chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Toelichting bij Deel XI. Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging - Hoofdstuk 2 en 3

    Hoofdstuk 2. De ontslagregeling voor contractuelen

    Toelichting bij Art. XI 11

    Voor het contractueel personeelslid bestaat een ontslagmogelijkheid (dus geen verplichting) "wegens beroepsongeschiktheid" na 1 evaluatie onvoldoende. Net als bij de ambtenaar, is er evenwel een ontslagverplichting als een contractueel personeelslid na de eerste evaluatie "onvoldoende" bij een van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie "onvoldoende" krijgt.[23]

    Hoofdstuk 3. Overgangsbepaling

    Toelichting bij Art. XI 12

    Overgangsbepaling om de oude en nieuwe regeling op elkaar af te stemmen.[34]

    Toelichting bij Art. XI 13

    Het vroegere artikel XI 13 was een overgangsbepaling omdat het VPS het tijdstip van pensionering na de leeftijd van 60 jaar uitdrukte in aantal werkdagen afwezigheid wegens ziekte, terwijl de federale regelgever dit uitdrukte in kalenderdagen. Om te vermijden dat de verschillende berekeningswijze leidde tot situaties waarbij de pensioenberekening minder gunstig uitvalt voor het personeelslid, werden uitzonderingssituaties opgenomen waarbij de berekening wel moest gebeuren in kalenderdagen i.p.v. in werkdagen. Deze overgangsmaatregel wordt thans overbodig gezien het VPS voor de toekomst voor de berekening van het contingent ook 365 kalenderdagen hanteert, zoals in de federale pensioenwetgeving.[34]

    Het appreciatierecht van de lijnmanager of de functioneel bevoegde minister om de opruststelling met 6 maanden uit te stellen (vroegere artikel XI 7) , wordt geschrapt en dit conform artikel 83, § 3 van de wet van 5 augustus 1978. Het is niet toegelaten om het personeelslid na verloop van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte na de zestigste verjaardag (leeftijd die opgetrokken wordt) nog langer in dienst te houden. Bijgevolg is het vanaf 30 juni 2016 niet meer mogelijk om nieuwe verlengingen van de opruststelling na de leeftijd van 60 jaar toe te staan. De toegekende verlengingen die toegestaan werden voor 30 juni 2016 blijven verder lopen.[34]

    Een nieuwe overgangsmaatregel in artikel XI 13 is nodig om te vermijden dat bepaalde ambtenaren in een situatie zouden kunnen terechtkomen waarbij de verlenging van hun opruststelling afloopt, zonder dat ze aan de voorwaarden beantwoorden om in aanmerking te komen voor een vervroegd rustpensioen wegens leeftijd of wegens ziekte (hetzij na uitputting van 666 werkdagen wegens ziekte, hetzij na uitputting van 365 kalenderdagen wegens ziekte na de leeftijd van 62 jaar). Door de ambtshalve verlenging van het uitstel van opruststelling tot de datum waarop de ambtenaar in aanmerking komt voor een vervroegd rustpensioen, wordt vermeden dat de ambtenaar terechtkomt in een situatie waarin hij geen inkomen heeft. De verlenging van het uitstel geldt maar tot aan de eerste datum waarop de ambtenaar in aanmerking komt voor een vervroegd rustpensioen. Dit kan het vervroegd rustpensioen wegens ziekte zijn, maar ook het vervroegd rustpensioen wegens leeftijd. Geschat wordt dat voor de diensten van de Vlaamse overheid hooguit een tiental ambtenaren zich in deze situatie kunnen bevinden en dat zij gedurende maximaal 3 jaar een bijkomend uitstel van opruststelling nodig hebben.[34]

    naar boven