidsveld;
      • een analyse van de regeringsbrede (horizontale/transversale) beleidsprioriteiten die relevant zijn voor het concrete beleidsveld. De selectie van die regeringsbrede beleidsprioriteiten wordt vastgelegd in of kort na het regeerakkoord;
      • een analyse van de beschikbare Vlaamse openbare statistieken en andere beleidsdata die relevant zijn voor het concrete beleidsveld;
      • een overzicht van de instanties van de Vlaamse overheid en de belangrijkste andere partners die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen van het beleidsveld.De Vlaamse Regering kan beslissen om een of meer van de referentiekaders als een transversale of regeringsbrede prioriteit op te nemen in alle beleidsnota’s van de Vlaamse Regering. Dat wordt dan meegedeeld in de gedetailleerde instructies bij de opmaak van de beleidsnota’s.
            • Transversale, horizontale en overkoepelende strategische doelstellingen in meerjarig perspectief
              • Transversale en horizontale doelstellingen

            In het Vlaams regeerakkoord of in de instructies voor de opmaak van de beleidsnota kan worden beslist welke regeringsbrede transversale of horizontale beleidsdoelstellingen opgenomen moeten worden in de verschillende beleidsnota’s.

            Een horizontale beleidsprioriteit heeft in principe betrekking op intern gerichte en organisatiebrede beleidsthema’s (bv. besparingen op de werking van de overheid). Een transversale beleidsprioriteit heeft betrekking op maatschappelijke gerichte beleidsthema’s van verschillende bevoegdheden en beleidsvelden (bv. klimaatproblematiek).

            De verplichting om over de transversale of horizontale beleidsdoelstellingen te rapporteren, kan ook ter uitvoering van bestaande decreten zijn voorgeschreven. Ook die decretale verplichtingen worden in de gedetailleerde instructies voor de opmaak van de beleidsnota opgenomen.

            Vermeld bij elke transversale of horizontale doelstelling op welke beleidsvelden en inhoudelijke structuurelementen deze betrekking heeft.

            • Overkoepelende strategische doelstellingen

            Strategische doelstellingen kunt u op verschillende niveaus formuleren. U kunt kiezen voor overkoepelende strategische doelstellingen op het niveau van alle of meerdere beleidsvelden of inhoudelijke structuurelementen in de beleidsnota. U kunt strategische doelstellingen ook koppelen op het niveau van een inhoudelijk structuurelement. Formuleer deze strategische doelstellingen zo veel mogelijk volgens het SMART-principe (specifiek, meetbaar, aanvaard, realistisch, tijdsgebonden).

            In deze rubriek neemt u een toelichting op bij de overkoepelende strategische doelstellingen (meerdere beleidsvelden of meerdere inhoudelijke structuurelementen). De onderliggende operationele doelstellingen en de toelichting erbij neemt u op bij de inhoudelijke structuurelementen.

            • Beleidsveld
              • Toelichting

            Voor zover een beleidsveld bestaat uit verschillende ISE, kan u hier aangeven waarop het beleidsveld betrekking heeft, voor zover dit bijdraagt aan een beter begrip voor de lezer van deze titel en rekening houdend met het feit dat de onderliggende inhoudelijke structuurelementen ook nog besproken worden.

            De meest actuele lijst van beleidsvelden en inhoudelijke structuurelementen is opgenomen in het organisatiesbesluit.

            • Inhoudelijk Structuurelement

            Neem een beknopte omschrijving op van waarop het ISE betrekking heeft. Indien er slechts één ISE is voor een beleidsveld, dient u expliciet te vermelden dat er slecht één ISE is. 

            • Strategische doelstellingen op het niveau van het inhoudelijk structuurelement in meerjarig perspectief

            Vermeld welke strategische doelstellingen gekoppeld zijn aan dit inhoudelijk structuurelement.

                • Operationele doelstellingen

            Vermeld alle operationele doelstellingen die gekoppeld zijn aan dit inhoudelijk structuurelement en vermeld hoe deze concreet zullen ingevuld worden. Deze operationele doelstellingen moeten gekoppeld zijn aan strategische doelstellingen. Deze kunnen dan ook gegroepeerd worden per strategische doelstelling indien wenselijk en relevant in het kader van de leesbaarheid.

            Vanaf BA 2020 (dus nog niet bij de beleidsnota) moet u vermelden hoe de realisatie van de doelstellingen opgevolgd zal worden. Dat past in de evolutie naar een model van prestatie-geïnformeerd begroten, een vorm van prestatiebegroting waarbij de middelen op een indirecte manier worden gerelateerd aan de verwachte prestaties. U kunt dat doen aan de hand van indicatoren of kwalitatieve informatie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de operationele doelstellingen. U kunt bij de keuze van indicatoren bijvoorbeeld gebruik maken van beschikbare Vlaamse openbare statistieken. Hou hier reeds rekening mee bij het formuleren van de operationele doelstellingen in de beleidsnota.

                  • Beleidsprocessen

            In de toelichting bij de operationele doelstellingen kunt u ook een beknopte toelichting bij belangrijke bestaande beleidsprocessen geven. Vooral bestaande beleidsprocessen waar veel beleids- of apparaatskredieten voor gebruikt worden, zijn hier relevant. Geef ook aan welke instanties van de Vlaamse overheid belast zijn met de realisatie van het inhoudelijk structuurelement.

            In de beleidsnota ligt de klemtoon weliswaar op nieuwe beleidsdoelstellingen en bijhorende beleids-en regelgevingsinitiatieven. Om die reden moet de aandacht voor bestaande beleidsprocessen zeker zijn plaats krijgen in de beleids- en begrotingstoelichtingen.

                  • Beleids- en regelgevingsinitiatieven

            Vermeld op welke manier de strategische en operationele doelstellingen concreet ingevuld zullen worden door een overzicht van de beleids- en regelgevingsinitiatieven voor de volledige regeerperiode te geven (art 81 reglement Vlaams Parlement).

            Het gaat alleen om beleids- en regelgevingsinitiatieven van de Vlaamse Regering. In de beleidsnota zelf neemt u minstens de beleids- en regelgevingsinitiatieven op die in het Vlaams regeerakkoord zijn vermeld of waaraan belangrijke beleidskredieten worden gekoppeld.

            Maak voldoende onderscheid tussen de volgende initiatieven:

            • nieuwe beleidsinitiatieven ter uitvoering van het Vlaams regeerakkoord of deze beleidsnota;
            • beleidsevaluaties en onderzoek sinitiatieven ter uitvoering van het Vlaams regeerakkoord of de beleidsnota;
            • nieuwe en belangrijke wijzigingen van Vlaamse decreten ter uitvoering van het Vlaams regeerakkoord of de beleidsnota;
            • decreetsevaluaties ter uitvoering van het Vlaams regeerakkoord of de beleidsnota;
            • experimenten of regelluwe zones ter uitvoering van het Vlaams regeerakkoord of de beleidsnota.

            Neem van elk initiatief voldoende informatie op:

            • de aard (bijvoorbeeld experiment, evaluatie, onderzoek, regelgeving) en de titel van het initiatief;
            • een korte omschrijving van het initiatief;
            • een indicatieve planning van het initiatief met inbegrip van de geplande consultaties en adviezen en andere vormen van inspraak zoals trajecten rond burgerparticipatie;
            • de instanties van de Vlaamse overheid die bij het initiatief betrokken zijn.

            U kunt er ook voor kiezen om hier slechts beperkte informatie op te nemen en door te verwijzen naar een facultatieve bijlage “overzicht van beleids- en regelgevingsinitiatieven” voor meer gedetailleerde informatie over de initiatieven. De informatie over de initiatieven moet in ieder geval beschikbaar zijn.

            Beleids- en begrotingstoelichting bij de eerste begrotingsopmaak

            Gelijktijdig met en op basis van dezelfde clustering van strategische doelstellingen, beleidsvelden en inhoudelijke structuurelementen als in de beleidsnota maakt u een beleids- en begrotingstoelichting bij de eerste begrotingsopmaak op.

            In de beleids- en begrotingstoelichting bij de eerste begrotingsopmaak van de regeerperiode wordt een toelichting opgenomen bij de bijbehorende beleidsinitiatieven en de budgettaire middelen die al tijdens het begrotingsjaar in kwestie opgestart worden.

            Er is een sjabloon voor de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsopmaak opgesteld.

            Begrotingsaanpassing

            In een verkiezingsjaar wordt gelijktijdig met de begrotingsopmaak ook een begrotingsaanpassing van het lopende begrotingsjaar voorbereid en ingediend in het Vlaams Parlement. Meer informatie over deze begrotingsaanpassing kunt u hier terugvinden.

            Meerjarenbegroting

            De Vlaamse Regering maakt elk jaar een meerjarenraming op die betrekking heeft op zes jaar (artikel 10, §2, van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019). De meerjarenraming vertaalt het constante beleid en de genomen beleidsopties bij de begrotingsopmaak in een indicatief meerjarig budgettair perspectief en geeft een prognose van de evolutie van de begroting van de Vlaamse deelstaatoverheid.

            De eerste meerjarenraming van een zittingsperiode houdt dus nog geen rekening met de nieuwe beleidsaccenten van de nieuwe Vlaamse Regering. Deze nieuwe beleidsaccenten zijn wel terug te vinden in de eerste begrotingsopmaak van de zittingsperiode.

            Procedure en timing van beleidsnota en een beleids- en begrotingstoelichting

            Overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering legt u elke beleidsnota integraal voor met een “mededeling aan de Vlaamse Regering”.

            Meer gedetailleerde richtlijnen over de agendering vindt u in de instructie die zal opgesteld worden naar aanleiding van de timing van de ministerraden.

            De beleidsnota’s worden na de vernieuwing van het Vlaams Parlement uiterlijk op 28 oktober ingediend bij de voorzitter van het Vlaams Parlement, tenzij het Uitgebreid Bureau van het Parlement een andere datum vastgesteld heeft (zie artikel 81 van het reglement van het Vlaams Parlement).

            De beleids- en begrotingstoelichting wordt gelijktijdig met en volgens dezelfde procedure als de beleidsnota geagendeerd op de Vlaamse Regering.

            De Vlaamse Regering dient de initiële begroting en de algemene toelichting in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat.

            De beleids- en begrotingstoelichting wordt uiterlijk op 28 oktober ter kennisgeving meegedeeld aan het Vlaams Parlement als een aanvullend document.

            Strategische adviesraden: reflecties over beleidsnota en overleg over werkprogramma

            De strategische adviesraden kunnen op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement reflecties maken over de beleidsnota’s die bij het Vlaams Parlement ingediend worden ( artikel III.94 §1, 7°, van het Vlaams bestuursdecreet ). Die adviezen kunnen besproken worden tijdens de parlementaire behandeling van de beleidsnota.

            De inhoud van de beleidsnota kan ook gebruikt worden voor het overleg tussen de Vlaamse Regering en de strategische adviesraad over zijn werkprogramma (artikel III.105 van het bestuursdecreet). Dat overleg is niet noodzakelijk gebonden aan de parlementaire behandeling van de beleidsnota.