chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen - Titel 9

    Titel 9. Omstandigheidsverlof

    Deze titel geldt voor alle personeelsleden, ongeacht hun statuut (vaste ambtenaren, ambtenaren in proeftijd, contractuelen).

    Dat inzake omstandigheidsverlof voor contractuelen dezelfde regeling geldt als voor ambtenaren is een verderzetting van de werkwijze van de Vlaamse overheid om waar aangewezen de arbeidsvoorwaarden zoveel mogelijk gelijk te stellen en een eenvormig personeelsbeheer te voeren.

    Dit heeft tot gevolg de in het statuut opgenomen limitatieve lijst met gebeurtenissen niet overeenstemt met de lijst van het KB van 28 augustus 1963 "betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten" (klein-verletregeling).
    Deze lijst werd opgemaakt in toepassing van art. 30 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten dat bepaalt dat de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad, vaststelt welke familiegebeurtenissen aanleiding kunnen geven tot een omstandigheidsverlof.

    Ter rechtvaardiging van de niet-toepassing van de klein-verletregeling, die in principe in elke individuele arbeidsrelatie dient gerespecteerd, wordt verwezen naar het "beginsel van de veranderlijkheid".

    Volgens dit beginsel is de macht die een dienst opricht, bevoegd om zijn interne organisatie te wijzigen zonder rekening te houden met verworven rechten, zodat de arbeidsvoorwaarden - zelfs voor wat betreft een contractuele betrekking - op éénzijdige wijze door de overheid kunnen worden gewijzigd (BUTTGENBACH en DEMBOURS, Nature du lieu juridique unissant les administrations publiques à leurs agents, p. 1 en MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, nr. 58).

    Bovendien is de regeling van het omstandigheidsverlof voor ambtenaren, niet steeds nadeliger dan de regeling van het KB van 28 augustus 1963.

    Zie evenwel een uitzondering voor het verlof na bevalling voor de vader.

    Toelichting bij Art. X 61

    Indien meerdere gebeurtenissen of dezelfde gebeurtenis meermaals in de loop van één jaar plaatsgrijpen kan het respectievelijk aantal toegekende dagen gecumuleerd worden.
    Het verlof dient onmiddellijk of zo dicht mogelijk aansluitend bij de gebeurtenis genomen te worden. De invulling van het begrip 'onmiddellijk of zo dicht mogelijk aansluitend bij' is de verantwoordelijkheid van de lijnmanager.[37

    Graden van verwantschap

    Schema_graden_verwantschap

    - de cijfers die in elk vak ingeschreven zijn, duiden de graad van verwantschap met het personeelslid aan
    - men kan steeds de graad van verwantschap bepalen door van zichzelf te vertrekken en het aantal stappen te tellen, via de gemeenschappelijke stamvader naar de persoon waarover het gaat
    - het omstandigheidsverlof, bv. voor het huwelijk van een bloed- of aanverwant in de eerste graad, die geen kind is, of in de tweede graad, van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner, geldt enkel voor de dag van de gebeurtenis. Indien het huwelijk bijgevolg plaats heeft op een zaterdag of andere niet werkdag wordt er geen verlof toegekend.

    Krachtens artikel X 61, 1° heeft het personeelslid 4 dagen omstandigheidsverlof wanneer hij huwt of een verklaring van wettelijke samenwoning aflegt.[2]

    Koppels (van verschillend, of hetzelfde geslacht) die hun relatie officiëler willen maken, kunnen kiezen tussen drie opties: het burgerlijk huwelijk, de wettelijke samenwoning, of een samenlevingscontract.[2]

    Door de wet van 13 februari 2003 (B.S. 28 februari 2003) werd het burgerlijk huwelijk vanaf 1 juni 2003 tevens opengesteld voor personen van hetzelfde geslacht.[2]

    Sinds 1 januari 2000 is de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning van kracht, waardoor de artikelen 1475 tot 1479 werden ingevoegd in het Burgerlijk Wetboek.
    Onder "wettelijke samenwoning" wordt verstaan de toestand van samenleven van twee personen die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd (artikel 1475, § 1 B.W.). Een verklaring van wettelijke samenwoning wordt afgelegd door middel van een geschrift dat tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats (artikel 1476, § 1 B.W.).
    De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt melding van de verklaring in het bevolkingsregister.[2]

    Het is ook mogelijk dat men het samenwonen niet officieel via het gemeentehuis wil laten vastleggen maar dat men toch een aantal afspraken wil maken. Dan is men aangewezen op het afsluiten van een samenlevingscontract. Een samenlevingscontract is een contract tussen beide partners, dat bij voorkeur opgesteld is door een notaris. In het contract bepaalt men zelf welke afspraken belangrijk zijn (gemeenschappelijke eigendommen, regeling bij scheiding, etc.), in zoverre deze nog niet standaard wettelijk geregeld zijn.[2]

    De verklaring van wettelijke samenwoning sluit geen samenlevingscontract uit. Overeenkomstig artikel 1, 10° van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 (tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister), wordt de verklaring door de betrokken persoon – sinds 1 januari 2000 - van het bestaan van een samenlevingscontract tot stand gekomen na een verklaring van wettelijke samenwoning, en de notaris bij wie het contract werd opgemaakt, opgenomen in de bevolkingsregisters.[2]

    Naar analogie met het huwelijk, krijgt ook het personeelslid dat een verklaring van wettelijke samenwoning aflegt, 4 dagen omstandigheidsverlof.[2]

    Het personeelslid dat enkel een samenlevingscontract afsluit, heeft echter geen recht op de 4 dagen omstandigheidsverlof.[2]

    Onder samenwonen wordt een duurzame relatie bedoeld, zoals dit ook vereist is voor het huwelijk, ongeacht het geslacht.
    Het omstandigheidverlof wordt bijgevolg niet toegekend bij het samenwonen van bloedverwanten in de rechte opgaande en nederdalende lijn en aanverwanten in dezelfde lijn, en in de zijlijn bij het samenwonen van een broer en zuster, en van een oom of een tante met hun nicht of neef.

    Wanneer krachtens artikel X 61 omstandigheidsverlof wordt toegekend n.a.v. gebeurtenissen die betrekking hebben op de samenwonende partner van het personeelslid (bijvoorbeeld bij bevalling of overlijden van de samenwonende partner), is hiervoor niet vereist dat beiden een samenlevingscontract hebben afgesloten. Hiervoor volstaat dat beiden zijn ingeschreven op hetzelfde adres.

    Het omstandigheidsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    De 10 dagen omstandigheidsverlof wegens bevalling van de echtgenote of samenwonende partner zijn voor het contractuele personeelslid arbeidsrechtelijk geregeld door de invoering van de mogelijkheid tot 10 dagen voor de vader (= afstamming van het kind staat vast), waarvan 3 dagen doorbetaald en 7 dagen ten laste van de ziekteverzekering.

    10 dagen omstandigheidsverlof, gelijkgesteld met dienstactiviteit, worden toegekend aan de contractuele meemoeder bij de bevalling van de biologische moeder met wie zij samenwoont. De eerste 3 dagen wordt het volledige loon uitbetaald. Gedurende de 7 resterende dagen wordt 82% van het brutoloon uitbetaald. De 10 dagen omstandigheidsverlof dienen binnen de 4 maanden na de bevalling van de biologische moeder opgenomen te worden.[9]

    naar boven

    Titel 9bis. Geboorteverlof[37

    Toelichting bij Art. X 61bis

    Inzake verlof n.a.v. de geboorte van een kind geldt voor het statutair en contractueel personeel een vergelijkbare regeling. Aan de eerste groep wordt dit verlof toegekend op grond van het VPS. Aan de tweede groep op grond van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978. Wat deze laatste groep betreft, bepaalt het VPS wel dat het geboorteverlof met dienstactiviteit gelijkgesteld wordt, dat het loon gedurende de eerste drie dagen wordt doorbetaald en dat gedurende de zeven resterende dagen het loon niet wordt doorbetaald, maar dat er wel een toelage wordt uitbetaald die het verschil tussen het nettoloon en de uitkering dicht. Op deze toelage wordt een bedrijfsvoorheffing van 11,11% ingehouden.[37

    Wat het statutair personeel betreft, kent het VPS in de volgende twee gevallen tien dagen geboorteverlof toe:

    • er wordt een kind geboren met wie de afstamming met het personeelslid vaststaat;
    • indien niemand het verlof opneemt op grond van afstemming, dan kan het verlof worden toegekend aan één van de volgende personen: de persoon die gehuwd of samenwoont met de moeder van het kind.[37

    Wanneer geboorteverlof op grond van samenwoonst wordt aangevraagd, is het vanzelfsprekend dat het geboorteverlof niet kan worden toegekend aan de persoon met wie de moeder van het kind samenwoont indien deze een band van bloedverwantschap heeft met de moeder die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen.[37

    Het geboorteverlof wordt voor het statutair personeel gelijkgesteld met dienstactiviteit. Het wordt doorbetaald en moet worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de geboorte van het kind.[37

    Deze regeling geldt zowel voor vaders, als voor meemoeders.[37

    naar boven