chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Veelgestelde vragen n.a.v. afslanking provincies

    Onthaalbrochure Agentschap Overheidspersoneel

    Presentatie onthaalmoment provinciepersoneel.

    onthaalbrochure_20171120_provinciepersoneel (002).pdf

    Presentaties infosessies werken bij Vlaamse overheid

    - Werken bij de Vlaamse Overheid

    - Info vzw Sociale Dienst

    Vragen

    1. ALGEMEEN

    1.1 Zijn er bij de overheveling verworven rechten?

    1. LOOPBAAN

    2.1 Kunnen contractuelen deelnemen aan overgangsexamens/bevorderingsexamens of kunnen zij statutair worden?

    2.2 Is voor overgangsexamens/bevorderingsexamens naar een hoger niveau een diploma nodig?

    2.3 Hebben bij bevorderingsprocedures Vlaamse personeelsleden voorrang op overgehevelden?

    2.4 Worden de resultaten van bevorderingsexamens bij de provincie gevaloriseerd na de overheveling?

    2.5 Wat met lopende bevorderingsprocedures bij de provincie?

    2.6 Worden de resultaten van wervingsexamens bij de provincie gevaloriseerd na de overheveling?

    2.7 Blijft de functionele loopbaan na de overheveling behouden?

    3. MOBILITEIT

    3.1 Behoudt men na de overheveling de functie die men bij de provincie had als contractueel of krijgt men een gewijzigd contract aangepast aan de werkelijke functie?

    3.2 Is er na de overheveling mogelijkheid om een andere standplaats/aanstelling te kiezen? Als dit het geval is, wat is dan hiervoor de procedure?

    3.3 Is terugkeer naar de provincie mogelijk?

    1. EVALUATIE

    4.1 Heeft een negatieve evaluatie van het werkjaar bij de provincie gevolgen bij de Vlaamse overheid? Gaat het evaluatiedossier mee naar Vlaanderen?

    1. PROEFTIJD

    5.1 Is er een proefperiode na de overheveling?

    5.2 Blijft de proeftijd van een personeelslid na overdracht verderlopen?

    5.3 Schorsen afwezigheden de proeftijd op?

    1. ANCIËNNITEITEN

    6.1 De anciënniteiten worden overgenomen. Ook de privé-anciënniteit voor de berekening van de geldelijke anciënniteit?

    1. VERLOFREGELING

    7.1 VERLOFAANVRAGEN

    7.1.1. Hoe vraag ik bij de Vlaamse overheid een verlof aan m.i.v. 1/1/2018?

    7.1.2. Hoe vraag ik bij de Vlaamse overheid een verlof aan na 1/1/2018?

    7.2 ARBEIDSTIJDREGELING

    7.2.1 Kan het stelsel van de halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagenweek bij de Vlaamse overheid worden verder gezet?

    7.2.2 Kan men vijf dagen presteren op vier dagen?

    7.2.3 Wat zijn de stam- en glijtijden bij Vlaanderen?

    7.2.4 Kan men bij de Vlaamse overheid één dag per maand recuperatieverlof nemen?

    7.2.5 Kent de Vlaamse overheid brugdagen?

    7.2.6 Hoe gaat Vlaanderen om met telewerken / thuiswerken?

    7.2.7 Hoeveel bedraagt een werkdag of een halve werkdag bij de Vlaamse overheid?

    7.3 JAARLIJKS VERLOF

    7.3.1 Kan ik vakantiedagen van bij de provincie overdragen naar de Vlaamse overheid?

    7.3.2 Op hoeveel dagen jaarlijks verlof heb ik bij de diensten van de Vlaamse overheid recht?

    7.3.3 Bestaat er binnen de diensten van de Vlaamse overheid een mogelijkheid om verlof naar het volgende jaar over te dragen?

    7.3.4 Moet een dag jaarlijks verlof op voor hand worden aangevraagd?

    7.3.5 Kunnen meeruren van bij de provincie overgedragen worden naar 2018?

    7.3.6 Bestaan er bij Vlaanderen vaste sluitingsdagen? En hoe zit het met eventuele extralegale feestdagen? Geldt dit ook voor de verzelfstandigde agentschappen?

    7.4 MOEDERSCHAPSRUST EN GEBOORTEVERLOF

    7.4.1 Een zwanger personeelslid bevindt zich op het moment van de overdracht in de periode van zes weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum.
    Kunnen de arbeidsdagen en de met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich bij de provincie tijdens deze periode voordeden bij de Vlaamse overheid gebruikt worden om de negen weken verplichte postnatale rust te verlengen?

    7.4.2 Hoe is het geboorteverlof geregeld bij de diensten van de Vlaamse overheid?

    7.5 VERLOF VOOR DEELTIJDSE PRESTATIES

    7.5.1 Blijven de deeltijdse contracten (4/5, halftijds) behouden bij de Vlaamse overheid? Als een personeelslid voltijds is aangesteld maar deeltijds werkt door middel van een verlofstelsel, wordt dit personeelslid dan voltijds of deeltijds overgedragen?

    7.5.2 Kunnen personeelsleden die deeltijds werken via het systeem van de verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden deze deeltijdse prestaties na overdracht verder zetten?

    7.5.3 Welke personeelsleden hebben recht op verlof voor deeltijdse prestaties?

    7.5.4 Wat zijn de opnamemodalititeiten voor het verlof voor deeltijdse prestaties?

    7.5.5 Welke zijn de modaliteiten voor de salarisbonus bij opname van het verlof voor deeltijdse prestaties?

    7.6 ZORGKREDIET EN VERLOF VOOR LOOPBAANONDERBREKING ALGEMEEN STELSEL/TOT AAN DE PENSIOENLEEFTIJD

    7.6.1 Kan ik mijn loopbaanonderbreking (zowel het verlof, als de uitkering) na overdracht verderzetten?

    7.6.2 Kan het Vlaams zorgkrediet (zowel het verlof, als uitkeringen) verdergezet worden en onder welke hoedanigheden?

    7.6.3 Hoe ziet het zorgkrediet er bij de diensten van de Vlaamse overheid uit?

    7.7 FEDERALE ZORGVERLOVEN: OUDERSCHAPSVERLOF, BIJSTANDSVERLOF OF PALLIATIEF VERLOF

    7.7.1 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking nemen voor het verzorgen van een zwaar ziek gezins-of familielid?

    7.7.2 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof opnemen?

    7.7.3 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen opnemen?

    7.8 VORMINGSVERLOF

    7.8.1 Kan een personeelslid vormingsverlof krijgen voor het volgen van een welbepaalde opleiding?

    7.8.2 Indien een langdurige opleiding momenteel wordt betaald door de werkgever, kan Vlaanderen dat dan over nemen?

    7.9 ONBETAALD VERLOF

    7.9.1 Op het moment van de overdracht is een ambtenaar afwezig als een gevolg van een onbetaald verlof. Kan dit verlof na de overdracht verder gezet worden?

    7.9.2 Onder welke modaliteiten kan ik onbetaald verlof opnemen?

    7.10 PLEEGZORGVERLOF

    7.10.1 Onder welke modaliteiten kan ik pleegzorgverlof opnemen?

    7.11 VERLOF VOOR TEWERKSTELLING VAN STATUTAIRE AMBTENAREN TEN BEHOEVE VAN EEN WERKGEVER BUITEN DE DIENSTEN VAN DE VLAAMSE OVERHEID VOR DE UITOEFENING VAN TAKEN IN HET BELANG VAN DE VLAAMSE OVERHEID

    7.11.1 Ik word ter beschikking gesteld aan een externe partner via een overeenkomst. Wat houdt dit juist in?

    7.11.2 Waar wordt mijn standplaats vastgesteld tijdens de terbeschikkingstelling aan een externe werkgever?

    1. ZIEKTEREGELING

    8.1 Een statutair personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid beschikt over een contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Welke bij de provincie voorgedane ziekteafwezigheden worden op dit contingent aangerekend?

    8.2 Als ambtenaar bij de provincie krijgt men 21 ziektedagen per jaar. Deze dagen worden bij het totaal opgeteld als er geen afwezigheid door ziekte is geweest. Zullen de opgespaarde ziektedagen mee gaan naar de gewesten of werkt men daar met een ander systeem?

    8.3 Worden dagen disponibiliteit wegens ziekte aangerekend op het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte?

    8.4 Wordt het contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte pro rata verminderd in geval van deeltijdse prestaties?

    8.5 Binnen de diensten van de Vlaamse overheid bestaat er naast het contingent 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval ook een contingent 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Wat is het verschil tussen beide contingenten wanneer de ambtenaar deze uitput?

    8.6 Een ambtenaar die bij de provincie zijn ziektecontingent uitput, bevindt zich in de administratieve toestand disponibiliteit en valt terug op een deeltijds loon. Is dit ook zo bij de Vlaamse overheid?

    8.7 Heeft een contractueel personeelslid dat op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte vanaf de overdracht onmiddellijk recht op dertig kalenderdagen gewaarborgd loon?

    8.8 Bestaat de regeling voor deeltijdse werkhervatting na ziekte bij statutairen en contractuelen? En hoe werkt die?

    1. BEZOLDIGINGSREGELING

    9.1 In welke Vlaamse sschaal word ik ingeschaald?

    9.2 Soms wordt gewerkt met overgangsschalen. Bedoelt men een schaal of een bedrag?

    9.3 Worden maaltijdcheques toegekend bij de diensten van de Vlaamse overheid?

    9.4 Wordt in de vergelijking van de bezoldiging bij de provincie met die bij de Vlaamse overheid rekening gehouden met de maaltijdcheques?

    9.5 Worden overuren betaald?

    9.6 Een personeelslid is titularis van een waarnemingstoelage. Behoudt hij deze na de overheveling?

    9.7 Wat zijn de sociale voordelen bij de Vlaamse overheid (tussenkomst voor vakantiekampen van kinderen, groepsverzekering,…)?

    9.8 Behouden de personeelsleden de toelagen en vergoedingen die ze bij de provincie genoten?

    9.9 Welke vergoedingen zijn er in het kader van woon-werkverkeer?

    9.10 Het APB Sport heeft een polis omnium voor eigen wagen tijdens dienstverplaatsingen. Heeft Vlaanderen dat?

    9.11 Wordt de provinciale hospitalisatieverzekering behouden?

    9.12 Blijft de tweede pensioenpijler behouden na de overdracht?

    9.13 In januari ontvangen de statutairen personeelsleden die vanuit de provincies worden overgedragen (m.u.v. Vlaams-Brabant) een loonvoorschot. Hoeveel bedraagt dit voorschot en wanneer mag ik dit verwachten?

    Antwoorden

    1. ALGEMEEN

    1.1. Zijn er bij de overheveling verworven rechten?

    De overdracht van de personeelsleden in het kader van de afslanking van de provincies gebeurt overeenkomstig het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies.

    Met artikel 3 van dit decreet wordt een artikel 264bis in het provinciedecreet van 9 december 2005 toegevoegd, waarin onder andere vermeld wordt dat het overdrachtsbesluit aan de overgedragen personeelsleden in elk geval garandeert:

    1° het behoud van de hoedanigheid;
    2° het behoud van de graad of het verkrijgen van een gelijkwaardige graad;
    3° het behoud van de administratieve en geldelijke anciënniteit;
    4° het behoud van het salaris op de datum van de overdracht of het verkrijgen van een gelijkwaardige salarisschaal;
    5° het behoud van de functionele loopbaan;
    6° het behoud van de toelagen en vergoedingen waarop het personeelslid op de datum van de overdracht op reglementaire basis recht heeft, als de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en als aan die voorwaarden blijft voldaan
    .”

    Terug naar overzicht

    1. LOOPBAAN

    2.1 Kunnen contractuelen deelnemen aan overgangsexamens/bevorderingsexamens of kunnen zij statutair worden?

    Overeenkomstig het Vlaams Personeelsstatuut kunnen contractuele personeelsleden die werden aangeworven na 1/1/2006 deelnemen aan proeven voor een statutaire bevorderingsfunctie, zowel binnen het niveau (bv. A1 naar A2) als in het hogere niveau (bv. C naar B). Ze kunnen tevens meedingen naar een statutaire functie van dezelfde rang (bv. A1 (contractueel) naar A1 (statutair)) via horizontale mobiliteit.

    In beide gevallen is de voorwaarde wel dat het personeelslid geslaagd is voor een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking.

    Dit houdt in dat:
    - bij de selectie aan bepaalde kwaliteitsvereisten moet zijn voldaan. Deze kwaliteitsvereisten houden in dat er een selectiereglement was, meerdere proeven (zowel psychotechnisch deel als vaktechnische proeven) en een eindgesprek (met motiveringsverslag) met achteraf een proces-verbaal. 
    - de vacature werd bekendgemaakt via een algemeen gebruikt kanaal met een breed bereik over gans Vlaanderen. Welke kanalen in aanmerking worden genomen, is momenteel nog in onderzoek.

    Met de provincies worden afspraken gemaakt m.b.t. het aanleveren van de nodige informatie zodat kan worden beoordeeld of de selectieprocedures voldoen aan deze vereisten.

    2.2 Is voor overgangsexamens/bevorderingsexamens naar een hoger niveau een diploma nodig?

    Neen, voor overgangsexamens is geen diploma nodig. Voor specifieke functies is het wel mogelijk (bijv. voor boekhouder).

    2.3 Hebben bij bevorderingsprocedures Vlaamse personeelsleden voorrang op overgehevelden?

    Neen. Bevorderingsvacatures staan open voor iedereen.. Uiteindelijk moet iedereen testen afleggen en beslist een jury wie bevorderd wordt. Er wordt een objectieve methodiek gehanteerd.

    2.4 Worden de resultaten van bevorderingsexamens bij de provincie gevaloriseerd na de overheveling?

    Het resultaat van een bevorderingsprocedure blijft behouden bij de Vlaamse overheid. Om echter effectief te bevorderen naar het hoger niveau moet er een vacature zijn en moet men als beste kandidaat uit de selectie komen voor een concrete bevorderingsfunctie.

    2.5 Wat met lopende bevorderingsprocedures bij de provincie?

    Ambtenaren die bij de provincie bezig zijn met een bevorderingsprocedure op de datum van de overheveling kunnen na de overheveling deze procedure verderzetten. Indien ze ingeschreven zijn voor een bevorderingsprocedure vóór de datum van de overheveling, kunnen ze nog eenmaal na die datum deelnemen aan de eerstvolgende procedure.

    2.6 Worden de resultaten van wervingsexamens bij de provincie gevaloriseerd na de overheveling?

    Alleen resultaten van bevorderingsprocedures worden verder gevaloriseerd bij de Vlaamse overheid. Het slagen voor een wervingsexamen bij de provincie opent geen rechten bij de Vlaamse overheid.

    2.7 Blijft de functionele loopbaan na de overheveling behouden?

    De loopbaanduur uit de functionele loopbaan van de provincies (18 jaar) blijft behouden. Ook het toekenningsmoment blijft behouden (basisgraden: tweede schaal na 4 jaar schaalanciënniteit en derde schaal na 14 jaar schaalanciënniteit in de tweede schaal (of 18 jaar gecumuleerd); bevorderingsgraden: tweede schaal na 9 jaar schaalanciënniteit).

    Personeelsleden die in de Vlaamse schaal A113, A123 of C113 worden ingeschaald en personeelsleden van niveau E die in een Vlaamse schaal van niveau D worden ingeschaald, starten echter in deze Vlaamse schaal met een schaalanciënniteit van nul jaar. De reden hiervoor is dat voor deze personeelsleden de t.o.v. de provinciale loopbanen voordeligere Vlaamse loopbanen worden toegepast, volgens de Vlaamse principes.

    Bv. Personeelsleden die bij de provincie de hoogste schaal voor niveau C genoten, nl. schaal C3, worden ingeschaald in de Vlaamse schaal C113. Bij de provincie is er geen mogelijkheid om nog over te gaan naar een hogere schaal, maar bij de Vlaamse overheid is er wel een hogere schaal, nl. schaal C114. Uit billijkheidsoverwegingen werd beslist om personeelsleden die overkomen van de provincie op termijn ook te laten doorstromen naar schaal C114, maar dan wel volgens de Vlaamse principes, nl. na 9 jaar schaalanciënniteit in de Vlaamse schaal C113. Deze schaalanciënniteit begint men dus pas op te bouwen vanaf het moment van overdracht.

    Bv. Personeelsleden van niveau E, een niveau dat de Vlaamse overheid niet (meer) kent, krijgen een ‘upgrade’ naar niveau D. De Vlaamse loopbaan in niveau D is voordeliger dan de provinciale loopbaan in niveau E en wordt daarom volledig volgens de Vlaamse principes van toepassing op de betrokken personeelsleden.

    Een overzicht van de functionele loopbanen, zoals toegelicht op de infosessies in september, vind je terug in dit document . (Let op: momenteel is er nog geen definitieve goedkeuring van deze loopbanen door de Vlaamse regering, deze wordt verwacht half december) 

    Terug naar overzicht

    1. MOBILITEIT

    3.1 Behoudt men na de overheveling de functie die men bij de provincie had als contractueel of krijgt men een gewijzigd contract aangepast aan de werkelijke functie?

    De overdracht gebeurt in de functie die is opgenomen in het contract. Een taakwijziging bij de Vlaamse overheid is mogelijk met toepassing van de regelingen voorzien in het VPS, bv. aanwerving in een nieuwe functie, interne mobiliteit, …Het origineel contract blijft bestaan maar er wordt een addendum gemaakt (o.a. omzetting naar een Vlaamse salarisschaal gekoppeld aan de functie).

    3.2 Is er na de overheveling mogelijkheid om een andere standplaats/aanstelling te kiezen? Als dit het geval is, wat is dan hiervoor de procedure?

    Eens tewerkgesteld bij de Diensten van de Vlaamse overheid (DVO), gebeurt de bepaling van de standplaats door de leidend ambtenaar. Er is ook mogelijkheid tot interne mobiliteit naar andere entiteiten. Deze procedures staan open voor alle personeelsleden van de DVO. Meer informatie vind je op https://overheid.vlaanderen.be/mobiliteit.

    3.3 Is terugkeer naar de provincie mogelijk?

    De overheveling kan niet ongedaan gemaakt worden. Los van de overhevelingsprocedure bestaat de mogelijkheid voor elke Vlaamse ambtenaar om via de procedure voor externe mobiliteit in te gaan op een vacature bij de provincie. De voorwaarde is dan wel dat er een concrete vacature is bij de provincie die te begeven is via externe mobiliteit.
    Ook overgedragen personeelsleden die van entiteit willen veranderen moeten gebruik maken van de bestaande mobiliteitsregelingen.

    Meer informatie vind je op https://overheid.vlaanderen.be/mobiliteit.

    Terug naar overzicht

    1. EVALUATIE

    4.1 Heeft een negatieve evaluatie van het werkjaar bij de provincie gevolgen bij de Vlaamse overheid? Gaat het evaluatiedossier mee naar Vlaanderen?

    De laatste evaluatie wordt overgenomen door Vlaanderen. Een evaluatie onvoldoende van het werkjaar 2017 bij de provincie heeft na overheveling enkel gevolgen als de ambtenaar n.a.v. één van de twee eerstvolgende evaluaties opnieuw een evaluatie onvoldoende krijgt. Dit heeft het ontslag van de ambtenaar voor gevolg.

    Terug naar overzicht

    1. PROEFTIJD

    5.1 Is er een proefperiode na de overheveling?

    Neen. Enkel personeelsleden die op het moment van de overheveling in proefperiode zijn, dienen deze proefperiode vol te maken binnen de Vlaamse overheid.

    5.2 Blijft de proeftijd van een personeelslid na overdracht verderlopen?

    Na overdracht moet het personeelslid het nog resterende gedeelte van de proeftijd volbrengen, overeenkomstig de regeling die is opgenomen in het Vlaams Personeelsstatuut (VPS). De resterende duur wordt bepaald door de lijnmanager. Hierbij wordt rekening gehouden met de minima en maxima opgenomen in het VPS.
    Bv.
    - Stel dat men bij de provincie voor een personeelslid van niveau D een proeftijd van drie maanden heeft opgelegd dan zal het overgedragen personeelslid zijn proeftijd verderzetten tot de vier maanden (= het minimum dat voorzien is in het VPS) bereikt zijn.
    - Als de vastgestelde proeftijd bij de provincie langer is dan de proeftijd die voor een bepaald niveau bij de Vlaamse overheid wordt opgelegd en het personeelslid heeft reeds het cf. het VPS maximaal vereiste aantal maanden proeftijd doorlopen, zal aan de provincie gevraagd worden om het personeelslid in kwestie voor de overdracht te evalueren. Een positieve evaluatie heeft dan een onmiddellijke vaste benoeming bij de Vlaamse overheid tot gevolg.

    5.3 Schorsen afwezigheden de proeftijd op?

    Bij de Diensten van de Vlaamse overheid (DVO) bedraagt één maand proeftijd 21 werkdagen. Een werkdag is hierbij gelijk aan een dag waarop een personeelslid ofwel voltijds, ofwel deeltijds prestaties heeft geleverd. Verder worden ook de feestdagen, het verlof tussen Kerstmis en Nieuwjaar, de inhaalrust en de dienstvrijstellingen met een werkdag gelijkgesteld.

    De proeftijd wordt opgeschort als een personeelslid een volledige dag afwezig is (bv. door jaarlijks verlof, ziekte, deeltijdse prestaties met volledige dag afwezigheid). Heeft een personeelslid op een welbepaalde dag prestaties geleverd, dan telt deze dag volledig mee als gewerkte dag.

    Terug naar overzicht

    1. ANCIËNNITEITEN

    6.1 De anciënniteiten worden overgenomen. Ook de privé-anciënniteit voor de berekening van de geldelijke anciënniteit?

    Inderdaad, deze wordt mee overgenomen. Privé-anciënniteit die bij de provincie niet aangerekend werd, wordt ook bij de Diensten van de Vlaamse overheid (DVO) niet gevaloriseerd. Later, bij een eventuele nieuwe betrekking bij de DVO via bv. bevordering, kan de functierelevante privé-ervaring wel gevaloriseerd worden.

    Terug naar overzicht

    1. VERLOFREGELING

    7.1 VERLOFAANVRAGEN

    7.1.1.Hoe vraag ik bij de Vlaamse overheid een verlof aan m.i.v. 1/1/2018?

    Voor de aanvraag van een (onbezoldigd) verlof m.i.v. 1/1/2018 vind je hierbij de nodige informatie:

    Als je een nieuw verlof wil aanvragen m.i.v. 1/1/2018, gelieve dan een scan van het ingevulde en ondertekende aanvraagformulier te bezorgen aan je Vlaamse personeelsdienst, vóór 24/11/2017. De personeelsdienst legt je aanvraag voor aan je leidinggevende, zorgt voor de administratie behandeling en informeert je na verwerking van de aanvraag.

    Voor de aanvraag van bezoldigde verloven, zoals jaarlijks verlof, dien je rechtstreeks contact op te nemen met je leidinggevende bij de Vlaamse overheid.

    7.1.2. Hoe vraag ik bij de Vlaamse overheid een verlof aan na 1/1/2018?

    Voor verlofaanvragen na 1/1/2018 dien je de aanvraagprocedure en –termijnen te respecteren die gelden bij je entiteit van ontvangst. Meer informatie kan je verkrijgen bij de personeelsdienst van je entiteit.

    7.2 ARBEIDSTIJDREGELING

    7.2.1 Kan het stelsel van de halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagen week bij de Vlaamse overheid worden verder gezet?

    De halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagen wordt geregeld door federale wetgeving. Naast de betoelaging omvat deze wetgeving ook een specifieke regeling m.b.t. de impact van deze regelingen op het pensioen. Wettelijk gezien werden deze regelingen nooit op het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid van toepassing verklaard, waardoor ze bij de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) niet bestaan.

    Na overdracht zullen deze regimes dan ook niet kunnen worden verdergezet. Indien men na overheveling deeltijds wil blijven werken, voorziet het Vlaams Personeelsstatuut (VPS) de volgende mogelijkheden:

    • Verlof voor deeltijdse prestaties: dit verlof is vanaf 1 januari 2018 een recht voor alle personeelsleden gedurende zestig maanden. Bovendien is er een bijkomend recht vanaf de leeftijd van 55 jaar. Normaliter wordt een personeelslid met deeltijdse prestaties verloond a rato van het prestatieregime. In sommige gevallen wordt deze verloning evenwel door middel van een salarisbonus verhoogd.
      Voor de personeelsleden van de provincies die op het moment van overdracht genoten van de halftijdse vervroegde uittreding of vrijwillige vierdagenweek en onmiddellijk bij overdracht instappen in het verlof voor deeltijdse prestaties wordt een overgangsregeling voorzien wat betreft de salarisbonus. Meer informatie vind je onder vraag 7.5.5.
      Meer uitleg over het verlof voor deeltijdse prestaties vind je op de pagina 'Verlof voor deeltijdse prestaties (regeling vanaf 2018)'.
    • Vlaams zorgkrediet: Dit verlof is een recht en kan opgenomen worden met een voltijdse onderbreking van de loopbaan of met een vermindering van de arbeidsprestaties met de helft of een vijfde. Het personeelslid dat een zorgkrediet opneemt krijgt een verloning a rato van het prestatieregime en een uitkering. Meer uitleg over het Vlaams zorgkrediet vind je op de pagina 'Zorgkrediet'.
    • Een federaal zorgverlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of verlof voor palliatieve zorgen): ook deze verloven zijn een recht. Hieraan is een uitkering gekoppeld. Meer uitleg over de federale zorgverloven vind je op de pagina 'Federale zorgverloven'

    7.2.2 Kan men vijf dagen presteren op vier dagen?

    Theoretisch en juridisch gezien kent de Vlaamse overheid dit arbeidsregime. Of dit in praktijk wordt toegepast, hangt van de entiteit in kwestie af en wordt bepaald in het arbeidsreglement.

    7.2.3 Wat zijn de stam- en glijtijden bij Vlaanderen?

    De stamtijd is de periode waarin ieder personeelslid aanwezig moet zijn. Afwezigheid tijdens de stamtijd kan alleen gerechtvaardigd worden door verlof, ziekte, een opdracht, een zending, dienstvrijstelling enz. De glijtijd is de periode waarin het personeelslid elke dag zijn uur van aankomst of vertrek kiest, rekening houdend met de goede werking van de dienst.

    De stam- en glijtijden zijn een onderdeel van de arbeidstijdregeling. Deze laatste wordt door de lijnmanager vastgesteld in het arbeidsreglement van de entiteit.

    7.2.4 Kan men bij de Vlaamse overheid één dag per maand recuperatieverlof nemen?

    Bij de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) wordt een onderscheid gemaakt tussen extra uren op eigen initiatief en extra uren op vraag van de leidinggevende (overuren). Extra uren op eigen initiatief kan men enkel opnemen tijdens de glijtijden en kan men dus niet gebruiken om een volle of halve dag afwezig te zijn. Overuren kan men wel compenseren via recuperatieverlof tenzij deze worden uitbetaald (overloon). De lijnmanager beslist over de wijze van compensatie.

    7.2.5 Kent de Vlaamse overheid brugdagen?

    Brugdagen bestaan binnen de diensten van de Vlaamse overheid niet. Een personeelslid dat op een dergelijke dag afwezig wenst te zijn moet verlof aanvragen (bv. jaarlijkse vakantie of onbetaald verlof).
    Er wordt wel een “brug” gemaakt tussen Kerstmis en Nieuwjaar: ter vervanging van de feestdagen die tijdens het jaar samenvallen met een zaterdag of zondag, hebben de personeelsleden vakantie in de periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar.

    7.2.6 Hoe gaat Vlaanderen om met telewerken / thuiswerken?

    Binnen de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) geldt de omzendbrief Plaats en Tijdsonafhankelijk Werken (PTOW). Deze omzendbrief geeft aan de lijnmanager van iedere entiteit de opdracht om tegen 2020 een entiteitsspecifiek PTOW beleid uit te werken. Wat het recht op PTOW betreft, gaat de omzendbrief er van uit dat in principe ieder personeelslid hiervoor in aanmerking komt, tenzij de lijnmanager anders beslist en dit motiveert (bv. als de functie zich niet tot thuiswerk leent). Hierdoor verschilt de wijze waarop PTOW wordt toegepast van entiteit tot entiteit.

    7.2.7 Hoeveel bedraagt een werkdag of een halve werkdag bij de Vlaamse overheid?

    Bij de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) geldt als algemene regel de 38-urige werkweek voor voltijdse betrekkingen. Een gewone dagprestatie bedraagt 7u36, een halve dagprestatie 3u48. Gemiddeld werkt een personeelslid (bij voltijdse prestaties) dus elke dag 7u36, rekening houdend met de stam-en glijtijden van de entiteit

    Terug naar overzicht

    7.3 JAARLIJKS VERLOF

    7.3.1 Kan ik vakantiedagen van bij de provincie overdragen naar de Vlaamse overheid?

    “Provinciaal” verlof kan niet worden overgedragen naar de Vlaamse overheid. Dit verlof dient voor de overdracht te worden opgenomen.

    7.3.2 Op hoeveel dagen jaarlijks verlof heb ik bij de diensten van de Vlaamse overheid recht?

    Binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt het recht op jaarlijkse vakantie niet opgebouwd op grond van de prestaties in het voorgaande jaar, maar wel op grond van de prestaties in het lopende jaar. Aldus heeft een personeelslid dat op 1 januari 2018 in dienst treedt en voltijds werkt onmiddellijk recht op 35 dagen jaarlijks verlof. Het jaarlijks verlof kan opgenomen worden in volledige dagen of in halve dagen. 

    Vanaf de leeftijd van 55 jaar worden deze vijfendertig dagen als volgt verhoogd:
    - vanaf 55 met één dag;
    - vanaf 57 met twee dagen;
    - vanaf 58 met drie dagen;
    - vanaf 59 met vier dagen en
    - vanaf 60 met vijf dagen.

    Het aantal vakantiedagen wordt in evenredige mate verminderd met het aantal onbezoldigde verlofdagen tijdens het lopende jaar en, indien niet meer mogelijk, tijdens het daaropvolgende jaar. (bv. één jaar halftijds werken = recht op 17,5 dagen jaarlijks verlof).

    7.3.3 Bestaat er binnen de diensten van de Vlaamse overheid een mogelijkheid om verlof naar het volgende jaar over te dragen?

    Ieder personeelslid mag jaarlijks elf dagen niet opgenomen verlof overdragen naar het volgende jaar. Het overgedragen verlof moet uiterlijk voorafgaand aan de pensionering worden opgenomen. Het totaal aantal dagen opgespaard verlof kan nooit meer dan 150 dagen bedragen.

    Als een personeelslid gebruikt maakt van de mogelijkheid om dagen onbetaald verlof te nemen(max. 20 per jaar), kan het in plaats van 11 dagen maximaal 5 dagen jaarlijks verlof naar het volgende jaar overdragen.

    7.3.4 Moet een dag jaarlijks verlof op voor hand worden aangevraagd?

    Jaarlijks verlof is een recht, maar de opname ervan mag de goede werking van de dienst niet ondermijnen. Daarom moet het jaarlijks verlof op voorhand worden aangevraagd. Hoeveel op voorhand wordt bepaalt in het arbeidsreglement.
    Een personeelslid beschikt jaarlijks over vier dagen verlof waartegen het dienstbelang niet kan worden ingeroepen. D.w.z. dat bij de opname van die vier dagen een afwezigheidsmelding op de ochtend van de afwezigheid volstaat.

    7.3.5 Kunnen meeruren van bij de provincie overgedragen worden naar 2018?

    Overuren en meeruren kunnen niet worden overgedragen. Dit moet net als het jaarlijks verlof worden afgehandeld vooraf aan de overdracht.

    7.3.6 Bestaan er bij Vlaanderen vaste sluitingsdagen? En hoe zit het met eventuele extralegale feestdagen? Geldt dit ook voor de verzelfstandigde agentschappen?

    De diensten van de Vlaamse overheid (DVO) zijn gesloten tussen Kerst en Nieuwjaar (tenzij de dienst in kwestie een continudienst is). Met deze sluiting worden de feestdagen gecompenseerd die in de loop van het jaar samenvielen met een zaterdag of zondag. Als men werkt in een continudienst, dan krijgt men voor de feestdagen waarop men werkt of in rust is, vervangende vakantiedagen.
    Buiten de hogervermelde periode van collectieve sluiting kent de Vlaamse overheid geen andere periodes van collectieve sluiting.

    Verder zijn er 10 wettelijke feestdagen, een decretale feestdag (11 juli) en verlof op 2 november, 15 november en 26 december.

    Terug naar overzicht

    7.4 MOEDERSCHAPSRUST EN GEBOORTEVERLOF

    7.4.1 Een zwanger personeelslid bevindt zich op het moment van de overdracht in de periode van zes weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. Kunnen de arbeidsdagen en de met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich bij de provincie tijdens deze periode voordeden bij de Vlaamse overheid gebruikt worden om de negen weken verplichte postnatale rust te verlengen?

    De Arbeidswet van 16 maart 1971 regelt de moederschapsrust. Aangezien deze wet de bescherming van het personeelslid als doel heeft, kan een bevallen personeelslid de dagen arbeid en met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich vanaf de zesde week voor de bevallingsdatum bij de provincie voordeden, gebruiken om bij de Diensten van de Vlaamse overheid (DVO) haar negen weken postnatale rust te verlengen.

    7.4.2 Hoe is het geboorteverlof geregeld bij de diensten van de Vlaamse overheid?

    Statutaire en contractuele personeelsleden hebben n.a.v. de geboorte van een kind recht op 10 dagen geboorteverlof die moeten worden opgenomen binnen de vier maanden na de geboorte.

    Dit verlof wordt in eerste instantie toegekend aan de persoon die een afstammingsband heeft met het kind. Neemt niemand het verlof op grond van afstamming op, dan kan het worden opgenomen door de persoon die samenwoont of gehuwd is met de moeder van het kind.

    Het loon van een statutair personeelslid wordt gedurende het volledige verlof doorbetaald. Dat van een contractueel tijdens de eerste drie dagen. Gedurende de zeven resterende dagen ontvangt men een uitkering die door de werkgever wordt aangevuld met een toelage die het verschil tussen de uitkering en het nettoloon dekt.

    Terug naar overzicht

    7.5 VERLOF VOOR DEELTIJDSE PRESTATIES

    7.5.1 Blijven de deeltijdse contracten (4/5, halftijds) behouden bij de Vlaamse overheid? Als een personeelslid voltijds is aangesteld maar deeltijds werkt door middel van een verlofstelsel, wordt dit personeelslid dan voltijds of deeltijds overgedragen?

    Een personeelslid komt over met het contract zoals het bij de provincie gold. D.w.z. dat een personeelslid met een voltijdse arbeidsovereenkomst, dat tijdelijk deeltijds werkt via een verlofvorm, met zijn voltijdse arbeidsovereenkomst overkomt. Als het gaat om een verlofstelsel dat vergelijkbaar is aan één van de verloven die zijn opgenomen in het Vlaams Personeelsstatuut (VPS), dan kan een lopend verlof worden verdergezet. In dat geval kunnen de betrokken personeelsleden verder deeltijds blijven werken t.e.m. de voorziene einddatum. Een verlenging is nadien mogelijk conform de regels die zijn opgenomen in het VPS.
    Werd een contractueel personeelslid evenwel aangeworven met een deeltijds contract, dan komt het personeelslid over met het desbetreffende deeltijdse contract.

    7.5.2 Kunnen personeelsleden die deeltijds werken via het systeem van de verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden deze deeltijdse prestaties na overdracht verder zetten?

    De verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden is een verlofstelsel dat binnen de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) vergelijkbaar is met het verlof voor deeltijdse prestaties. Hierdoor kan een overdragen ambtenaar na overdracht deze verlofvorm tot de initieel voorziene einddatum verderzetten. Wat de verlengingen na afloop betreft, zijn de regels van het Vlaams personeelsstatuut van toepassing. Meer informatie over het verlof voor deeltijdse prestaties vind je op de pagina 'Verlof voor deeltijdse prestaties'.
    Contractuele personeelsleden kunnen deeltijds werken via een vermindering van de arbeidsduur. Dit gebeurt via een deeltijdse arbeidsovereenkomst (of de opmaak van een addendum bij de arbeidsovereenkomst, waarbij de arbeidsduur wordt aangepast). Vanaf 1 januari 2018 hebben contractuele personeelsleden bij de Vlaamse overheid ook de mogelijkheid om gebruik te maken van het verlof voor deeltijdse prestaties. Meer informatie over het verlof voor deeltijdse prestaties - zie hierboven.

    7.5.3 Welke personeelsleden hebben recht op verlof voor deeltijdse prestaties?

    Zowel het contractuele als statutaire personeelsleden hebben recht op 60 maanden verlof voor deeltijdse prestaties. Na afloop van dit recht is een verderzetting als gunst mogelijk. Ook wordt er vanaf de leeftijd van 55 jaar een bijkomend recht toegekend.

    Wordt men evenwel met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur of een vervangingsovereenkomst tewerkgesteld, dan is het verlof een gunst, tenzij men reeds twee jaar in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid. Prestaties bij de provincies tellen mee voor de berekening van deze twee jaar.

    7.5.4 Wat zijn de opnamemodalititeiten voor het verlof voor deeltijdse prestaties?

    Het verlof voor deeltijdse prestaties kan voor minstens drie maanden en maximum twaalf maanden aangevraagd worden. Enkel prestatieregimes 90%, 80%, 70%, 60% of 50% zijn mogelijk. Het gekozen regime en rooster kan gedurende drie maanden niet gewijzigd worden.  De opnamemodaliteiten worden vastgesteld in overleg met de lijnmanager.

    Het verlof voor deeltijdse prestaties wordt steeds gelijkgesteld met dienstactiviteit en heeft dus geen invloed op de berekening van de geldelijke anciënniteit en de functionele loopbaan van de ambtenaar. Het salaris wordt uitbetaald a rato van het prestatieregime. In sommige gevallen wordt deze verloning evenwel door middel van een salarisbonus verhoogd. Meer informatie over het verlof voor deeltijdse prestaties vind je op de pagina 'Verlof voor deeltijdse prestaties'..

    7.5.5 Welke zijn de modaliteiten voor de salarisbonus bij opname van het verlof voor deeltijdse prestaties?

    • Vanaf 1/1/2018 geldt volgende algemene regeling:

    Statutaire en contractuele personeelsleden die een verlof voor deeltijdse prestaties opnemen en die voldoen aan volgende voorwaarden, krijgen een salarisbonus toegekend:
    1. de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben;
    2. als éénoudergezin een kind jonger dan 15 jaar ten laste hebben;
    3. een gehandicapt kind ten laste hebben;
    4. personeelsleden die mantelzorg verstrekken aan een inwonend gezins- of familielid in de eerste of tweede graad.

    In de gevallen 2 t.e.m. 4 wordt de bonus gedurende vijf jaar toegekend.

    Naast de rechthebbende categorieën geldt er ook een salarisplafond. Hierdoor krijgen personeelsleden die tot de categorieën behoren, maar meer dan het plafond verdienen, geen bonus. Het plafond bedraagt € 37.000 bruto/ jaar (aan 100% - dit bedrag moet dus geïndexeerd worden), inclusief toelagen.

    Indien het brutosalaris tussen € 35.000 (aan 100%) en € 37.000 (aan 100%) ligt, inclusief toelagen, krijgt het personeelslid een salarisbonus van 15% van het salaris dat het verliest door de opname van het verlof. Indien het brutosalaris minder dan € 35.000 (aan 100%) bedraagt, inclusief toelagen, krijgt het personeelslid een salarisbonus van 20%.

    • Voor statutaire personeelsleden van de provincies die op het moment van overdracht genoten van de halftijdse vervroegde uittreding of vrijwillige vierdagenweek en onmiddellijk bij overdracht instappen in het verlof voor deeltijdse prestaties wordt een overgangsregeling Tot uiterlijk 31/12/2019 kunnen deze personeelsleden onder ruimere voorwaarden genieten van de salarisbonus, zijnde:
      • vijftig jaar zijn of ouder;
      • minstens twee kinderen ten laste hebben die de leeftijd van vijftien jaar nog niet hebben bereikt;
      • één kind ten laste hebben dat recht heeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn/haar aandoening of handicap;
      • als éénoudergezin minstens één kind ten laste hebben dat de leeftijd van vijftien jaar nog niet bereikt heeft of
      • mantelzorg verlenen aan een inwonend gezins- of familielid in de eerste of tweede graad.

    Vanaf 1/1/2020 gelden de voorwaarden voor de salarisbonus cf. de algemene regeling (zie vorig punt).

    Terug naar overzicht

    7.6 ZORGKREDIET EN VERLOF VOOR LOOPBAANONDERBREKING ALGEMEEN STELSEL/TOT AAN DE PENSIOENLEEFTIJD

    7.6.1 Kan ik mijn loopbaanonderbreking (zowel het verlof, als de uitkering) na overdracht verderzetten?

    Zowel het verlof als de uitkering lopen verder tot de voorziene einddatum. Normaliter heeft de wijziging van werkgever een stopzetting van de onderbrekingsuitkeringen voor gevolg. Omdat het in deze evenwel gaat om een ambtshalve overdracht wordt voorzien in een uitzondering op deze regel, waardoor zowel het verlof als de uitkering kunnen verderlopen.

    7.6.2 Kan het Vlaams zorgkrediet (zowel het verlof, als uitkeringen) verdergezet worden en onder welke hoedanigheden?

    Zowel het verlof als de uitkering lopen verder tot de voorziene einddatum. Normaliter heeft de wijziging van werkgever een stopzetting van de onderbrekingsuitkeringen voor gevolg. Omdat het in deze evenwel gaat om een ambtshalve overdracht wordt voorzien in een uitzondering op deze regel, waardoor zowel het verlof als de uitkering kunnen verderlopen.

    7.6.3 Hoe ziet het zorgkrediet er bij de diensten van de Vlaamse overheid uit?

    Informatie over het Vlaams zorgkrediet vind je op https://overheid.vlaanderen.be/zorgkrediet.

    Bij de opname van het Vlaams zorgkrediet krijg je een uitkering van het Departement Werk en Sociale Economie. Meer informatie daarover vind je op http://www.werk.be/online-diensten/vlaams-zorgkrediet.

    Terug naar overzicht

    7.7 FEDERALE ZORGVERLOVEN: OUDERSCHAPSVERLOF, BIJSTANDSVERLOF OF PALLIATIEF VERLOF

    7.7.1 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking nemen voor het verzorgen van een zwaar ziek gezins-of familielid?

    Informatie over het verlof voor bijstand vind je op https://overheid.vlaanderen.be/verlof-voor-bijstand.

    De Sociale Dienst van de Vlaamse overheid voorziet een extra tegemoetkoming.  Meer informatie vind je op de site van de Sociale Dienst: http://www2.vlaanderen.be/socialedienst/dienstverlening/loopbaanonderbreking/lo_pall.html

    Tijdens de loopbaanonderbreking krijg je een uitkering van de RVA.  Je kan de bedragen raadplegen op de site van de RVA: http://www.rva.be/nl/documentatie/baremas/loopbaanonderbreking-tijdskrediet#24782

    7.7.2 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof opnemen?

    Informatie over het ouderschapsverlof vind je op https://overheid.vlaanderen.be/ouderschapsverlof.

    Tijdens de loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof krijg je een uitkering van de RVA.  De bedragen vind je terug op de site van de RVA: http://www.rva.be/nl/documentatie/baremas/loopbaanonderbreking-tijdskrediet#16234

    Bij de Vlaamse overheid geldt geen anciënniteitsvoorwaarde om het recht op ouderschapsverlof te bekomen. Je moet enkel in dienstactiviteit zijn, ongeacht je anciënniteit. Dit i.t.t. de provincies, waar je pas recht heb op ouderschapsverlof indien je in de loop van de 15 maanden die aan de aanvraag voorafgaan gedurende 12 maanden door een arbeidsovereenkomst met je werkgever verbonden was.

    7.7.3 Onder welke modaliteiten kan ik loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen opnemen?

    Informatie over het palliatief verlof vind je op https://overheid.vlaanderen.be/palliatief-verlof

    De Sociale Dienst van de Vlaamse overheid voorziet een extra uitkering. Meer informatie vind je op de site van de Sociale Dienst: http://www2.vlaanderen.be/socialedienst/dienstverlening/loopbaanonderbre....

    Tijdens de loopbaanonderbreking in het kader van palliatieve zorgen krijg je een uitkering van de RVA.  De bedragen vind je terug op de site van de RVA: http://www.rva.be/nl/documentatie/baremas/loopbaanonderbreking-tijdskrediet#16234

    Terug naar overzicht

    7.8 VORMINGSVERLOF

    7.8.1 Kan een personeelslid vormingsverlof krijgen voor het volgen van een welbepaalde opleiding?

    Een personeelslid krijgt vormingsverlof op voorwaarde dat de te volgen vorming een meerwaarde is voor de organisatie. De afweging of een opleiding al dan niet een meerwaarde is, behoort tot de bevoegdheid van de leidinggevende die eveneens het aantal uren/dagen verlof bepaalt.

    7.8.2 Indien een langdurige opleiding momenteel wordt betaald door de werkgever, kan Vlaanderen dat dan over nemen?

    Hierop kan geen generiek antwoord gegeven worden. Dit zal voor het individuele personeelslid moeten worden voorgelegd aan de bevoegde lijnmanager.

    Terug naar overzicht

    7.9 ONBETAALD VERLOF

    7.9.1 Op het moment van de overdracht is een ambtenaar afwezig als een gevolg van een onbetaald verlof. Kan dit verlof na de overdracht verder gezet worden?

    Na de overdracht kan dit onbetaald verlof tot de toegestane einddatum worden verdergezet. Eventuele verlengingen dienen wel te gebeuren overeenkomstig de regels voorzien in het VPS.

    7.9.2 Onder welke modaliteiten kan ik onbetaald verlof opnemen?

    Het onbetaald verlof is bij de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) voor het statutair en contractueel personeel op dezelfde wjze geregeld:

    • recht op 20 dagen per jaar, op te nemen in volle of halve dagen. Ook personeelsleden op proef hebben recht op dit verlof. Dit verlof wordt pro rata verminderd in geval een personeelslid deeltijds werkt of tijdens het jaar in dienst treedt.
    • Een jaar op te nemen met volle maanden gedurende de volledige loopbaan. Indien men tewerkgesteld wordt met een overeenkomst voor bepaalde duur of met een vervangingsovereenkomst dan is het verlof een gunst, tenzij men twee jaar ononderbroken in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid. De tewerkstelling bij de provincie telt mee voor de berekening van de twee jaar.
    • Bijkomend: een jaar op te nemen met volle maanden vanaf de leeftijd van 55 jaar. Indien men tewerkgesteld wordt met een overeenkomst voor bepaalde duur of met een vervangingsovereenkomst dan is het verlof een gunst tenzij men twee jaar ononderbroken in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid. De tewerkstelling bij de provincie telt mee voor de berekening van de twee jaar.

    Terug naar overzicht

    7.10 PLEEGZORGVERLOF

    7.10.1 Onder welke modaliteiten kan ik pleegzorgverlof opnemen?

    Het pleegzorgverlof kan worden genomen gedurende zes werkdagen per jaar, door personeelsleden die in het kader van pleegzorg werden aangeduid als pleegouder.

    De verloning bedraagt voor een statutair personeelslid 82% van het bruto loon. Contractuele personeelsleden krijgen een uitkering.

    Terug naar overzicht

    7.11 VERLOF VOOR TEWERKSTELLING VAN STATUTAIRE AMBTENAREN TEN BEHOEVE VAN EEN WERKGEVER BUITEN DE DIENSTEN VAN DE VLAAMSE OVERHEID VOOR DE UITOEFENING VAN TAKEN IN HET BELANG VAN DE VLAAMSE OVERHEID

    7.11.1 Ik word ter beschikking gesteld aan een externe partner via een overeenkomst. Wat houdt dit juist in?
    De overeenkomst wordt gesloten tussen de twee werkgevers (Vlaamse overheid en externe werkgever), en bepaalt de arbeidsvoorwaarden die zullen gelden tijdens de uitvoering van de taken voor de externe werkgever. Omdat men in zijn hoedanigheid van ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid aan een externe werkgever ter beschikking wordt gesteld, zal de overeenkomst wat de arbeidsvoorwaarden betreft het Vlaams Personeelsstatuut van kracht bepalen. Verder worden er afspraken gemaakt rond beheer van het personeelsdossier, evaluatiebevoegdheid, standplaats, …

    Meer informatie over de specifieke modaliteiten kan je bekomen bij je entiteit van ontvangst.

    7.11.2 Waar wordt mijn standplaats vastgesteld tijdens de terbeschikkingstelling aan een externe werkgever?

    Bij overdracht naar de Vlaamse overheid wordt je standplaats vastgesteld in Brussel. Vervolgens wordt in de overeenkomst met de externe werkgever je standplaats bij die externe werkgever bepaald. Bij eventuele terugkeer naar de Vlaamse overheid, wordt je standplaats dan terug Brussel.

    Terug naar overzicht

    1. ZIEKTEREGELING

    8.1 Een statutair personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid beschikt over een contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Welke bij de provincie voorgedane ziekteafwezigheden worden op dit contingent aangerekend?

    Op het contingent van 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval worden alle ziekteafwezigheden in de hoedanigheid van ambtenaar aangerekend die zich sinds 1 januari 1994 bij de provincie voordeden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen ziekteverlof en disponibiliteit wegens ziekte: beide worden op dezelfde manier aangerekend. Die ziekteafwezigheden die zich tijdens een voorgaande contractuele tewerkstelling voordeden, worden niet op het ziektecontingent aangerekend.

    Op de 63ste verjaardag van het statutair personeelslid begint er, parallel met het contingent 666 werkdagen, een nieuw ziektecontingent te lopen. Het statutair personeelslid dat sinds zijn 63ste verjaardag 365 kalenderdagen afwezig is geweest wegens ziekte of ongeval wordt immers op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval.

    Op 1 januari 2018 moeten bijgevolg op dit contingent van 365 kalenderdagen alle ziektedagen worden aangerekend die zich sinds de 63ste verjaardag bij de provincie voordeden.

    8.2 Als ambtenaar bij de provincie krijgt men 21 ziektedagen per jaar. Deze dagen worden bij het totaal opgeteld als er geen afwezigheid door ziekte is geweest. Zullen de opgespaarde ziektedagen mee gaan naar de gewesten of werkt men daar met een ander systeem?

    In tegenstelling tot het provinciale ziektecontingent is de hoogte van het Vlaamse ziektecontingent niet afhankelijk van de anciënniteit van de ambtenaar. Een Vlaamse ambtenaar beschikt namelijk van bij de start van zijn statutaire loopbaan over een contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Bij dit contingent worden de ziektedagen die een overgedragen personeelslid bij de provincie niet heeft opgenomen niet opgeteld. Een overgedragen ambtenaar kan zijn niet opgenomen ziekteverlof dus niet meenemen naar de Vlaamse overheid.

    8.3 Worden dagen disponibiliteit wegens ziekte aangerekend op het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte?

    Ja, op voorwaarde dat deze dagen zich voordeden na 31 december 1993.

    8.4 Wordt het contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte pro rata verminderd in geval van deeltijdse prestaties?

    Een ambtenaar die deeltijds werkt heeft net als een ambtenaar die voltijds werkt recht op een ziektecontingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval.
    Is een deeltijds tewerkgestelde ambtenaar ziek op een dag waarop hij door zijn arbeidsregime niet moet werken, dan wordt deze afwezigheid ook niet aangerekend op het ziektecontingent.

    8.5 Binnen de diensten van de Vlaamse overheid bestaat er naast het contingent 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval ook een contingent 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Wat is het verschil tussen beide contingenten wanneer de ambtenaar deze uitput?

    Put een ambtenaar het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval uit dan bestaat de kans dat hij wordt doorgestuurd naar Medex (federale dienst voor de definitieve ongeschiktverklaring). Een ambtenaar zal uiteindelijk op rust worden gesteld op voorwaarde dat Medex hem definitief ongeschikt verklaart.

    Op het contingent 365 kalenderdagen wegens ziekte of ongeval worden alle ziekteafwezigheden aangerekend die zich sinds de drieënzestigste verjaardag voordeden. Put een ambtenaar dit contingent uit, dan wordt hij – zonder ongeschiktverklaring door Medex –op rust gesteld op de eerste dag van de maand volgend op de uitputting van het contingent.

    8.6 Een ambtenaar die bij de provincie zijn ziektecontingent uitput, bevindt zich in de administratieve toestand disponibiliteit en valt terug op een deeltijds loon. Is dit ook zo bij de Vlaamse overheid?

    Ambtenaren die voor de overdracht terug zijn gevallen op disponibiliteit wegens ziekte hebben, indien zij op het moment van de overdracht nog steeds ziek zijn, terug recht op het volledig loon. De Diensten van de Vlaamse Overheid (DVO) kennen immers geen regeling inzake disponibiliteit.

    8.7 Heeft een contractueel personeelslid dat op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte vanaf de overdracht onmiddellijk recht op dertig kalenderdagen gewaarborgd loon?

    Nee. Voor de uitbetaling van het gewaarborgd loon moet steeds gekeken worden naar het begin van de arbeidsongeschiktheidsperiode die zich in deze situeert bij de provincie.
    Hierdoor heeft een contractueel personeelslid dat op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte of ongeval:
    - enkel recht op het restant van de dertig kalenderdagen gewaarborgd loon die hij/zij bij de provincie nog niet heeft opgenomen;
    - geen recht op gewaarborgd loon als zij/hij voor de desbetreffende arbeidsongeschiktheid bij de provincie al dertig kalenderdagen gewaarborgd loon heeft opgenomen.

    8.8 Bestaat de regeling voor deeltijdse werkhervatting na ziekte bij statutairen en contractuelen? En hoe werkt die?

    Wat de contractuele personeelsleden betreft, passen de diensten van de Vlaamse overheid de regeling toe die vervat zit in de ZIV(ziekte- en invaliditeitsverzekering)-reglementering. Deze regeling komt neer op een deeltijdse hervatting van de arbeid na akkoord van de adviserend geneesheer van de mutualiteit.

    Wat de statutairen betreft omvat het Vlaams Personeelsstatuut (VPS) een eigen regeling. Statutaire personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte kunnen deeltijds hervatten voor zover de deeltijdse hervatting bijdraagt tot een voltijdse hervatting op termijn. M.a.w. dit systeem wordt enkel toegestaan als na verloop van tijd een voltijdse hervatting er nog in zit. Praktisch gezien wordt dit systeem toegekend door het ziektecontroleorgaan, dat ook beslist over het regime (minimaal 50%) en over de duur (maximaal drie maanden). Wat de duur betreft, kan het controleorgaan het systeem meermaals verlengen zolang de voltijdse hervatting op termijn een optie blijft. Tijdens een periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte behoudt de ambtenaar zijn volledig loon.

    Meer informatie vind je op https://overheid.vlaanderen.be/ziekteverlof.

    Vanaf 1 januari 2018 komt er tevens een nieuwe verlofmogelijkheid voor statutaire personeelsleden met een handicap of chronische ziekte (voor contractuele geldt de ZIV-reglementering).

    Dit verlof kan enkel toegestaan worden indien de ambtenaar:
    - beschikt over een externe erkenning als persoon met een handicap of chronische ziekte, vb. via de VDAB of VAPH
    - beschikt over een beslissing van de arbeidsgeneesheer dat het deeltijds werken een meerwaarde heeft voor het personeelslid

    Als het verlof toegekend wordt, worden volgende zaken verankerd in een integratieprotocol:
    - arbeidsregime: kan enkel voor 50, 60, 70 of 80%
    - opnamemodaliteiten
    - looptijd van het verlof: beperkt in duur of voor onbepaalde duur
    - evaluatiemomenten

    De ambtenaar heeft tijdens het verlof recht op het salaris a rato van het arbeidsregime, inclusief een salarisbonus van 30% van het loon dat hij verliest door de vermindering van de prestaties. Het jaarlijks verlof wordt verminderd pro rata het arbeidsregime. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit, dus heeft geen invloed op het verloop van de geldelijke loopbaan en de functionele loopbaan.

    Terug naar overzicht

    1. BEZOLDIGINGSREGELING

    9.1 In welke Vlaamse schaal word ik ingeschaald?

    Een overzicht van de Vlaamse loopbanen en daaraan verbonden schalen vind je terug onder vraag 2.7.

    De bedragen gekoppeld aan de vermelde Vlaamse schalen vind je terug in dit document .

    Let op: het aantal jaren geldelijke anciënniteit is bepalend voor de trap waarin men verloond wordt in een bepaalde salarisschaal. De geldelijke anciënniteit wordt overgenomen van bij de provincie.

    Het aantal jaren schaalanciënniteit is dan weer bepalend voor de volgende sprong naar een hogere salarisschaal in de functionele loopbaan. Bij de overgang naar een nieuwe salarisschaal start de schaalanciënniteit terug van nul, in tegenstelling tot de geldelijke anciënniteit die gewoon doorloopt.

    (Let wel op: momenteel is de inschaling nog niet definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. Deze goedkeuring wordt verwacht half december.)

    9.2 Soms wordt gewerkt met overgangsschalen. Bedoelt men een schaal of een bedrag?

    Een overgangssalarisschaal  is een volwaardige salarisschaal met tussentijdse verhogingen, die gecreëerd wordt om een evenwaardige bezoldiging te waarborgen indien de Vlaamse basisschalen ontoereikend zijn. Het bedrag dat men krijgt op de datum van overheveling wordt dus niet bevroren. Men behoudt deze overgangsschaal zolang de organieke (basis)schaal niet voordeliger is.

    9.3 Worden maaltijdcheques toegekend bij de diensten van de Vlaamse overheid?

    Ja. De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 7 euro per gewerkte dag. De werknemersbijdrage bedraagt daarin 1,09 euro.

    9.4 Wordt in de vergelijking van de bezoldiging bij de provincie met die bij de Vlaamse overheid rekening gehouden met de maaltijdcheques?

    Neen, aangezien ook bij de provincies maaltijdcheques worden toegekend (zij het dat het bedrag van de maaltijdcheques verschilt naargelang de provincie). De vergelijking wordt gemaakt op basis van salaris, eindejaarstoelage en vakantiegeld.

    In de vergelijking van de bezoldigingen wordt dus geen rekening gehouden met de maaltijdcheques. Bij de Vlaamse overheid krijgt men maaltijdcheques aan 7 euro per gewerkte dag.

    9.5 Worden overuren betaald?

    Overuren op vraag van de leidinggevende kunnen naar keuze worden gecompenseerd in recuperatieverlof of uitbetaald. Indien het recuperatieverlof niet binnen de 4 maanden is opgenomen, worden de overuren betaald (1/1850 per uur).

    Onder overuren wordt verstaan, de opgelegde prestaties boven op de uren die voor het personeelslid vastgesteld zijn in de toepasselijke arbeidstijdregeling. Voor een personeelslid op wie de normale arbeidstijdregeling van toepassing is, zijn dat prestaties boven 38 uur per week en/of 7.36 uur per dag.

    9.6 Een personeelslid is titularis van een waarnemingstoelage. Behoudt hij deze na de overheveling?

    Neen. Men komt immers in een nieuwe organisatie terecht. Het normale salaris verbonden aan de organieke graad wordt uitgekeerd. Na de overdracht is het aan de nieuwe leidinggevende om te bepalen of desgevallend een tijdelijke functieverzwaring (cf. regeling voorzien in het Vlaams Personeelsstatuut) nodig is.

    9.7 Wat zijn de sociale voordelen bij de Vlaamse overheid (tussenkomst voor vakantiekampen van kinderen, groepsverzekering,…)?

    De sociale voordelen zijn terug te vinden in deel VII van het Vlaams Personeelsstatuut (op de website van de Vlaamse overheid http://www.bestuurszaken.be/vps (externe link)) en de site van de vzw Sociale Dienst voor het Vlaams Overheidspersoneel (http://www2.vlaanderen.be/socialedienst/).
    Zo kent de Vlaamse overheid ook een hospitalisatieverzekering. Er bestaat eveneens een regeling van terugbetaling van het remgeld en van tussenkomsten voor jeugd- en gezinsvakanties binnen specifieke voorwaarden (zie hogergenoemde website Sociale Dienst).

    9.8 Behouden de personeelsleden de toelagen en vergoedingen die ze bij de provincie genoten?

    In het algemeen gelden de volgende principes:
    1) de toelage of vergoeding heeft een (nagenoeg) identieke tegenhanger in het Vlaams Personeelsstatuut (VPS): de regeling van het VPS geldt (bv. de toelage voor overuren, zondag- en nachtwerk);
    2) de toelage of vergoeding is wegens de bijzondere toekenningvoorwaarden zonder voorwerp bij de Vlaamse overheid: deze toelage vervalt;
    3) de toelage of vergoeding is qua inhoud analoog aan die van het VPS, maar is veel voordeliger: deze wordt gewaarborgd via een overgangsartikel in het VPS voor de betrokken overgedragen personeelsleden (bv. zaterdagwerk);
    4) de toelage heeft geen tegenhanger in het VPS: indien nog verantwoord wordt deze gewaarborgd in het VPS door een overgangsartikel voor de betrokken overgedragen personeelsleden.

    9.9 Welke vergoedingen zijn er in het kader van woon-werkverkeer?

    - De werkgever neemt de kosten van een abonnement op het openbaar vervoer naar en van de plaats van het werk volledig ten laste. Het supplement voor een abonnement in eerste klasse van de NMBS blijft ten laste van het personeelslid.

    - Het personeelslid dat zijn werkplaats moeilijk of niet met het gemeenschappelijk openbaar vervoer kan bereiken, heeft recht op een tegemoetkoming zoals bepaald in artikel VII 99, VII 100 of VII 100bis van het Vlaams Personeelsstatuut (VPS).

    - Het personeelslid dat het volledige of een gedeelte van het woon-werktraject met de fiets aflegt, ontvangt een fietsvergoeding van 0,21 euro per kilometer.

    Meer informatie aangaande deze tussenkomsten is terug te vinden op https://overheid.vlaanderen.be/BVR_Deel07-T4

    9.10 Het APB Sport heeft een polis omnium voor eigen wagen tijdens dienstverplaatsingen. Heeft Vlaanderen dat?

    Binnen de Vlaamse overheid wordt dit geregeld via een omzendbrief. Op basis van deze omzendbrief komt de werkgever tussen indien het personeelslid tijdens een dienstverplaatsing schade oploopt aan de eigen wagen. Deze omzendbrief is wel pas van kracht nadat de eigen verzekering van het personeelslid eerst is tussen gekomen. De Vlaamse overheid vergoedt dus het gedeelte van de schade (inclusief de franchise) dat de eigen verzekering van het personeelslid niet ten laste neemt. https://overheid.vlaanderen.be/omzendbrief-dvobzpo20075

    9.11 Wordt de provinciale hospitalisatieverzekering behouden?

    Neen. De Vlaamse hospitalisatieregeling komt in de plaats. Meer gegevens daaromtrent zijn terug te vinden op https://overheid.vlaanderen.be/hospitalisatieverzekering

    9.12 Blijft de tweede pensioenpijler behouden na de overdracht?

    Ja. Na de overdracht blijft de tweede pensioenpijler behouden maar de wijze waarop is nog in onderzoek.

    9.13 In januari ontvangen de statutairen personeelsleden die vanuit de provincies worden overgedragen (m.u.v. Vlaams-Brabant) een loonvoorschot. Hoeveel bedraagt dit voorschot en wanneer mag ik dit verwachten?

    Zoals aangekondigd op de infosessie, voorzien we begin januari een loonvoorschot op het loon van januari. Dit loonvoorschot zal worden uitbetaald ten laatste op 9 januari ’18.

    De voorziene bedragen zijn:

    • A niveau (VO schaal): 1150€ netto
    • B niveau (VO schaal): 900€ netto
    • C niveau (VO schaal): 850€ netto
    • D niveau (Vo schaal): 800€ netto

     

    Je kan dit voorschot ook weigeren. Neem dan tijdig contact op met de personeelsdienst van je entiteit.

    Terug naar overzicht