chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 11

    Titel 11. Politiek verlof en dienstvrijstelling

    De Vlaamse Regering is krachtens artikel 87, § 3 BWHI, bevoegd om bij besluit een (politiek) verlof voor haar personeelsleden in te stellen en de administratieve en geldelijke toestand van die personeelsleden tijdens dat verlof te bepalen, met uitzondering van een politiek verlof voor de personeelsleden die lid zijn van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering, dat krachtens de artikelen 24bis, § 2 - 11° en 35, § 3 van de voornoemde BWHI van 8 augustus 1980 bij bijzonder decreet dient te worden geregeld (zie bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen[9]).

    Deze titel bevat een coherente regeling inzake politiek verlof voor alle politieke mandaten (uitgezonderd van Vlaams parlementslid en van lid van de Vlaamse Regering; zie hiervoor).

    De regeling inzake het politiek verlof geldt voor alle personeelsleden (ambtenaren: vast en op proef, en contractuelen). Een deeltijds contractueel personeelslid wordt wat het politiek verlof betreft, gelijkgesteld met een ambtenaar met verlof voor deeltijdse prestaties. De uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt in dit geval geschorst voor de duur van de uitvoering van het politiek mandaat.

    De tekst gaat uit van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten (BS van 31 oktober 1986) en werd aangevuld met de wet van 4 mei 1999 tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en particuliere sector en aan de oprichting van de districtsraden. De districtsraden werden vanaf 1 januari 2001 opgericht. Aan de leden, de voorzitter en de leden van het college[9] van de districtsraad wordt politiek verlof toegekend.

    Schematisch overzicht van de verschillende vormen van politiek verlof:

    Politiek mandaat

    Politiek verlof

    Duur van het verlof

    Administratieve toestand

    Gemeenteraadslid

    OCMW-raadslid

    Districtsraadslid

    dienstvrijstelling

    2 dagen per maand

    dienstactiviteit

     

    facultatief politiek verlof

    -        gemeentes tot 80.000 inwoners: max. 2 dagen per maand

    -        gemeentes van meer dan 80.000 inwoners: max. 4 dagen per maand

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Schepen

    OCMW-voorzitter

    Voorzitter van het districtscollege[6]

    facultatief politiek verlof

    -        max. 4 dagen per maand in gemeentes tot 30.000 inwoners

    -        max. ¼ de van een voltijds ambt in gemeentes van 30.001 tot 50.000 inwoners

    -        max. ½ de van een voltijds ambt in gemeentes van 50.001 tot 80.000 inwoners

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Schepen

    OCMW-voorzitter

    Lid van het bureau van het districtscollege[6] (duur is % van schepen)

    politiek verlof van ambtswege

    -        2 dagen per maand in gemeentes tot 20.000 inwoners

    -        4 dagen per maand in gemeentes van 20.001 tot 30.000 inwoners

    -        ¼ de van een voltijds ambt in gemeentes van 30.001 tot 50.000 inwoners

    -        ½ de van een voltijds ambt in gemeentes van 50.001 tot 80.000 inwoners

    -        voltijds in gemeentes van meer dan 80.000 inwoners

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Lid vast bureau OCMW

    Lid van het districtscollege[6]

    facultatief politiek verlof

    -        max. 2 dagen per maand in gemeente tot 10.000 inwoners

    -        max. 3 dagen per maand in gemeentes van 10.001 tot 20.000 inwoners

    -        max. 5 dagen per maand in gemeentes van meer dan 20.000 inwoners

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Burgemeester

    facultatief politiek verlof

    -        max. ¼ de van een voltijds ambt in gemeentes tot 30.000 inwoners

    -        max. ½ de van een voltijds ambt in gemeentes van 30.001 tot 50.000 inwoners

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Burgemeester

    Voorzitter van het districtscollege[6] (duur is % van de burgemeester)

    politiek verlof van ambtswege

    -        3 dagen per maand in gemeente tot  20.000 inwoners

    -        ¼ de van een voltijds ambt in gemeentes van 20.001 tot 30.000 inwoners

    -        ½ de van een voltijds ambt in gemeentes van 30.001 tot 50.000 inwoners

    -        voltijds in gemeentes van meer dan 50.000 inwoners

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Provincieraadslid dat geen lid is van de [9] deputatie

    dienstvrijstelling

    2 dagen per maand

    dienstactiviteit

     

    facultatief politiek verlof

    max. 4 dagen per maand

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Lid van de [9] deputatie van een provincie

    politiek verlof van ambtswege

    voltijds

    dienstactiviteit (zonder recht op salaris)

    Parlementair

    (Kamer, Senaat, Vlaams Parlement, Brussels Hoofdstedelijk Parlement[9], Europees Parlement)

    politiek verlof van ambtswege

    voltijds

    non-activiteit

    Lid van de federale regering

    Lid van de Vlaamse Regering of van de Brusselse Hoofdstedelijke regering

    Gewestelijk staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Lid van de Europese Commissie

    politiek verlof van ambtswege

    voltijds

    non-activiteit

    Naargelang het regime van politiek verlof en de ermee verbonden administratieve toestand, behouden of verliezen de betrokken personeelsleden de volgende administratieve en geldelijke aanspraken:

    * dienstvrijstelling:
      - dienstactiviteit
        . recht op bevordering in graad
        . recht op bevordering in salaris
        . recht op bevordering in salarisschaal
        . recht op salaris
           
    * facultatief politiek verlof (op aanvraag personeelslid):
      - [9] dienstactiviteit (zonder recht op salaris) voor lokale politieke mandaten: zie verder bij dienstvrijstelling
      - geschrapt[9]
           
    * politiek verlof van ambtswege:
      - ofwel dienstactiviteit (zonder recht op salaris) voor lokale politieke mandaten: zie verder bij dienstvrijstelling
      - ofwel non-activiteit voor bovenlokale politieke mandaten
        . recht op bevordering in graad
        . recht op bevordering in salaris
        . recht op bevordering in salarisschaal (behalve bij voltijds politiek verlof)
        . geen recht op salaris

    Voor de toepassing van deze titel wordt het aantal inwoners bepaald overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 5 en 29 van de nieuwe gemeentewet.

    De betrekking van de voltijds afwezige ambtenaar kan worden vacant verklaard volgens de dienstbehoeften (zie art. I 16).

    * * *

    Toelichting bij Art. X 64

    § 1. tweede lid - De verlofdagen / dienstvrijstellingen die het personeelslid met politiek verlof geniet worden niet herberekend wanneer hij deeltijds presteert vanaf 80% of meer.

    § 2. Ofschoon een recht, is het uiteraard vanzelfsprekend om de lijnmanager hiervan in kennis te stellen teneinde overleg over de wijze van opnemen te kunnen hebben.

    Toelichting bij Art. X 65

    De term "bestendige deputatie" wordt vervangen door de term "deputatie" ingevolge het provinciedecreet van 9 december 2005.[9]

    Toelichting bij Art. X 66

    Geen commentaar

    Toelichting bij Art. X 67

    Het politiek verlof van ambtswege voor leden van het Vlaams Parlement of van de Vlaamse Regering is niet in dit artikel opgenomen maar werd geregeld in het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen[9]. Zij genieten een voltijds politiek verlof van ambtswege (non-activiteit).

    Wat de districtsmandatarissen betreft: elk districtsbestuur omvat een raad, districtsraad genoemd, een districtscollege en een voorzitter. Waar men vroeger sprak van de "voorzitters van de districtsraden" zijn dit thans de "voorzitters van het districtscollege". Waar men vroeger sprak van "de leden van het bureau van de districtsraden" spreekt men thans over "de leden van het districtscollege". De districtsraad kan beslissen dat de voorzitter van de districtsraad geen deel uitmaakt van het districtscollege en het college niet voorzit. In dat geval kiest het districtscollege in zijn midden een afzonderlijke voorzitter van het districtscollege (artikel 274, § 3 van het Gemeentedecreet).[6]

    De wedde van de leden van het districtscollege wordt bepaald door de Vlaamse Regering, daarbij kan rekening gehouden worden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district.

    In het besluit van de Vlaamse regering van 19 januari 2007 houdende het statuut van de lokale en provinciale mandataris worden de wedden van de voorzitters en de leden van het districtscollege bepaald.

    De wedde van de voorzitter van het districtscollege (vroeger de voorzitter van de districtsraad) bedraagt minimaal 10% en maximaal 50% van de wedde die aan de burgemeester van een gemeente, waarvan het bevolkingsaantal overeenstemt met dat van het district, wordt toegekend.

    De wedde van de leden van het districtscollege (vroeger leden van het bureau van de districtsraad) bedraagt minimaal 10% en maximaal 50 % van de wedde van een schepen van een gemeente waarvan het bevolkingsaantal overeenstemt met dat van het district.[6]

    Het politiek verlof van ambtswege voor de voorzitter van het districtscollege (vroeger de voorzitter van de districtsraad) wordt beperkt tot het percentage van de vergoeding van de burgemeester die zij ontvangen. Het politiek verlof van de leden van de districtscolleges (vroeger de leden van het bureau van de districtsraad) wordt beperkt tot het percentage van de vergoeding van de schepenen die zij ontvangen.[6]

    Toelichting bij Art. X 68

    bepaalt de uitzondering dat politiek verlof van ambtswege wel uitgeoefend kan worden door ambtenaren die genieten van verlof voor deeltijdse prestaties of contractuelen die deeltijds presteren met minder dan 80%, indien de duur van dit politiek verlof van ambtswege ten minste ½ van het voltijds ambt bedraagt.

    Toelichting bij Art. X 69

    Het personeelslid dat voor de uitoefening van een mandaat van burgemeester, schepen, OCMW-voorzitter of voorzitter van het districtscollege[6] recht heeft op politiek verlof waarvan de duur niet de helft van een voltijds ambt overschrijdt, kan, op aanvraag, een halftijds of voltijds politiek verlof bekomen.
    Het personeelslid dat voor de uitoefening van een van deze mandaten recht heeft op een halftijds politiek verlof, kan, op aanvraag, voltijds politiek verlof bekomen.

    Toelichting bij Art. X 70

    Geen commentaar

    Toelichting bij Art. X 71

    Geen commentaar

    naar boven