chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 7

    Titel 7. Tewerkstelling ten behoeve van een externe werkgever of bij een Vlaams ministerieel kabinet

    Historiek en probleemstelling

    In de vroegere rechtsposities werd verlof voor opdracht van algemeen belang toegekend voor uitoefening van (inter)nationale opdrachten aangeboden door regeringen of openbare besturen (geen privé-organismen) en in het raam van ontwikkelings- of humanitaire hulp en wetenschappelijk onderzoek.
    Deze verlofvorm (inzonderheid bij aanbod door openbare besturen) leidde niet zelden tot de uitbouw van parallelle loopbanen (vermits geen tijdsbeperking), waarbij de huidige werkgever diende als sociaal vangnet om elders te kunnen werken.

    Er is dus in eerste instantie een inhoudelijk probleem van "hoe lang kan men elders werken" voor "taken van algemeen belang" waarbij de overheid bepaalde faciliteiten toekent (dienstactiviteit).

    Anderzijds is er een niet onbelangrijk juridisch aspect. Het voormalige verlof voor opdracht heeft als nadeel dat een dubbele rechtspositie ontstaat, nl. dat men gedeeltelijk blijft vallen onder de (statutaire) rechtspositie, maar daar bovenop ook een contractuele arbeidsrelatie krijgt met de externe werkgever (rechtsonduidelijkheid) bv. met als gevolg een verschillend loon tussen ambtenaar en contractueel omwille van de verschillende afhoudingen (RSZ).

    Het probleem zal enigszins verminderen omdat men voor tewerkstelling in een andere functie binnen het toepassingsgebied van de interne arbeidsmarkt in principe geen verlofvorm gebruikt (tenzij van ambtenaar naar contractueel) en men in casu van beëindiging van tewerkstelling in een "tijdelijke" functie terug op die arbeidsmarkt terechtkomt voor een nieuwe aanwijzing in een vaste functie (van waaruit men "uitgezonden" werd) zonder per definitie terug te keren naar dezelfde stoel van oorsprong.

    Niettemin blijft de problematiek van terbeschikkingstelling, uitlening of verlof voor opdracht van personeel dat bij een andere werkgever gaat werken, bestaan. Buiten het voormelde verlof voor opdracht doen zich immers ook andere vormen van tewerkstelling voor van "eigen personeel" ten behoeve van andere werkgevers maar in het belang van de Vlaamse overheid (bv. de zgn. "terbeschikkingstelling" van personeel voor taken van de stichting Brakke Grond) zonder dat daar een verlofvorm aan verbonden wordt.

    naar boven

    Strekking van de bijsturingen

    Inhoudelijk

    - De tewerkstelling dient de belangen van de Vlaamse overheid ten goede te komen. Voor het verlof voor opdracht dient de Vlaamse overheid enkel het algemeen belang in te zien zonder per se zelf belang te hebben. In deze optiek is het criterium openbaar bestuur niet alleen meer doorslaggevend maar kan het verlof ook opengetrokken worden tot andere instanties op voorwaarde dat het algemeen belang "erkend" of ingezien wordt.
    - Er wordt in principe een tijdsbeperking ingevoerd voor het algemene stelsel (4 jaar - dienstactiviteit), met uitzondering voor detachering naar kabinetten, het Hof en politieke groepen, dat geen omschreven tijdslimiet kent.
      De bedoeling is om voor het algemene stelsel de periode waarin de overheid het behoud van bepaalde rechten toekent (DA) te beperken. Hierop is evenwel een uitzondering voorzien voor opdrachten in inter- en supranationale instellingen aangeboden door deze instellingen of een binnen- of buitenlandse regering en internationale opdrachten inzake ontwikkelingssamenwerking, wetenschappelijk onderzoek of humanitaire hulp.
      Indien het uitzonderlijk in het algemene stelsel zowel op vraag van het individu als van de overheid wenselijk is dat de tewerkstelling wordt verdergezet, kan nog altijd beroep gedaan worden op het contingent onbetaald verlof tijdens de loopbaan (5 jaar, waarvan 4 jaar non-activiteit).
    - Waar mogelijk procedurevereenvoudiging en/of stroomlijning van de nadere regelen.

    Juridisch

    De bedoeling is een mogelijkheid te creëren die de inzet van het eigen personeel (ambtenaren) regelt bij een andere werkgever in overheids- of privé-sector voor de uitoefening van taken in principe (bv. wel bij "terbeschikkingstelling", niet bij onderaanneming) onder het gezag van de externe werkgever, zonder dat hierdoor een dubbele rechtspositie gecreëerd wordt en het duidelijk is welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn. Naast deze algemene tewerkstellingsmogelijkheid geldt dan ook het verlof voor opdracht waar eventueel van dezelfde techniek van overeenkomst zou kunnen gebruik gemaakt worden om de nadelen van de dubbele rechtspositie - die wellicht niet altijd te vermijden is - in te perken.

    Inzake contractuelen houdt de wet van 24 juli 1987 (betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers) op heden nog een principieel verbod in op terbeschikkingstelling van contractueel personeel, waarvan slechts in een beperkt aantal gevallen kan worden afgeweken. Voorlopig betreft onderhavige statutaire regeling dan ook enkel ambtenaren.

    naar boven

    Hoofdstuk 1. De tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een andere externe werkgever voor de uitoefening van taken in het belang van de Vlaamse overheid

    Toelichting bij Art. X 42

    § 1. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen werkgevers binnen en buiten de diensten van de Vlaamse overheid.[6]

    Het belang voor de Vlaamse overheid is een appreciatiebevoegdheid.

    De tijdelijke terbeschikkingstelling, zoals geregeld in deze artikelen, is enkel van toepassing voor ambtenaren. Voor contractuele personeelsleden is dit arbeidsrechtelijk niet toegelaten. In de gevallen waarin er toch een overgang van contractuele personeelsleden naar een externe werkgever zou plaatsvinden, zal de overheid inspanningen leveren om van de externe werkgever te verkrijgen dat de overgang gebeurt met een zo groot mogelijk behoud van arbeidsvoorwaarden.[6]

    Terbeschikkingstelling kan enkel tijdelijk; voor definitieve overplaatsing dient immers de horizontale mobiliteit.[6]

    De entiteit kan eenzijdig beslissen (ambtshalve) om een ambtenaar ter beschikking te stellen; het akkoord van de ambtenaar is niet vereist.[6]

    De terbeschikkingstelling kan voltijds of deeltijds.[6]

    § 2. De formulering wordt gebruikt "taken die van belang zijn voor de Vlaamse overheid" ongeacht of deze bij een externe instantie van privaat- of publiek recht uitgeoefend worden.
    De taken kunnen bij of ten behoeve van de andere werkgever worden verricht; ten behoeve van kan ook "bij" betekenen maar niet noodzakelijk (bv. "onderaanneming").

    Het basisuitgangspunt is dus een overeenkomst tussen de werkgevers waarin de toepasselijke arbeidsvoorwaarden opgenomen worden. Ofwel:

    wordt de toepassing van de rechtspositie opgeschort en gelden de externe tewerkstellingsvoorwaarden
    gelden deels voorwaarden van de eigen rechtspositie en deel van de externe werkgever
    wordt de eigen rechtspositie volledig behouden

    Bij een individuele tewerkstelling elders zal de regel doorgaans zijn dat de toepassing van het statuut opgeschort wordt en de rechtspositie gelijk is aan de externe tewerkstellingsvoorwaarden, doch dit is niet noodzakelijk. De regelgeving laat toe dat de inhoud van de overeenkomst meerdere mogelijkheden omvat. De tweede mogelijkheid bestaat erin dat bv. gedeeltelijk het statuut toegepast wordt en dat gedeeltelijk een alignering plaatsvindt van de andere arbeidsvoorwaarden op deze van het personeel van de externe werkgever. Het wordt dus (regelgevend) mogelijk gemaakt dat de arbeidsvoorwaarden gedeeltelijk overeenstemmen met deze van de externe werkgever/dienstverlener terwijl de ambtenaar toch verbonden blijft door het statutair dienstverband en onder de toepassing van het statuut blijft ressorteren.
    De rechtspositie van het personeelslid is dan wat in de overeenkomst bepaald wordt, nl. "het statuut met afwijking van ...".

    Een derde mogelijkheid is dat de eigen arbeidsvoorwaardenregeling integraal van toepassing blijft.
    Desgevallend wordt voor het afsluiten van de overeenkomst overleg met de betrokken personeelsleden georganiseerd. Het vakbondsstatuut is van toepassing op de arbeidsvoorwaarden die in de overeenkomst tussen de werkgevers zullen worden bepaald.

    Het ingezet statutair personeel ressorteert ambtshalve onder de arbeidsvoorwaarden van de overeenkomst, die in principe de werkgevers bindt.

    Toelichting bij Art. X 43

    In principe doet de gezagsuitoefening en de betaling van loon door de andere werkgever, een contractuele relatie met deze andere werkgever ontstaan.

    Dit principe is echter niet absoluut en waar terbeschikkingstelling is toegestaan, ontstaat met de gebruiker van het ter beschikking gestelde personeel geen contractuele arbeidsrelatie, al is deze laatste wel bevoegd om functioneel gezag uit te oefenen, en staat hij ook in voor de vereffening van het loon.
    In analogie (met wat in een beperkt aantal gevallen voor contractuelen bestaat), wordt dus een statutaire reglementering gecreëerd (i.p.v. arbeidsrechtelijk) die niet leidt tot het ontstaan van een contractuele relatie met de gebruiker.
    Daarvoor is het nodig de taken bij de andere werkgever binnen het statuut te integreren en hen de status te geven van "taken van algemeen belang" evenals de werkgever zelf, en hem in het statuut functioneel gezag toe te kennen voor de duur van de taken (i.p.v. uitsturen via "terbeschikkingstelling" wordt het nu eerder "dienstverlening" intern). In dit kader doet het uitoefenen van functioneel gezag geen arbeidsrelatie met de andere werkgever ontstaan.
    Ook blijft de uitbetaling van het salaris (§ 1) in principe in handen van de werkgever van de Vlaamse overheid, weliswaar met mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke terugbetaling. Het gaat hier om het loon dat voor de verrichting van de opdracht wordt betaald (dus niet noodzakelijk doorbetaling van het salaris).

    § 2. "kan": aangezien niet noodzakelijk bij "onderaanneming", wel bij "terbeschikkingstelling".

    Toelichting bij Art. X 43bis en X 43ter

    Oorspronkelijk voorzag het VPS enkel tewerkstelling bij een externe werkgever, zijnde een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid (zie artikel X 42).[6]

    Er is ook nood aan terbeschikkingstelling van een ambtenaar van een interne entiteit (met of zonder rechtspersoonlijkheid) aan een andere interne entiteit (bijvoorbeeld van agentschap naar agentschap). De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren bij een andere werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid (definitie in artikel X 42) wordt mogelijk gemaakt met artikel X 43bis.[6]

    De tijdelijke tewerkstelling, zoals geregeld in deze artikelen, is enkel van toepassing voor ambtenaren. Voor contractuele personeelsleden is dit arbeidsrechtelijk niet toegelaten.[6]

    De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren bij een andere werkgever kan enkel tijdelijk; voor definitieve overplaatsing dient immers de horizontale mobiliteit. De entiteit kan eenzijdig beslissen (ambtshalve) om een ambtenaar ter beschikking te stellen; het akkoord van de ambtenaar is niet vereist.[6]

    Bij tewerkstelling bij een werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid (X 43bis) zijn de arbeidsvoorwaarden die gelden bij die andere entiteit, raad of instelling van toepassing (dus het VPS van 13 januari 2006).[6]

    De terbeschikkingstelling kan voltijds of deeltijds.[6]

    naar boven

    Hoofdstuk 2. Verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet

    Toelichting bij Art. X 44

    Dit verlof is geen recht, maar vergt het akkoord van de functioneel bevoegde Vlaamse minister met de aanwijzing van de ambtenaar.

    Er is geen beperking in functie voor de detachering van een ambtenaar.

    Een lid van een regering kan zijn: een minister of een staatssecretaris van de federale regering of de regering van een gemeenschap of gewest.[6]

    Ministeriële kabinetten: ingevolge de geleidelijke afschaffing op federaal niveau zal bij opname van een functie bij de politieke "rechtsopvolger" ook beroep kunnen gedaan worden op verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet. Voor een functie bij de entiteiten overgeheveld naar de federale administratie dient gebruik gemaakt van bv. onbetaald verlof of desgevallend verlof voor opdracht.

    De detacheringmogelijkheden naar "provinciale" kabinetten worden niet langer beperkt tot de kabinetten van een gouverneur van een Vlaamse provincie.[6]

    Met de voorzitter van een wetgevende vergadering wordt bedoeld: de voorzitter van een federale wetgevende vergadering (Kamer of Senaat), van een wetgevende vergadering van een gemeenschap of gewest, of van het Europees Parlement.[6]

    Het verlof om een ambt uit te oefenen op een kabinet kan ook worden toegestaan voor de ambten bij het kabinet van een Europees commissaris.

    Aan een ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid kan ook verlof toegekend worden voor detachering naar het kabinet van een federale regeringscommissaris. De federale regeringscommissarissen zijn geen ministers of staatssecretaris, maar hebben een bijzonder statuut. Zij worden net als staatssecretarissen toegewezen aan een minister van de federale regering.
    Bij koninklijk besluit van 29 mei 2000 werden de medewerkers van de regeringscommissarissen grotendeels gelijkgesteld met de kabinetsleden van de ministers.
    Ingevolge artikel 2 van voormeld koninklijk besluit mag de cel van een regeringscommissaris slechts uit 4 leden bestaan, met name:
    - een kabinetschef;
    - een adjunct-kabinetschef;
    - een adviseur of opdrachthouder;
    - een attaché.

    Krachtens artikel 3 van het koninklijk besluit worden de kabinetschef en de adjunct-kabinetschef door de Koning benoemd en ontslagen, op voordracht van de minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd. De andere leden van het kabinet worden door de minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, benoemd en ontslagen.
    Het aantal uitvoerende personeelsleden is beperkt tot 11. Ze worden door de minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, benoemd en ontslagen (artikel 4 van het koninklijk besluit).
    De detachering van de ambtenaar kan zowel worden toegekend voor de 4 functies, bedoeld in artikel 2, als voor de uitvoerende functies bedoeld in artikel 4 van voormeld koninklijk besluit.

    Daarenboven wordt aan een ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid ook verlof toegekend voor detachering naar het kabinet van een bestendig afgevaardigde, burgemeester, schepen, OCMW-voorzitter of voorzitter van een districtsraad, en van de fracties van gemeente- en provincieraad (artikel 104, § 3 van het gemeentedecreet en artikel 100, § 3 van het provinciedecreet).

    Toelichting bij Art. X 45

    § 1. In principe kan een ambtenaar op proef géén verlof voor tewerkstelling elders bekomen. Immers, tijdens de proefperiode moet het nieuwe personeelslid bewijzen dat hij geschikt is om de functie uit te oefenen op de plaats waar hij een definitieve dienstaanwijzing krijgt en moet hij zich ook vertrouwd maken met de cultuur van de diensten van de Vlaamse overheid. Om die reden is het aangewezen dat hij de proefperiode volbrengt binnen de entiteit en dat hij uitgesloten is van het verlof voor een ambt op een kabinet.

    Het kan echter uitzonderlijk ook functioneel worden verantwoord dat de ambtenaar op proef zijn proefperiode op het kabinet van een Vlaams minister volbrengt. Een ambtenaar op proef kan voor de aanvang van de proefperiode reeds ambtenaar of contractueel personeelslid bij de diensten van de Vlaamse overheid geweest zijn, of door vroegere activiteiten zich reeds vertrouwd hebben gemaakt met de eigen cultuur van de organisatie.

    § 2. Normaliter bepaalt de lijnmanager de inhoud van het programma tijdens de proefperiode in overleg met de personeelsfunctie in het beleidsdomein. Bij proeftijd op een kabinet zal de personeelsfunctie in het beleidsdomein in regel het initiatief nemen om in overleg met de betrokken minister de proeftijd op een aangepaste wijze te laten verlopen.

    Toelichting bij Art. X 46

    Het salaris wordt doorbetaald door de dienst van oorsprong met terugstorting door de kabinetswerkgever, met uitzondering van de kabinetten van de ministers van de Vlaamse Regering. Bij deze laatsten wordt het salaris rechtstreeks aangerekend op de begroting van de kabinetten.

    Toelichting bij Art. X 47

    Het gaat hier om verlofdagen die opgenomen kunnen worden bovenop de andere verlofdagen waarop de ambtenaar recht heeft.

    Toelichting bij Art. X 48

    Deze regeling is status quo voor de contractuelen t.a.v. de vroegere rechtsposities. Tijdens het verlof voor uitoefenen van een ambt bij een kabinet is de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst.

    naar boven

    Hoofdstuk 3. Verlof voor opdracht

    Toelichting bij Art. X 49

    § 1. Het gaat hier om een verlof waarop ambtenaren een beroep kunnen doen buiten het kader van hoofdstuk 1.
    Verlof voor opdracht gelijkgesteld met dienstactiviteit wordt slechts verleend indien de Vlaamse overheid er het belang van inziet in ruime zin.

    Nochtans is er geen formele erkenningsprocedure meer voorzien van het karakter van "algemeen" belang. Deze appreciatie behoort intrinsiek tot de bevoegdheid van de instantie die de toestemming geeft voor het verlof, nl. de functioneel bevoegde Vlaamse minister (zie immers hierna wat de tijdsbeperking betreft en de salarisgevolgen).
    Voor de formele toekenning (besluit): zie art. X 6: lijnmanager.

    Er is geen beperking qua functie van de ambtenaar die het verlof voor opdracht van algemeen belang kan krijgen (zie evenwel deel V: Top- en middenkader, die geen langdurige verloven kunnen krijgen, en dus ook geen verlof voor opdracht tijdens mandaat(top) of uitoefening functie (middenkader, N-functies andere dan mandaatfuncties)).

    § 2. Er worden een aantal situaties voorzien waarin de ambtenaar automatisch verlof voor opdracht krijgt (internationale instellingen, ontwikkelingssamenwerking, een opdracht binnen of buiten de diensten van de Vlaamse overheid op grond van een beslissing van de Vlaamse Regering,[37] ...).

    Toelichting bij Art. X 50

    § 1. Een verlof voor opdracht mag geen aanleiding geven tot het uitbouwen van parallelle loopbanen. Derhalve wordt de tijdsduur beperkt tot 4 jaar (met uitzondering van de opdrachten in artikel X 49 § 2 die voor de benodigde tijd toegekend worden).

    Het verlof is in de regel onbezoldigd; het kan (door)betaald worden met terugvordering (zie hiervoor i.v.m. het vermijden van een dubbele rechtspositie).

    Op dit principe van "niet-bezoldiging", bestaat een reglementaire uitzondering, nl. voor de aanwijzing als nationale deskundige bij de Commissie van de Europese Unie (basis: besluit van de Europese Commissie van 24 januari 2007 houdende regeling van toepassing op de nationale deskundigen die bij de diensten van de Commissie zijn gedetacheerd, zoals regelmatig geactualiseerd).

    Tevens kan de functioneel bevoegde Vlaamse minister waaronder de ambtenaar ressorteert (na advies van de lijnmanager) beslissen het salaris van de ambtenaar voor de duur van de opdracht geheel of gedeeltelijk door te betalen zonder terugvordering. (dus niet: gedeeltelijke doorbetaling met terugvordering).

    De tijdsbeperking enerzijds en de mogelijkheid van doorbetaling (weliswaar met terugvordering) anderzijds moeten een waarborg vormen dat zuinig en doordacht met het contingent verlof voor algemeen belang (DA) omgesprongen wordt.
    Gelet op de tijdsbeperking vervalt ook de noodzaak van een akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, als waarborg voor een uniforme toepassing.

    Daarbuiten (en met uitzondering van de ambtshalve verloven zonder tijdsbeperking) of indien een opdracht niet van "algemeen" belang geacht wordt, kan nog altijd beroep gedaan worden op de 5 jaar onbetaald verlof tijdens de loopbaan voor tewerkstelling elders.

    § 2. Om de gevolgen van een duale rechtspositie te vermijden kan beroep gedaan worden op een overeenkomst bv. in de regel zullen dan niet van toepassing zijn: het verlof, arbeidsongevallenregeling en de ziekteregeling en de moederschapsrust voor zover voor deze 2 laatste verloven bij de opdrachtgever van gelijkaardige regelingen kan gebruik gemaakt worden.

    Toelichting bij Art. X 51

    Het initiatief voor de opdracht kan uitgaan van de overheid of de ambtenaar.

    Toelichting bij Art. X 52

    De concrete omstandigheden van de opdracht die door de Vlaamse Regering wordt toevertrouwd moeten eerst beoordeeld worden (bvb. de duur) vooraleer een vergoeding wordt toegekend.

    Toelichting bij Art. X 53

    Een beëindiging van het verlof voor opdracht hoeft niet altijd gelijk te staan met het beëindigen van de opdracht.
    Eventueel kan verder beroep gedaan worden (mits de nodige toestemming) op het contingent onbetaald verlof in de loopbaan (5 jaar).

    naar boven

    Hoofdstuk 4. Verlof wegens terbeschikkingstelling van de Koning, een Koningin, een Prins of een Prinses van België

    Toelichting bij Art. X 54

    § 1. Dit verlof is een recht en geldt voor de ambtenaar van om het even welke rang (zie evenwel deel V: Top- en middenkader: geen langdurige verloven, dus geen terbeschikkingstelling tijdens mandaat (top) of functieuitoefening (middenkader, N-functies andere dan mandaatfuncties)).
    Een ambtenaar kan eveneens verlof krijgen wegens terbeschikkingstelling van een Koningin. In de huidige situatie betekent dit dat een ambtenaar zowel op verzoek van Koningin Fabiola als op verzoek van Koningin Paola verlof wegens terbeschikkingstelling kan krijgen.
    (Status quo inzake toekenning aan contractuelen: niet van toepassing.)

    § 2. Er is geen tijdsbeperking aan dit verlof gesteld.

    § 3. Voor de (door)betaling van het salaris en de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden: zie de algemene regeling in art. X 42 - 43.

    naar boven

    Hoofdstuk 5. Verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een erkende politieke groep

    Toelichting bij Art. X 55

    § 1. Dit verlof is afhankelijk van het dienstbelang en dus een gunst. Er is geen beperking in functie of rang (zie deel V: de facto is het top- en middenkader uitgesloten aangezien het een langdurig verlof betreft).

    § 2. Het begrip "erkende politieke groep" slaat niet alleen op de politieke groepen die erkend zijn bij de wetgevende vergaderingen van de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten, maar ook op de politieke groepen erkend bij het Europees Parlement.

    Onder voorzitter van een erkende politieke groep, wordt de fractieleider van een erkende fractie in het federaal, Gemeenschaps- Gewest of Europees parlement verstaan.[9]

    De reglementen van bijvoorbeeld het Vlaams Parlement, de Belgische Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers en het Europees Parlement gebruiken niet de term 'politieke groep' maar 'fractie'.[9]

    § 3. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    Voor de (door)betaling van het salaris en de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden: zie de algemene regeling in art. X 42-X 43 binnen de perken van het reglement van een wetgevende vergadering.

    Toelichting bij Art. X 56

    Het verlof wordt voor bepaalde of onbepaalde duur toegestaan. De beslissing dient gemotiveerd te worden.

    Toelichting bij Art. X 57

    Deze regeling is status-quo voor de contractuelen t.a.v. de vroegere rechtsposities. Tijdens dit verlof is de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst.

    naar boven

    Hoofdstuk 6. Gemeenschappelijke bepaling

    Toelichting bij Art. X 58

    Ambtenaar in deze titel is vastbenoemd ambtenaar (met uitzondering van de mogelijkheid om een proefperiode op een Vlaams kabinet door te brengen).

     

    naar boven