chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Veelgestelde vragen n.a.v. overdracht personeel

    0. Administratieve toestand, arbeidsvoorwaarden en evaluatie
    1. Proeftijd
    2. Loopbaan
    3. Anciënniteiten
    4. Verlofregeling

    4.1. Arbeidstijdregeling
    4.2. Jaarlijks verlof
    4.3. Moederschapsrust
    4.4. Verlof voor deeltijdse prestaties
    4.5. Verlof voor loopbaanonderbreking
    4.6. Vormingsverlof
    4.7. Omstandigheidsverlof
    4.8. Onbetaald verlof
    4.9. Politiek verlof
    4.10. Dienstvrijstellingen

    5. Ziekteregeling
    6. Bezoldigingsregeling
    7. Hospitalisatieverzekering

     

    Vragen

    0.  Administratieve toestand, arbeidsvoorwaarden en evaluatie

    1. In welke graad komt men terecht als men geslaagd is voor een bevorderingsexamen maar nog niet bevorderd werd?
    2. Is er terugkeer mogelijk naar de federale overheid?
    3. Is er na de overheveling mogelijkheid om een andere standplaats/aanstelling te kiezen? Als dit het geval is, wat is dan hiervoor de procedure?
    4. Behoudt men na de overheveling de functie die men federaal had als contractueel of krijgt men een gewijzigd contract aangepast aan de werkelijke functie?
    5. Wat met de Rosetta-contracten?
    6. Heeft een negatieve evaluatie van het werkjaar bij de federale overheid gevolgen bij de Vlaamse overheid?
    7. Houdt de Vlaamse overheid bij een eventueel ontslag bij de berekening van de opzeggingstermijn met de rugzak die door het eenheidsstatuut werd ingevoerd?

    1. Proeftijd

    1. Is er een proefperiode na de overheveling?
    2. Blijft de proeftijd van een personeelslid na overdracht verderlopen?
    3. Bij de federale overheid bedraagt de proeftijd van een niveau C en B één jaar. Bij de Vlaamse overheid maximaal  negen maanden. Moet een personeelslid van niveau B of C dat al effectief een proeftijd van bijvoorbeeld tien maanden heeft volbracht zijn proeftijd na overdracht verderzetten?
    4. Schorsen afwezigheden de proeftijd op?

    2. Loopbaan

    1. Welke examens zijn binnen de DVO mogelijk?
    2. Kunnen contractuelen deelnemen aan overgangsexamens of kunnen zij statutair worden?
    3. Is voor overgangsexamens een diploma nodig?
    4. Hebben bij bevorderingsprocedures eigen Vlaamse personeelsleden voorrang op overgehevelden?
    5. Bepaalde overgangsexamen worden afgehandeld over verschillende jaren. Zal men daar rekening mee houden bij de overheveling?
    6. Zijn er opleidingen om de functionele loopbaan uit te bouwen?
    7. Waaruit bestaat de bijkomende selectietest bij bevorderingsexamens en wat als wat als men er niet voor slaagt?
    8. Blijft de generieke screening niveau A geldig?
    9. Bljft de federale loopbaan na de overheveling behouden?

    3. Anciënniteiten

    1. De anciënniteiten worden overgenomen. Ook de privé-anciënniteit voor de berekening van de geldelijke anciënniteit?
    2. Is het normaal dat in sommige gevallen de geldelijke anciënniteit van de federale personeelsleden die op datum van overheveling betaald werden in een nieuwe federale schaal (vanaf 1/1/2014) verminderd wordt?
    3. Gaat de reële geldelijke anciënniteit voor de titularissen van een nieuwe federale schaal verloren bij de overheveling?
    4. Hoe krijgt men de reële geldelijke anciënniteit terug?
    5. Gebeurt de teruggave ongeacht de administratieve toestand?
    6. Wordt nog rekening gehouden met de bij de DVO bij de overheveling extra toegekende geldelijke anciënniteit (bijv. door de afscahffing van de leeftijdsklassen)?

    4. Verlofregeling

    4.1 Arbeidstijdregeling

    1. Kan het stelsel van de halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagen week bij de Vlaamse overheid worden verder gezet?
    2. Kan men vijfdagen presteren op vier dagen?
    3. Kan men bij de Vlaamse overheid één dag per maand recuperatie verlof nemen?
    4. Kent de Vlaamse overheid brugdagen? 
    5. Bij de federale overheid werk ik thans 36 uur per week en krijg ik nagenoeg mijn voltijdse bezoldiging. Bestaat dit regime ook bij de diensten van de Vlaamse overheid?

    4.2. Jaarlijks verlof

    1. Op hoeveel dagen jaarlijks verlof heb ik bij de diensten van de Vlaamse overheid recht?
    2. Bestaat er binnen de diensten van de Vlaamse overheid een mogelijkheid om verlof naar het volgende jaar over te dragen?
    3. Moet een dag jaarlijks verlof op voor hand worden aangevraagd?

    4.3. Moederschapsrust

    1. Op het moment van de overdracht zijn de zes weken de mijn vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaan reeds gestart. Kan ik de arbeidsdagen en de met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich bij de federale overheid tijdens deze periode voordeden bij de Vlaamse overheid gebruiken om mijn negen weken verplichte postnatale rust te verlengen?

    4.4 Verlof voor deeltijdse prestaties

    1. Blijven de deeltijdse contracten (4/5, halftijds) behouden bij de regionale instanties?
    2. Kan een ambtenaar die deeltijds werkt via het systeem van de verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden deze deeltijdse prestaties na overdracht verder zetten?
    3. Heeft een ambtenaar recht op verlof voor deeltijdse prestaties?
    4. Mag ik mijn vrije dag na overdracht zelf kiezen?
    5. De eerste zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Wat zijn de gevolgen van deze gelijkstelling op de geldelijke en functionele loopbaan?
    6. Bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt vanaf de eenenzestigste maand het verlof voor deeltijdse prestaties gelijkgesteld met non-activiteit. Wat zijn de gevolgen van deze gelijkstelling op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar? 
    7. Telt het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen (gelijkgesteld met dienstactiviteit) die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties die bij de diensten van de Vlaamse overheid met dienstactiviteit gelijkgesteld worden?
    8. Wat zijn de gevolgen van het verlof voor verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden (non-activiteit) dat ik bijde federale overheid opnam?
    9. Tellen de periodes van halftijdse vervroegde uittreding die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden deeltijdse prestaties die bij de diensten van de Vlaamse met dienstactiviteit gelijk worden gesteld?
    10. Tellen de periodes van vrijwillige vierdagenweek die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden deeltijdse prestaties die bij de diensten van de Vlaamse met dienstactiviteit gelijk worden gesteld?

    4.5 Verlof voor loopbaanonderbreking

    1. Kan ik mijn verlof voor loopbaanonderbreking dat is aangevat bij de federale overheid verderzetten na overgang naar de diensten van de Vlaamse overheid?
    2. Een personeelslid kan zijn loopbaan gedurende zestig maanden voltijds en zestig maanden deeltijds onderbreken. Wordt het verlof voor loopbaanonderbreking dat een personeelslid bij de federale overheid opnam op deze contingenten in mindering gebracht?
    3. Met welke vormen van arbeidsduurvermindering kan een personeelslid de zestig maanden deeltijdse loopbaanonderbreking opnemen?
    4. Heb ik als ambtenaar recht op verlof voor loopbaanonderbreking?
    5. Heb ik als contractueel personeelslid recht op verlof voor loopbaanonderbreking?
    6. Heb ik recht op de zogenaamde zorgverloven?
    7. Kan ik mijn vaste vrije dag(en) na overheveling behouden?
    8. Wat zijn de gevolgen van de opname van een voltijds verlof voor loopbaanonderbreking op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar?
    9. Wat zijn de gevolgen van de opname van een deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar?
    10. Op het moment van de overdracht ben ik afwezig als gevolg van verlof voor loopbaanonderbreking. Bij de federale overheid was er aan dit verlof geen aanmoedigingspremie verbonden, bij de diensten van de Vlaamse overheid echter wel. Kan ik na overdracht deze aanmoedigingspremie onmiddellijk aanvragen?
    11. Bij de federale overheid kon ik voltijdse loopbaanonderbreking omzetten naar halftijdse loopbaanonderbreking. Is dit bij de diensten van de Vlaamse overheid ook mogelijk?

    4.6. Vormingsverlof

    1. Kan een personeelslid vormingsverlof krijgen voor het volgen van een welbepaalde opleiding?

    4.7. Omstandigheidsverlof

    4.8. Onbetaald verlof

    1. Op het moment van de overdracht ben ik afwezig als een gevolg van een afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden. Kan ik dit verlof na overdracht verderzetten?
    2. Een ambtenaar beschikt gedurende zijn loopbaan over vijf jaar onbetaald verlof waarvan één jaar een recht is en één jaar gelijkgesteld wordt met dienstactiviteit. Wordt de afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden waarvan een ambtenaar voor overdracht heeft genoten op deze vijf jaar in mindering gebracht?

    4.9. Politiek verlof

    4.10. Dienstvrijstellingen

    5. Ziekteregeling

    1. Een ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid beschikt over een contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Welke bij de federale overheid voorgedane ziekteafwezigheden worden op dit contingent aangerekend?
    2. Als statutair beambte bij de federale overheid krijgt men 21 ziektedagen per jaar. Deze dagen worden bij het totaal opgeteld als er geen afwezigheid door ziekte is geweest. Zullen de opgespaarde ziektedagen mee gaan naar de gewesten of werkt men daar met een ander systeem?
    3. Worden dagen disponibiliteit wegens ziekte aangerekend op het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte?
    4. Wordt het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte pro rata verminderd in geval van deeltijdse prestaties?
    5. Binnen de diensten van de Vlaamse overheid bestaat er naast het contingent 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval ook een contingent 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Wat is het verschil tussen beide contingenten wanneer de ambtenaar deze uitput?
    6. Een ambtenaar die bij de federale overheid zijn ziektecontingent uitput bevindt zich in de administratieve toestand disponibiliteit en valt terug op een deeltijds loon. Is dit ook zo bij de Vlaamse overheid?
    7. Kan een ambtenaar die deeltijds werkt wegens ziekte dit stelsel verderzetten bij de diensten van de Vlaamse overheid?
    8. Heeft een contractuele bediende die op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte vanaf de overdracht onmiddellijk recht op dertig kalenderdagen gewaarborgd loon?

    6. Bezoldigingsregeling

    1. Kan men vragen hoe men zal ingeschaald worden?
    2. Soms wordt gewerkt met overgangsschalen. Bedoelt men een schaal of een bedrag?
    3. Wat als men na de overheveling federaal nog een hogere schaal zou gekregen hebben?
    4. Waar kan men de salarisschalen vinden?
    5. Wordt in de vergelijking van de bezoldiging rekening gehouden met de maaltijdcheques?
    6. Worden overuren betaald?
    7. Een personeelslid is titularis van een waarnemingstoelage. Behoudt hij deze na de overheveling?
    8. Blijft de competentiepremie behouden?
    9. Bedraagt het vakantiegeld ook 92%?
    10. Wat zijn de sociale voordelen in de gewesten (tussenkomst voor vakantiekampen van kinderen, groepsverzekering,…)?
    11. Behouden de personeelsleden de toelagen en vergoedingen die ze federaal genoten?
    12. Hoe gebeurt de inschaling van dierenartsen/ingenieurs?
    13. Wordt er nog rekening gehouden met de federale loopbaanstappen die men nog zou gezet hebben moest men federaal gebleven zijn?
    14. Wanneer gebeurt de herinschaling?
    15. Geldt de herinschaling ook voo rde A11 die ook zonder het slagen in een competentieproef na 6 jaar graadanciënniteit automatisch schaal A12 toegekend kreeg?
    16. De A11 kreeg automatisch na 6 jaar A12. Vanaf wanneer begint de 6 jaar te lopen?
    17. Geldt de herinschaling ook voor contractuelen?
    18. Ambtenaren die in de voorwaarden zijn voor herinschaling verliezen tot de datum van de herinschaling hun Vlaamse functionele loopbaan. Waarom?
    19. Bij de berekening van het startkapitaal aan schaalanciënniteit op de datum van overheveling werd voor sommige ambtenaren rekening gehouden met elders opgebouwde schaalanciënniteit zoals bijvoorbeeld bij de lokale besturen of andere entiteiten van de DVO. Gaat deze elders opgebouwde schaalanciënniteit dan bij de stopzetting van de functionele loopbaan in afwachting van de herinschaling verloren?
    20. Geldt de stopzetting van de Vlaamse functionele loopbaan voor iedereen die heringeschaald wordt?
    21. Aan sommige ambtenaren werd bij de inschaling oop de datum van overheveling een P-schaal toegekend. Gaat deze door de herinschaling verloren?
    22. Wordt aan ambtenaren met een P-schaal na de herinschaling opnieuw een P-schaal toegekend?
    23. De toekenning van de halve competentietoelage voor 3 jaar gaat bij de herinschaling verloren. Waarom?
    24. Geldt de regeling van de herinschaling ook voor degenen die nog moeten deelnemen aan competentiemetingen?
    25. Effect van het federale tijdspad

     7. Hospitalisatieverzekering

    1. Blijft mijn hospitalisatieverzekering die ik bij de federale overheid had verder lopen?

    Vragen en antwoorden

    0.  Administratieve toestand, arbeidsvoorwaarden en evaluatie

      1. In welke graad komt men terecht als men geslaagd is voor een bevorderingsexamen maar nog niet bevorderd werd?

        De graad en het niveau die men heeft op datum van overheveling zijn  bepalend. Heeft  men op dat moment een graad in niveau B,dan  wordt men overgeheveld in niveau B. Is men bijvoorbeeld geslaagd in het bevorderingsexamen naar niveau A, dan behoudt men het voordeel van het slagen. Wanneer er dan een vacature is in niveau A, kan men kandideren voor bevordering. Maar om dan ook effectief bevorderd te worden in niveau A moet men bij de DVO naar aanleiding van een concrete vacature nog een selectietest/interview doen en een potentieelinschatting ondergaan...
      1. Is er terugkeer mogelijk naar de federale overheid?

        De overheveling kan niet ongedaan gemaakt worden.
        Maar los van de overhevelingsprocedure bestaat de mogelijkheid voor elke Vlaamse ambtenaar om via de procedure voor externe mobiliteit in te gaan op een vacature bij de federale overheid. De voorwaarde is dan wel dat er een concrete vacature is bij de federale overheid die te begeven is via externe mobiliteit. .
        Ook overgedragen personeelsleden die van entiteit willen veranderen of terug willen keren naar de federale overheid moeten gebruik maken van de bestaande mobiliteitsregelingen. Zie VPS deel VI.
      1. Is er na de overheveling mogelijkheid om een andere standplaats/aanstelling te kiezen? Als dit het geval is, wat is dan hiervoor de procedure?

        Eens tewerkgesteld bij de DVO is er mogelijkheid tot interne mobiliteit naar andere entiteiten. Deze procedures staan open voor alle personeelsleden van de DVO. Het verloop van deze procedures is terug te vinden in het VPS deel VI.
      1. Behoudt men na de overheveling de functie die men federaal had als contractueel of krijgt men een gewijzigd contract aangepast aan de werkelijke functie?

        De overdracht gebeurt in de functie die is opgenomen in het contract Een taakwijziging bij de Vlaamse overheid is mogelijk met toepassing van de regelingen voorzien in het VPS, bijv. aanwerving in een nieuwe functie, interne mobiliteit, …
      1. Wat met de Rosetta-contracten?

        Onder Rosetta-contracten worden startbaanovereenkomsten verstaan. Deze bestaan ook bij de DVO zodoende worden deze in dezelfde hoedanigheid overgenomen.
    1. Heeft een negatieve evaluatie van het werkjaar bij de federale overheid gevolgen bij de Vlaamse overheid?

      Een evaluatie onvoldoende van het werkjaar 2013 of 2014 bij de federale overheid heeft na overheveling enkel gevolgen als de ambtenaar n.a.v. één van de twee eerstvolgende evaluaties opnieuw een evaluatie onvoldoende krijgt. Dit heeft namelijk net als bij de federale overheid het ontslag van de ambtenaar voor gevolg.
    2. Houdt de Vlaamse overheid bij een eventueel ontslag bij de berekening van de opzeggingstermijn rekening met de rugzak die door het eenheidsstatuut werd ingevoerd?

      Sinds 1 januari 2014 hebben arbeiders en bedienden als gevolg van het eenheidsstatuut recht op dezelfde opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding. Voor arbeidsovereenkomsten die zijn aangevat voor 1 januari 2014 voerde het eenheidsstatuut wel een rugzak in. Als een gevolg van deze rugzak wordt de opzeggingstermijn die correspondeert met de tewerkstelling tot 31 december 2013 berekend op basis van de regels die golden voor het eenheidsstatuut (bvb. drie maanden opzeg per begonnen periode van vijf jaar anciënniteit voor lagere bedienden en één maand opzeg per jaar anciënniteit voor hogere bedienden).
      Overgedragen personeelsleden behouden deze rugzak doordat de Vlaamse overheid werkt met een addendum aan de bestaande overeenkomst en niet met een volledig nieuwe overeenkomst. Door dit addendum wordt de bestaande overeenkomst aangepast aan de nieuwe juridische realiteit (nieuwe werkgever, nieuwe arbeidsvoorwaarden, enz…). Mocht de Vlaamse overheid werken met een volledig nieuwe overeenkomst, dan zou de rugzak wel verloren gaan.

    naar boven

    1. Proeftijd

    Meer informatie over de proeftijd vindt u terug op Deel III. Rekrutering en selectie.

      1. Is er een proefperiode na de overheveling?

        Neen. Enkel personeelsleden die op het moment van de overheveling in proefperiode zijn, dienen deze proefperiode vol te maken binnen de Vlaamse overheid.
      1. Blijft de proeftijd van een personeelslid na overdracht verderlopen?

        Na overdracht moet het personeelslid het nog resterende gedeelte van de proeftijd volbrengen. De resterende duur wordt bepaald door de lijnmanager. Hierbij wordt rekening gehouden met de minima en maxima opgenomen in het VPS.
        Bvb. bij de federale overheid bedraagt de proeftijd van een niveau D drie maanden en bij de Vlaamse vier maanden. Een overgedragen personeelslid zal zijn proeftijd verderzetten tot de vier maanden voorzien in het VPS bereikt zijn.
      1. Bij de federale overheid bedraagt de proeftijd van een niveau C en B één jaar. Bij de Vlaamse overheid maximaal  negen maanden. Moet een personeelslid van niveau B of C dat al effectief een proeftijd van bijvoorbeeld tien maanden heeft volbracht zijn proeftijd na overdracht verderzetten?

        Aan de federale overheid zal in dit geval gevraagd worden om het personeelslid in  kwestie voor overdracht te evalueren. Een positieve evaluatie heeft dan een onmiddellijke vaste benoeming bij de Vlaamse overheid tot gevolg.
    1. Schorsen afwezigheden de proeftijd op?

      Bij de diensten van de Vlaamse overheid bedraagt één maand proeftijd 21 werkdagen. Een werkdag is hierbij gelijk aan een dag waarop een personeelslid ofwel voltijds, ofwel deeltijds heeft gewerkt. Verder worden ook de feestdagen, het verlof tussen Kerstmis en Nieuwjaar, de inhaalrust en de dienstvrijstellingen met een werkdag gelijkgesteld.
      De proeftijd wordt dus opgeschort als een personeelslid een volledige dag afwezig is (bvb door jaarlijks verlof, deeltijdse prestaties, ziekte, deeltijdse loopbaanonderbreking, …). Heeft een personeelslid op een welbepaalde dag prestaties geleverd, dan telt deze dag volledig mee als gewerkte dag.

     naar boven

    2. Loopbaan

    Meer informatie over de loopbaan vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/loopbaan.

      1. Welke examens zijn binnen de DVO mogelijk?

        Voor bevordering naar het hogere niveau moet men slagen in een overgangsexamen.
        Voor bevordering binnen het niveau zijn  er  testen (bestaande uit potentieelinschattingen en selectiegesprekken).
        Voor bevordering in de functionele loopbaan is er geen proef. Louter door anciënniteit gaat men over van de ene schaal naar de andere.
      1. Kunnen contractuelen deelnemen aan overgangsexamens of kunnen zij statutair worden?

        Net als hun statutaire collega’s kunnen ook de contractuele personeelsleden die geslaagd zijn voor een objectief wervingssyteem met algemene bekendmaking en die aan de statutaire voorwaarden voldoen meedoen aan proeven of examens voor een statutaire bevorderingsfunctie zowel binnen het niveau als in het hogere niveau.
      1. Is voor overgangsexamens een diploma nodig?

        Neen, voor overgangsexamens is geen diploma nodig. Voor specifieke functies is het wel mogelijk (bijv. voor boekhouder).
      1. Hebben bij bevorderingsprocedures eigen Vlaamse personeelsleden voorrang op overgehevelden?

        Neen. Bevorderingsvacatures staan open voor iedereen. Er is geen regeling die eerder Vlaamse personeelsleden voorrang geeft. Uiteindelijk moet iedereen testen afleggen en beslist een jury wie bevorderd wordt. Er wordt een objectieve methodiek gehanteerd.
      1. Bepaalde overgangsexamen worden afgehandeld over verschillende jaren. Zal men daar rekening mee houden bij de overheveling?

        De verdere cyclus van het examen ka n doorlopen worden na de overheveling.
      1. Zijn er opleidingen om de functionele loopbaan uit te bouwen?

        De functionele loopbaan doorloopt men automatisch op basis van anciënniteit,  niet door het slagen in proeven.
        Voor bevorderingen naar het hogere niveau zijn er wel ruime vormingsmogelijkheden.
    1. Waaruit bestaat de bijkomende selectietest bij bevorderingsexamens en wat als wat als men er niet voor slaagt?

      Iedereen die kandidaat is voor bevordering moet een selectietest afleggen. Het voordeel van het slagen in het algemeen bevorderingsexamen blijft behouden.
      De bijkomende selectietest bestaat meestal uit een gesprek/interview. Wanneer men niet slaagt in de selectietest, kan men zich steeds opnieuw inschrijven voor een volgende test.

    2. Blijft de generieke screening niveau A geldig?

      De generieke screening niveau A bij de federale overheid in toepassing van artikel 31 § 3 alinea 1 van het KB van 7/8/1939 betreft thans het eerste deel van de proeven voor overgang naar niveau A. Bij de Vlaamse overheid kennen we een gelijkaardige screening (potentieelinschatting niveau A). Geslaagden voor het bevorderingsexamen niveau A bij de federale overheid kunnen meedingen naar een bevorderingsbetrekking niveau A bij de Vlaamse overheid, mits ze slagen voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A bij de Vlaamse overheid, tenzij de generieke screening niveau A door Selor deel uitmaakte van de bevorderingsproeven niveau A bij de federale overheid en deze screening niet ouder is dan 7 jaar.

    3. Blijft de federale loopbaan na de overheveling behouden?

      Ja, in bepaalde gevallen. Zie hiervoor FAQ 6.13: Bezoldigingsregeling.

    naar boven

    3. Anciënniteiten

    1. De anciënniteiten worden overgenomen. Ook de privé-anciënniteit voor de berekening van de geldelijke anciënniteit?

      De anciënniteiten worden overgenomen maar na de overheveling komt men in de Vlaamse loopbanen en salarisschalen terecht. In deze Vlaamse loopbanen gebeuren salarisverhogingen niet op basis van de graadanciënniteit.
      Binnen de Vlaamse overheid bestaat de functionele loopbaan waarbij men automatisch na verloop van tijd (schaalanciënniteit) een hogere salarisschaal toegekend krijgt. De anciënniteit die men bezit op de datum van overheveling wordt opgenomen. Bijv. iemand heeft 12 jaar anciënniteit waarvan 2 jaar privé-anc., dan wordt hem 12 jaar anc. toegekend.
      Privé-anciënniteit die federaal niet aangerekend werd, wordt ook bij DVO niet gevaloriseerd. Later, bij een eventuele nieuwe betrekking bij de DVO via bevordering, kan de functierelevante privé-ervaring wel gevaloriseerd worden.

    2. Is het normaal dat in sommige gevallen de geldelijke anciënniteit van de federale personeelsleden die op datum van overheveling betaald werden in een nieuwe federale schaal (vanaf 1/1/2014) verminderd wordt?

      Ja. Deze vermindering van de geldelijke anciënniteit is het gevolg van de wijzigingen in de structuur van de federale salarisschalen vanaf 1 januari 2014 en/of de opname van voortaan individueel evoluerende prestatieverloning in het bedrag van de jaarlijkse bezoldiging. Daardoor is een lineaire inschaling op basis van een "gedevalueerde" federale geldelijke anciënniteit (met 50% progressie) naar een Vlaamse salarisschaal (met 100% progressie), voortaan onmogelijk.
      Inschalen op basis van anciënniteit zou leiden tot inschalingsvoordelen van 25% (en meer). Daarom wordt vertrokken van het federale salarisbedrag bij overheveling.

    3. Gaat de reële geldelijke anciënniteit voor de titularissen van een nieuwe federale schaal verloren bij de overheveling?

      Neen. De reële geldelijke anciënniteit wordt overgenomen.
      Deze kan in 3 gevallen groter worden met name door het valoriseren van de federaal niet aangerekende jaren ingevolge de leeftijdsklassen, de indeling in groepen A en B en de prestaties als RVA-stagiair (zie ook hierna FAQ 3.6.).
      De inschaling gebeurt op basis van het federaal salarisbedrag verminderd met de gebruteerde tegenwaarde van de maaltijdcheques. In de Vlaamse schaal wordt men ingeschaald in het net hogere bedrag. Dit aldus bekomen bedrag bepaalt de fictieve anciënniteit die iets lager zal liggen dan de reële geldelijke anciënniteit.

    4. Hoe krijg tmen de reële geldelijke anciënniteit terug?

      Op de datum van overheveling wordt dus de fictieve anciënniteit bepaald en jaarlijks wordt dan op dezelfde datum 12 maanden van de afgenomen reële geldelijke anciënniteit teruggegeven (dus opbouw van de geldelijke anciënniteit aan “dubbele snelheid”).
      Zoals uit de voorbeelden in de toelichting bij artikel VII 192 kan afgeleid worden, wordt de fictieve anciënniteit steeds jaarlijks bijgegeven op de datum dat de geldelijke anciënniteit afgenomen werd, zijnde de overhevelingsdatum. Is de overhevelingsdatum 1 januari dan wordt telkens op 1 januari 12 maanden bijgegeven. Wanneer het verschil tussen de werkelijke geldelijke anciënniteit en de fictieve geldelijke anciënniteit minder dan 12 maanden bedraagt, wordt de verhoging beperkt tot het verschil.

    5. Gebeurt de teruggave ongeacht de administratieve toestand?

      Neen. De fictieve anciënniteit (of maw de versnelde opbouw aan “dubbele snelheid”) volgt de opbouw van de anciënniteit bij de DVO. Bij halftijds contract wordt de fictieve anciënniteit  eveneens pro rata opgebouwd (dus 50% werkelijke opbouw + 50% teruggave voor de fictieve anciënniteit). Als bij de DVO wegens non-activiteit geen geldelijke anciënniteit opgebouwd wordt, wordt ook de fictieve anciënniteit niet verhoogd.

    6. Wordt nog rekening gehouden met de bij de DVO bijd e overheveling extra toegekende geldelijke anciënniteit (bijv. doo rde afschaffing van de leeftijdsklassen)?

      Jazeker. De reële geldelijke anciënniteit overgenomen van de federale overheid wordt eerst verhoogd met de extra toegekende Vlaamse geldelijke anciënniteit waarna nadien, op basis van het aldus bekomen federaal jaarbedrag, ingeschaald wordt op bedrag en de overeenkomstige fictieve anciënniteit bepaald wordt.

    naar boven

    4. Verlofregeling

    4.1. Arbeidstijdregeling

    Meer informatie over de arbeidstijdsregeling vindt u op overheid.vlaanderen.be/werktijdregeling.

      1. Kan het stelsel van de halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagen week bij de Vlaamse overheid worden verder gezet?

        De halftijdse vervroegde uittreding en de vrijwillige vierdagen week zijn arbeidsregimes die binnen de diensten van de Vlaamse overheid niet bestaan. Overgedragen personeelsleden die alsnog deeltijds wensen te werken moeten één van de deeltijdse verlofvormen voorzien in het personeelsstatuut aanvragen (verlof voor deeltijdse prestaties of deeltijds verlof voor loopaanonderbreking – voor de modaliteiten van deze verloven zie hierna).
      1. Kan men vijfdagen presteren op vier dagen?

        Theoretisch en juridisch gezien kent de Vlaamse overheid dit arbeidsregime. Het wordt evenwel in de praktijk door niet veel entiteiten effectief toegepast.
      1. Kan men bij de Vlaamse overheid één dag per maand recuperatie verlof nemen?

        We maken een onderscheid tussen extra uren op eigen initiatief (=prikklokuren) en extra uren op vraag van de leidinggevende (=overuren). Prikklokuren kan men enkel opnemen tijdens de glijtijden en kan men dus niet gebruiken om een volle of halve dag afwezig te zijn. Overuren kan men wel compenseren via recuperatieverlof tenzij men gekozen heeft voor de betaling van de extra uren (overloon).
    1. Kent de Vlaamse overheid brugdagen?

      Brugdagen bestaan binnen de diensten van de Vlaamse overheid niet. Een personeelslid dat op een dergelijke dag afwezig wenst te zijn moet verlof aanvragen (bvb. jaarlijks of onbetaald).
      Ter info: er wordt wel een brug gemaakt tussen Kerstmis en nieuwjaar; hiervoor worden de feestdagen die in een weekend vallen aangewend.
    2. Bij de federale overheid werk ik thans 36 uur per week en krijg ik nagenoeg mijn voltijdse bezoldiging. Bestaat dit regime ook bij de diensten van de Vlaamse overheid?

      Om binnen de diensten van de Vlaamse overheid recht te hebben op een voltijdse verloning moet een personeelslid 38-urenweek per week werken. Rekening houdend hiermee en met het feit dat het arbeidsregime niet behoort tot de verworven rechten kan de specifieke 36-urenregeling bij de diensten van de Vlaamse overheid niet worden verdergezet. Betrokken personeelsleden kunnen hun voltijds arbeidsregime wel verdeeltijdsen via een verlof voor deeltijdse prestaties of een deeltijdse loopbaanonderbreking. Deze verdeeltijdsing heeft wel een pro rata herrekening van het salaris voor gevolg. Indien men kiest voor een 38 uren wordt men vanzelfsprekend voltijds betaald. 

    naar boven

    4.2. Jaarlijks verlof

    Meer informatie over het jaarlijks verlof vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/jaarlijkse-vakantie-en-feestdagen.

      1. Op hoeveel dagen jaarlijks verlof heb ik bij de diensten van de Vlaamse overheid recht?

        Een voltijds presterende ambtenaar heeft bij de diensten van de Vlaamse overheid recht op vijfendertig dagen jaarlijks verlof. Vanaf de leeftijd van vijfenvijftig jaar worden deze vijfendertig dagen als volgt verhoogd: vanaf vijfenvijftig met één dag; vanaf zevenenvijftig met twee dagen, vanaf achtenvijftig met drie dagen, vanaf negenenvijftig met vier dagen en vanaf zestig met vijf dagen.
        Werkt een ambtenaar evenwel deeltijds of neemt hij een onbetaald verlof op, dan word het aantal dagen verlof a rato van zijn prestatieregime verminderd (bvb. één jaar halftijds werken = recht op zeventien en een halve dag verlof).
      1. Bestaat er binnen de diensten van de Vlaamse overheid een mogelijkheid om verlof naar het volgende jaar over te dragen?

        Ieder personeelslid mag jaarlijks elf dagen niet opgenomen verlof overdragen naar het volgende jaar. Het overgedragen verlof moet uiterlijk voorafgaand aan de pensionering worden opgenomen.
    1. Moet een dag jaarlijks verlof op voor hand worden aangevraagd?

      Ofschoon jaarlijks verlof een recht is, moet de opname ervan verenigbaar zijn met de goede werking van de dienst. Vandaar moeten ook afzonderlijke dagen jaarlijks verlof op voorhand worden aangevraagd. Hoeveel op voorhand wordt bepaald door de leidinggevende.
      Een personeelslid beschikt jaarlijks wel over vier dagen verlof waar tegen het dienstbelang niet kan worden ingeroepen. D.w.z. dat bij de opname van één van die vier dagen een afwezigheidsmelding op de ochtend van de afwezigheid volstaat.

    naar boven

    4.3. Moederschapsrust

    Meer informatie over de moederschapsrust vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/moederschapsrust-en-opvangverlof.

    1. Op het moment van de overdracht zijn de zes weken de mijn vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaan reeds gestart. Kan ik de arbeidsdagen en de met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich bij de federale overheid tijdens deze periode voordeden bij de Vlaamse overheid gebruiken om mijn negen weken verplichte postnatale rust te verlengen?

      De Arbeidswet van 16 maart 1971 regelt de moederschapsrust. Aangezien deze wet de bescherming van het personeelslid voor doel heeft, kan een bevallen personeelslid de dagen arbeid en met arbeid gelijkgestelde afwezigheden die zich vanaf de zesde week voor de bevallingsdatum bij de federale overheid voordeden, gebruiken om bij de Vlaamse overheid haar negen weken postnatale rust te verlengen.

    naar boven

    4.4. Verlof voor deeltijdse prestaties

    Meer informatie over het verlof voor deeltijdse prestaties vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/verlof-voor-deeltijdse-prestaties.

      1. Blijven de deeltijdse contracten (4/5, halftijds) behouden bij de regionale instanties?

        Een personeelslid komt over met het contract waarop het bij de federale overheid recht had. D.w.z. dat een personeelslid met een voltijdse arbeidsovereenkomst die tijdelijk verdeeltijdst werd met deze voltijdse arbeidsovereenkomst overkomt en deeltijds kan verder werken tot de einddatum voorzien in de arbeidsovereenkomst.
        Werd een contractueel personeelslid evenwel aangeworven met een deeltijds contract, dan komt het over met het desbetreffende deeltijdse contract.
      1. Kan een ambtenaar die deeltijds werkt via het systeem van de verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden deze deeltijdse prestaties na overdracht verder zetten?

        De verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden is een verlofstelsel dat binnen de DVO vergelijkbaar is met het verlof voor deeltijdse prestaties. Hierdoor kan een overdragen ambtenaar na overdracht deze verlofvorm tot de initieel voorziene einddatum verderzetten. Wat de verlengingen na afloop betreft, zijn de regels van het Vlaams personeelsstatuut van toepassing.
      1. Heeft een ambtenaar recht op verlof voor deeltijdse prestaties?

        Verlof voor deeltijdse prestaties is een gunst (d.w.z. het kan geweigerd worden) tenzij de ambtenaar behoort tot één van de volgende categorieën:
        - twee kinderen jonger dan 15 jaar ten laste;
        - minstens 50 jaar oud;
        - een gehandicapt kind ten laste;
        - als eenoudergezin een kind jonger dan 15 jaar ten laste;
        - mantelzorgverlener aan een inwonend gezins- of familielid in de eerste of tweede graad.
      1. Mag ik mijn vrije dag na overdracht zelf kiezen?

        De momenten waarop het verlof voor deeltijdse prestaties worden opgenomen zijn opnamemodaliteiten. Opnamemodaliteiten kunnen door de ambtenaar niet eenzijdig worden vastgesteld. Dit gebeurt steeds in overleg met de leidinggevende.
      1. De eerste zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Wat zijn de gevolgen van deze gelijkstelling op de geldelijke en functionele loopbaan?

        Binnen de diensten van de Vlaamse overheid bestaan er twee soorten van periodieke salarisverhogingen: een salarisverhoging binnen de salarisschaal en een salarisverhoging door de overgang naar een hogere salarisschaal. De eerste hangt samen met de opbouw van geldelijke anciënniteit, de tweede met de opbouw van schaalanciënniteit.
        De geldelijke anciënniteit verloopt steeds alsof men voltijds werkt.
        Door de gelijkstelling van de eerste zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties met dienstactiviteit bouwt de deeltijds presterende ambtenaar zijn schaalanciënniteit aan normale snelheid op. De deeltijds presterende ambtenaar heeft hierdoor op hetzelfde moment als een voltijdse presterende collega (met dezelfde anciënniteit bij de start van het verlof) recht op een salarisverhoging binnen de salarisschaal en, gedurende de eerste 60 maanden door een overgang naar een hogere salarisschaal.
    1. Bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt vanaf de eenenzestigste maand het verlof voor deeltijdse prestaties gelijkgesteld met non-activiteit. Wat zijn de gevolgen van deze gelijkstelling op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar?

      Tijdens een met non-activiteit gelijkgesteld verlof bouwt een ambtenaar normaliter geen geldelijke anciënniteit op. Wat het verlof voor deeltijdse prestaties werd evenwel voorzien in een uitzondering waardoor een deeltijds presterende ambtenaar ook vanaf de 61ste maand zijn geldelijke anciënniteit aan normale snelheid opbouwt.
      Wat de schaalanciënniteit betreft, bouwt een deeltijds presterende ambtenaar deze vanaf de eenenzestigste maand a rato van zijn prestatieregime op.
      Vanaf de eenenzestigste maand zal een deeltijds presterende ambtenaar:
      - op hetzelfde moment als een voltijds presterende ambtenaar (met dezelfde anciënniteit bij de start van het verlof) recht hebben op een salarisverhoging binnen de salarisschaal;
      - op een later moment als een voltijds presterende ambtenaar (met dezelfde anciënniteit bij de start van het verlof) recht hebben op een salarisverhoging door een overgang naar een hogere salarisschaal.
    2. Telt het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen (gelijkgesteld met dienstactiviteit) die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties die bij de diensten van de Vlaamse overheid met dienstactiviteit gelijkgesteld worden?

      Ja, indien een van de federale naar de Vlaamse overheid overgehevelde ambtenaar dergelijke periodes van verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen tijdens zijn loopbaan heeft opgenomen, moeten deze in mindering gebracht worden van de 5 jaar verlof voor deeltijdse prestaties gelijkgesteld met dienstactiviteit die bij de Vlaamse overheid kunenn worden genomen.

    3. Wat zijn de gevolgen van het verlof voor verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden (non-activiteit) dat ik bij de federale overheid opnam?

      Aangezien men tijdens dit verlof in “non-activiteit” is, telt dit verlof niet mee voor de pensioenberekening.
      Het wordt derhalve niet in mindering gebracht van het verlof voor deeltijdse prestaties dat de ambtenaar bij de Vlaamse overheid kan opnemen in dienstactiviteit (5 jaar – artikel X 27  VPS).
    4. Tellen de periodes van halftijdse vervroegde uittreding die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden deeltijdse prestaties die bij de Vlaamse overheid met dienstactiviteit gelijk worden gesteld?

      Neen, een ambtenaar die bij de federale overheid enkel halftijdse vervroegde uittreding opnam, beschikt bij de diensten van de Vlaamse overheid nog over zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties die met dienstactiviteit worden gelijkgesteld.

    5. Tellen de periodes van vrijwillige vierdagenweek die ik bij de federale overheid opnam mee voor de berekening van de zestig maanden deeltijdse prestaties die bij de diensten van de Vlaamse met dienstactiviteit gelijk worden gesteld?

      Neen, een ambtenaar die bij de federale overheid enkel vrijwillige vierdagenweek opnam, beschikt bij de diensten van de Vlaamse overheid nog over zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    naar boven

    4.5. Verlof voor loopbaanonderbreking

    Meer informatie over het verlof voor loopbaanonderbreking vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/loopbaanonderbreking.

      1. Kan ik mijn verlof voor loopbaanonderbreking dat is aangevat bij de federale overheid verderzetten na overgang naar de diensten van de Vlaamse overheid?

        Bij een overgang naar een nieuwe werkgever moet een lopend verlof voor loopbaanonderbreking worden stopgezet. Een overgang in het kader van de staatshervorming is evenwel een bijzondere situatie. Vandaar ging de RVA er schriftelijk mee akkoord dat overgedragen federale personeelsleden hun lopende loopbaanonderbreking kunnen verderzetten tot de voorziene einddatum. Eventuele verlengingen moeten nadien wel gebeuren rekening houdend met het VPS.
      1. Een personeelslid kan zijn loopbaan gedurende zestig maanden voltijds en zestig maanden deeltijds onderbreken. Wordt het verlof voor loopbaanonderbreking dat een personeelslid bij de federale overheid opnam op deze contingenten in mindering gebracht?

        Beide contingenten zijn loopbaancontingenten. Hierdoor wordt verlof voor loopbaanonderbreking dat een personeelslid bij een vorige werkgever opnam op deze contingenten in mindering gebracht.
      1. Met welke vormen van arbeidsduurvermindering kan een personeelslid de zestig maanden deeltijdse loopbaanonderbreking opnemen?

        De zestig maanden deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking kunnen worden opgenomen met een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/2, 1/4 of 1/5.
      1. Heb ik als ambtenaar recht op verlof voor loopbaanonderbreking?

        Het voltijds verlof voor loopbaanonderbreking en de 1/2 verlof voor loopbaanonderbreking zijn een recht. De 1/4 en 1/5 zijn een gunst tenzij de ambtenaar ouder is dan 50 jaar.
      1. Heb ik als contractueel personeelslid recht op verlof voor loopbaanonderbreking?

        Zowel het voltijds, als alle opnamevormen van het deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking zijn voor het contractueel personeel een gunst.
      1. Heb ik recht op de zogenaamde zorgverloven?

        Zowel de ambtenaar, als het contractuele personeelslid heeft recht op de zorgverloven. In casu worden onder de zorgverloven het palliatief verlof, het bijstandsverlof en ouderschapsverlof verstaan.
      1. Kan ik mijn vaste vrije dag(en) na overheveling behouden?

        De concrete invulling van de afwezigheid, waar onder andere de afwezigheidsdagen worden verstaan zijn opnamemodaliteiten. Deze modaliteiten kunnen niet eenzijdig door het personeelslid worden vastgesteld, maar in overleg met de lijnmanager (die moet waken over de goede werking van de dienst).
      1. Wat zijn de gevolgen van de opname van een voltijds verlof voor loopbaanonderbreking op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar?

        Voltijds verlof voor loopbaanonderbreking wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. De ambtenaar bouwt hierdoor zijn geldelijke anciënniteit aan normale snelheid op en heeft op hetzelfde moment als een voltijdse presterende collega (met dezelfde anciënniteit bij de start van het verlof) recht op een salarisverhoging binnen de salarisschaal.
        Omdat de ambtenaar door het voltijds verlof evenwel niet meewerkt aan de doelstelling van de Vlaamse overheid bouwt hij gedurende het volledige verlof geen schaalanciënniteit op. Voltijds verlof voor loopbaanonderbreking telt dus niet mee voor de jaren die nodig zijn om recht te hebben op een salarisverhoging door de overgang naar een hogere salarisschaal.
    1. Wat zijn de gevolgen van de opname van een deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking op de geldelijke en functionele loopbaan van de ambtenaar?

      Deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. De deeltijds presterende ambtenaar bouwt hierdoor zijn geldelijke en schaalanciënniteit aan normale snelheid op en heeft op hetzelfde moment als een voltijdse presterende collega (met dezelfde anciënniteit bij de start van het verlof) recht op een salarisverhoging binnen de salarisschaal en op een hogere salarisschaal.
    2. Op het moment van de overdracht ben ik afwezig als gevolg van verlof voor loopbaanonderbreking. Bij de federale overheid was er aan dit verlof geen aanmoedigingspremie verbonden, bij de diensten van de Vlaamse overheid echter wel. Kan ik na overdracht deze aanmoedigingspremie onmiddellijk aanvragen?

      Voor het nog resterende gedeelte van de loopbaanonderbreking kan het betrokken personeelslid geen aanmoedigingspremie aanvragen. Hij kan dit doen op het moment dat aan haar/hem binnen de diensten van de Vlaamse overheid voor de eerste maal effectief verlof voor loopbaanonderbreking wordt toegekend.

    3. Bij de federale overheid kon ik voltijdse loopbaanonderbreking omzetten naar halftijdse loopbaanonderbreking. Is dit bij de diensten van de Vlaamse overheid ook mogelijk? 

      Bij de diensten van de Vlaamse overheid kan een personeelslid zijn zestig maanden voltijdse loopbaanonderbreking niet naar halftijdse loopbaanonderbreking omzetten. 

      De voltijdse loopbaanonderbreking die een overgedragen personeelslid bij de federale overheid heeft omgezet naar halftijdse loopbaanonderbreking zal na overheveling:
      -  wel aangerekend worden op de zestig maanden voltijdse loopbaanonderbreking;
      -  niet aangerekend worden op de zestig maanden deeltijdse loopbaanonderbreking.

      Voorbeeld:

      Federale overheid

      Vlaamse overheid

      Personeelslid:

      - nam 24 maanden deeltijdse loopbaanonderbreking op;

      - zette 6 maanden voltijdse loopbaanonderbreking naar 

        halftijdse loopbaanonderbreking om.

      Personeelslid beschikt bij de DVO nog over:
      - 36 maanden deeltijdse loopbaanonderbreking (60-24);
      - 54 maanden voltijdse loopbaanonderbreking (60-6).

    naar boven

    4.6. Vormingsverlof

    Meer informatie over het vormingsverlof vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/vormingsverlof.

    1. Kan een personeelslid vormingsverlof krijgen voor het volgen van een welbepaalde opleiding?

      Een personeelslid krijgt vormingsverlof op voorwaarde dat de te volgen vorming een meerwaarde is voor de organisatie. De afweging of een opleiding al dan niet een meerwaarde is, behoort tot de bevoegdheid van de leidinggevende die eveneens het aantal uren/dagen verlof bepaalt.

    naar boven

    4.7. Omstandigheidsverlof

    Meer informatie over het omstandigheidsverlof vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/omstandigheidsverlof.

    naar boven

    4.8. Onbetaald verlof

    Meer informatie over het onbetaald verlof vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/onbetaald-verlof.

      1. Op het moment van de overdracht ben ik afwezig als een gevolg van een afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden. Kan ik dit verlof na overdracht verderzetten?

        De afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden kunnen na overdracht tot de toegestane einddatum worden verdergezet. Verlengingen dienen wel te gebeuren overeenkomstig de regels voorzien in het VPS
      1. Een ambtenaar beschikt bij de diensten van de Vlaamse overheid gedurende zijn loopbaan over vijf jaar onbetaald verlof waarvan één jaar een recht is en één jaar gelijkgesteld wordt met dienstactiviteit (artikel X 62, §1, 2° VPS).
        Worden de verlofdagen om dwingende reden van familiaal belang waarvan een ambtenaar voor overdracht bij de federale overheid heeft genoten, op deze vijf jaar in mindering gebracht?


        Nee, op deze vijf jaar wordt enkel het onbetaald verlof in mindering gebracht dat de ambtenaar met toepassing van het VPS opnam.

    naar boven

    4.9. Politiek verlof

    Meer informatie over het politiek verlof vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/overige-verloven.

    naar boven

    4.10. Dienstvrijstellingen

    Meer informatie over dienstvrijstellingen vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/dienstvrijstellingen.

    naar boven

    5. Ziekteregeling

      1. Een ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid beschikt over een contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Welke bij de federale overheid voorgedane ziekteafwezigheden worden op dit contingent aangerekend?

        Op het contingent van 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval worden alle ziekteafwezigheden in de hoedanigheid van ambtenaar aangerekend die zich sinds 1 januari 1994 voordeden.
        Die ziekteafwezigheden die zich tijdens een voorgaande contractuele tewerkstelling voordeden, worden niet op het ziektecontingent aangerekend.
      1. Als statutair beambte bij de federale overheid krijgt men 21 ziektedagen per jaar. Deze dagen worden bij het totaal opgeteld als er geen afwezigheid door ziekte is geweest. Zullen de opgespaarde ziektedagen mee gaan naar de gewesten of werkt men daar met een ander systeem?

        In tegenstelling tot het federale ziektecontingent is de hoogte van het Vlaamse niet afhankelijk van de anciënniteit van de ambtenaar. Een Vlaamse ambtenaar beschikt namelijk van bij de start van zijn statutaire loopbaan over een contingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Bij dit contingent worden de ziektedagen die een overgedragen ambtenaar bij de federale overheid niet heeft opgenomen niet opgeteld. Een overgedragen ambtenaar kan zijn niet opgenomen ziekteverlof dus niet meenemen naar de Vlaamse overheid.
      1. Worden dagen disponibiliteit wegens ziekte aangerekend op het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte?

        Ja, op voorwaarde dat deze dagen zich voordeden na 31 december 1993.
      1. Wordt het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte pro rata verminderd in geval van deeltijdse prestaties?

        Een ambtenaar die deeltijds werkt heeft net als een ambtenaar die voltijds werkt recht op een ziektecontingent van 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval.
        Is een deeltijds tewerkgestelde ambtenaar ziek op een dag waarop hij door zijn arbeidsregime niet moet werken, dan wordt deze afwezigheid ook niet aangerekend op het ziektecontingent.
    1. Binnen de diensten van de Vlaamse overheid bestaat er naast het contingent 666 werkdagen wegens ziekte of ongeval ook een contingent 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval. Wat is het verschil tussen beide contingenten wanneer de ambtenaar deze uitput?

      Put een ambtenaar het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval uit dan bestaat de kans dat hij wordt doorgestuurd naar Medex (federale dienst voor de definitieve ongeschiktverklaring). Of dit al dan niet gebeurt, is de bevoegdheid van het geneeskundig controleorgaan van de Vlaamse overheid. Een naar Medex doorgestuurde ambtenaar zal uiteindelijk op rust worden gesteld op voorwaarde dat Medex hem definitief ongeschikt verklaart.
      Op het contingent 222 werkdagen wegens ziekte of ongeval worden alle ziekteafwezigheden aangerekend die zich sinds de zestigste verjaardag van de ambtenaar voordeden. Put een ambtenaar dit contingent uit, dan wordt hij – zonder ongeschiktverklaring – op rust gesteld op de eerste dag van de maand volgend op de uitputting van het contingent.
    2. Een ambtenaar die bij de federale overheid zijn ziektecontingent uitput bevindt zich in de administratieve toestand disponibiliteit en valt terug op een deeltijds loon. Is dit ook zo bij de Vlaamse overheid?

      Zowel tijdens, als na de uitputting van het contingent 666 werkdagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval wordt het loon volledig doorbetaald.
    3. Kan een ambtenaar die deeltijds werkt wegens ziekte dit stelsel verderzetten bij de diensten van de Vlaamse overheid?

      De federale overheid kent twee vormen van deeltijdse prestaties wegens ziekte. De eerste vorm heeft de voltijdse hervatting voor doel. De tweede vorm niet. Deze vorm wordt toegekend aan ambtenaren die niet langer voltijds kunnen werken.
      De eerste vorm (doel: voltijdse hervatting) kan bij de diensten van de Vlaamse overheid worden verdergezet tot de voorziene einddatum, zonder nieuwe controle door het controleorgaan van de Vlaamse overheid. Dit orgaan komt pas in beeld op het moment dat de ambtenaar zijn lopende deeltijdse prestaties wegens ziekte wenst te verlengen.
      De tweede vorm (voor ambtenaren die niet langer voltijds kunnen werken) kan bij de diensten van de Vlaamse overheid niet worden verdergezet, aangezien de Vlaamse overheid geen vergelijkbaar systeem kent. Een overgedragen ambtenaar kan wel deeltijds werken via verlof voor deeltijdse prestaties of een deeltijds verlof voor loopbaanonderbreking.

    4. Heeft een contractuele bediende die op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte vanaf de overdracht onmiddellijk recht op dertig kalenderdagen gewaarborgd loon?

      Nee. Voor de uitbetaling van het gewaarborgd loon moet steeds gekeken worden naar het begin van de arbeidsongeschiktheidsperiode die zich in deze situeert bij de federale overheid.

      Hierdoor heeft een contractuele bediende die op het moment van de overdracht afwezig is wegens ziekte of ongeval:
      -        enkel recht op het restant van de dertig kalenderdagen gewaarborgd loon die zij/hij bij de federale overheid nog niet heeft opgenomen;
      -        geen recht op gewaarborgd loon als zij/hij voor de desbetreffende arbeidsongeschiktheid bij de federale overheid al dertig kalenderdagen gewaarborgd loon heeft opgenomen.

      Een overgedragen bediende heeft net als een Vlaamse bediende terug recht op dertig kalenderdagen gewaarborgd loon als zij/hij na een hervatting van het werk opnieuw arbeidsongeschikt wordt en de nieuwe arbeidsongeschiktheid ofwel:
      -        verschilt van de vorige (bvb. nu gebroken been, de vorige griep);
      -        zich voordoet meer dan 14 kalenderdagen na de periode gedurende welke een laatste maal gewaarborgdloon werd uitbetaald.

    naar boven

    6. Bezoldigingsregeling

    Meer informatie over de bezoldigingsregeling vindt u terug op overheid.vlaanderen.be/verloning-voordelen.

      1. Kan men vragen hoe men zal ingeschaald worden?

        De overgedragen personeelsleden (6de Staatshervorming en 5de wat betreft successierechten) zullen worden ingeschaald volgens de principes die golden voor de overdracht van Verkeersbelastingen in 2011 en van de Plantentuin in 2014.
        De DVO zal aan de hand van typedossiers deze principes vastleggen. Individuele berekening is voor meer dan 2500 personeelsleden niet haalbaar. Het is evident dat de bezoldiging (salaris + eindejaarstoelage + vakantiegeld + maaltijdcheques) bij de DVO van ale personeelsleden minstens even hoog zal zijn dan hun federale bezoldiging (salaris + eindejaarstoelage + vakantiegeld)  op de datum van overdracht.
      1. Soms wordt gewerkt met overgangsschalen. Bedoelt men een schaal of een bedrag?

        Een overgangssalarisschaal (voor zover met overgangssalarisschalen gewerkt wordt) is een volwaardige salarisschaal met tussentijdse verhogingen. Indien gewerkt wordt met overgangsschalen, wordt men dus niet “bevroren” op het bedrag dat men krijgt op de datum van overheveling.
      1. Wat als men na de overheveling federaal nog een hogere schaal zou gekregen hebben?

        Bij de inschaling wordt rekening gehouden met de federale schaal die men heeft op datum van overdracht. De datum van overheveling is bepalend.
        Enkel voor ambtenaren die op de datum van overheveling geslaagd waren in een competentieproef die na de geldigheidsduur van de competentietoelage uitzicht bood op een federale loopbaanstap, wordt een speciale regeling toegepast, maar zie daaromtrent FAQ 6.13..
      1. Waar kan men de salarisschalen vinden?

        Op de website van de Vlaamse overheid (deze schalen zijn aan 100% zodat de bedragen nog moeten geïndexeerd worden – momenteel met 1,6084): VPS_Bijlage5
      1. Wordt in de vergelijking van de bezoldiging rekening gehouden met de maaltijdcheques?

        Inderdaad. Maaltijdcheques spruiten voort uit enkele Vlaams sectorale akkoorden voor koopkrachtverhoging. De maaltijdcheques worden mee verrekend omdat men anders de voordelen van 2 sectorale akkoorden zou cumuleren. De hospitalisatieverzekering wordt niet in rekening gebracht.
      1. Worden overuren betaald?

        Overuren kunnen naar keuze worden gecompenseerd in recuperatieverlof of uitbetaald. Indien het recuperatieverlof niet binnen de 4 maanden is opgenomen, worden de overuren betaald (1/1850 per uur).
      1. Een personeelslid is titularis van een waarnemingstoelage. Behoudt hij deze na de overheveling?

        Neen. Men komt immers in een nieuwe organisatie terecht. Het normaal salaris verbonden aan de organieke graad wordt uitgekeerd.
        Na de overdracht is het aan de nieuwe leidinggevende om te bepalen of een nieuwe aanstelling aan de orde is. Naderhand is er dus wel de mogelijkheid om in de nieuwe organisatie aangesteld te worden in een hoger ambt.
      1. Blijft de competentiepremie behouden?

        Zie hiervoor FAQ 6.11: de generieke regeling van toelagen.
      1. Bedraagt het vakantiegeld ook 92%?

        Ja. Het vakantiegeld bedraagt 92% van het salaris van de maand april.
      1. Wat zijn de sociale voordelen in de gewesten (tussenkomst voor vakantiekampen van kinderen, groepsverzekering,…)?

        De sociale voordelen zijn terug te vinden in deel VII van het Vlaams Personeelsstatuut en op de website van de Sociale Dienst (www2.vlaanderen.be/socialedienst/).
        Zo kent de Vlaamse overheid ook een hospitalisatieverzekering. Er bestaat eveneens een regeling van terugbetaling van het remgeld en van tussenkomsten voor jeugd- en gezinsvakanties binnen specifieke voorwaarden (zie hogergenoemde website sociale dienst).
    1. Behouden de personeelsleden de toelagen en vergoedingen die ze federaal genoten?

      In het algemeen gelden, voor wat toelagen en vergoedingen betreft, de volgende principes: 
      1. de toelage of vergoeding heeft een (nagenoeg) identieke pendant in het VPS: de regeling van het VPS geldt (bijv. de toelage voor overuren, zondag- en nachtwerk);
      2. de toelage is zonder voorwerp (er is niet meer voldaan aan de toekenningsregels, bv. taalpremie)
      3.a. de toelage is qua inhoud analoog aan die van het VPS, maar is veel voordeliger: overgangsartikel VPS voor de betrokken overgedragen personeelsleden (bv. zaterdagwerk)
      Indien het bedrag van de federale toelage/vergoeding echter veel hoger is dan de vergelijkbare toelage/vergoeding gangbaar bij de DVO en de DVO deze juridisch niet kan overnemen, wordt de toelage/vergoeding toegekend die bestaat bij de DVO (bijv. forfaitaire verblijfsvergoeding: de DVO kan deze niet overnemen omdat de fiscus en de RSZ een cumul van maaltijdvergoeding en maaltijdcheques verbiedt. Zodoende wordt de gangbare Vlaamse regeling toegekend).
      3.b. de toelage heeft geen pendant in het VPS: overgangsartikel VPS voor de betrokken overgedragen personeelsleden (bv. competentietoelage)
      Ter info:
      - de toelage die het karakter van “vast weddencomplement” heeft: dit weddecomplement maakt deel uit van de basis voor de inschaling (bijv. de weddecomplementen binnen de FOD Financiën verbonden aan bepaalde graden en titels);
      - de competentiepremie wordt na overdracht doorbetaald volgens de federale regelgeving (bedrag, periode, tijdstip maximaal tot aan een bevordering in de functionele loopbaan). Na uitdoving wordt nog 3 jaar 50% van de toelage betaald. Indien een personeelslid na overdracht slaagt in de competentieproef, wordt de toelage uitbetaald vanaf de datum van de overheveling, en wordt desgevallend de inschaling herbekeken. Ter info: de inschrijvingen voor competentieproeven zijn stopgezet. Enkel diegenen die voor 4.2.2013 ingeschreven waren, kunnen/konden nog de opleidingen volgen en een proef afleggen.
      Wat betreft het pensioenaspect: de competentietoelage komt bij de federale overheid in aanmerking voor de pensioenberekening; aan de minister van Pensioenen werd in 2011 gevraagd dit ook te regelen voor de overgedragen personeelsleden; PDOS deelde in juni 2014 mee dat een gecoördineerd ontwerp van KB tot wijziging van artikel 8 Wet 21.07.1844 aan de Inspectie van Financiën werd bezorgd. We mogen aannemen dat dit eerlang in orde komt.

    2. Hoe gebeurt de inschaling van dierenartsen/ingenieurs?

      Overeenkomstig artikel 4 van het KB van 25 juli 1989 worden alle titularissen van dezelfde graad/klasse op dezelfde wijze ingeschaald. Er kan daarbij geen rekening gehouden worden met het diploma dat de betrokken personeelsleden hebben op het moment van de overdracht, noch met de vroegere loopbaan of met het feit dat betrokkenen geslaagd waren voor een examen voor de graad of functie van vb. ingenieur of dierenarts.
      In tegenstelling tot het Vlaamse personeelsstatuut maakt de federale personeelsregelgeving voor aanwerving in de titel van attaché met de salarisschaal A21 geen onderscheid of het betrokken personeelslid al dan niet een diploma heeft in de graad van ingenieur, arts of informaticus. Zo zijn er ook personeelsleden met de titel van attaché (met salarisschaal A21) die een functie van projectleider (zonder diploma van ingenieur, arts of informaticus) uitoefenen.

      De eigenlijke oorzaak van dit probleem ligt in het feit dat de federale overheid de aparte loopbanen van ingenieur en niet-ingenieur heeft samengevoegd in 1 nieuwe loopbaan met een identieke graad/klasse, salarisschalen, loopbaantrappen en maximumsalaris (identiek loopbaaneinde). Enkel het startsalaris is verschillend.
      Het KB van 25 juni 1989 laat niet toe personeelsleden met dezelfde graad en salarisschaal verschillend in te schalen. In secundaire orde kan gesteld worden dat het Rekenhof al bij herhaling heeft geponeerd dat loutere diplomawaardering in salaris niet kan.

      De overgedragen personeelsleden met een diploma van ingenieur, arts, dierenarts of informaticus kunnen na de overdracht een graadverandering bekomen. Er is voor deze overgedragen personeelsleden een overgangsbepaling in die zin voorzien.

    3. Wordt er nog rekening gehouden met de federale loopbaanstappen die men nog zou gezet hebben moest men federaal gebleven zijn?

      Ja, onder de vorm van een herinschaling en op voorwaarde dat het gaat om ambtenaren die op datum van overheveling geslaagd waren in een competentieproef die bij de federale overheid recht gaf op de toekenning van een hogere salarisschaal, bijv. van BA1/BT1S naar BA2/BT2S.
      Ambtenaren met schaal BA2/BT2S dienden echter te slagen in 2 metingen vooraleer hen schaal BA3/BT3S werd toegekend. De BA2/BT2S die slechts slaagde in de eerste meting als BA2/BT2S kreeg dan ook na afloop van de geldigheidsduur geen hogere schaal (dus geen loopbaanstap) en wordt bij de DVO dan ook niet heringeschaald.

    4. Wanneer gebeurt de herinschaling?

      De herinschaling gebeurt op de datum dat aan de betrokken ambtenaar federaal een hogere salarisschaal zou toegekend zijn. Dit is 6 of 8 jaar na de inschrijvingsdatum voor de competentiemeting in kwestie, en valt samen met het einde van de toekenningsperiode van de competentiepremie.

    5. Geldt de herinschaling ook voo rde A11 die ook zonder het slagen in een competentieproef na 6 jaar graadanciënniteit automatisch schaal A12 toegekend kreeg?

      Ja. Dit is de enige schaal die ook zonder het slagen in een competentiemeting toegang gaf tot de volgende schaal (van A11 naar A12). De titularissen van schaal A11 krijgen  dan bij de DVO ook na 6 jaar A112 toegekend. Een A11 die toch de proef aflegde en slaagde bracht hem geen vooruitzicht op een hogere salarisschaal (deze kreeg hij sowieso) maar het slagen gaf hem recht op 6 jaar de competentietoelage. Deze toelage behoudt hij bij de DVO voor dezelfde duur.

    6. De A11 kreeg automatisch na 6 jaar A12. Vanaf wanneer begint de 6 jaar te lopen?

      De 6 jaar begon te lopen vanaf de datum van de proeftijd in het vooruitzicht van de vaste benoeming, dus eigenlijk na 6 jaar graadanciënniteit.Er is echter met de nieuwe federale bezoldigingsregeling van 2013 een overgangsmaatregel (art. 41) ingevoerd  voor de statutaire A11's die eerst contractueel waren en nadien statutair werden. Ambtenaren die op 1 januari 2014 in de oude weddeschaal A11 bezoldigd werden, krijgen immers de A12 op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin zij zes jaar dienstanciënniteit tellen in de oude weddeschaal A11. Dit betekent dat ook de diensten als contractueel verricht in schaal A11 in aanmerking komen als dienstanciënniteit.
      Dit houdt in dat de op datum van overheveling statutaire A11 heringeschaald wordt na 6 jaar te rekenen vanaf de datum dat hem deze schaal federaal toegekend werd als contractueel.

    7. Geldt de herinschaling ook voor contractuelen?

      Neen. Contracuelen konden bij de federale overheid wel deelnemen aan competentiemetingen en kregen bij slagen gedurende de geldigheidsduur (6 of 8 jaar) wel een competentiepremie maar nooit een hogere weddeschaal. De hogere schaal was voorbehouden voor statutairen. Aangezien contractuelen dus bij de federale overheid geen hogere schaal konden toegekend krijgen, worden zij bij de DVO niet heringeschaald.

    8. Ambtenaren die in de voorwaarden zijn voor herinschaling verliezen tot de datum van de herinschaling hun Vlaamse functionele loopbaan. Waarom?

      Men kan geen parallelle loopbaan opbouwen zowel federaal als Vlaams en daardoor dubbel voordeel genieten, louter door de overheveling.
      Aangezien rekening gehouden wordt met de federale loopbaan (door de herinschaling) staat de Vlaamse functionele loopbaan in deze periode op non-actief en wordt er geen schaalanciënniteit opgebouwd. Men bouwt dus in de schaal waarin men ingeschaald werd bij de overheveling, geen schaalanciënniteit op.
      Anderzijds loopt dan wel de federale geldigheidsduur van het slagen in de gecertificeerde opleiding waarna men na 6 of 8 jaar federaal de hogere weddeschaal zou gekregen hebben en bij de DVO heringeschaald wordt (er is dus wel anciënniteit in de zogenaamde federale loopbaan).
    9. Bij de berekening van het startkapitaal aan schaalanciënniteit op de datum van overheveling werd voor sommige ambtenaren rekening gehouden met elders opgebouwde schaalanciënniteit zoals bijvoorbeeld bij de lokale besturen of andere entiteiten van de DVO. Gaat deze elders opgebouwde schaalanciënniteit dan bij de stopzetting van de functionele loopbaan in afwachting van de herinschaling verloren?

      Ja. Als de toekenning van de elders verworven schaalanciënniteit niet voldoende was om onmiddellijk op de datum van overheveling een hogere salarisschaal toe te kennen, gaat deze anciënniteit, net als de berekende schaalanciënniteit bij de federale overheid, in afwachting van de herinschaling, verloren. De federale loopbaanstap (waarvoor deze elders opgebouwde schaalanciënniteit niet kan gebruikt worden) komt in de plaats van de Vlaamse loopbaanstap.

    10. Geldt de stopzetting van de Vlaamse functionele loopbaan voor iedereen die heringeschaald wordt?

      Neen. Niet alle herinschalingen hebben immers een andere Vlaamse schaal tot gevolg. Zo wordt de titularis van de federale weddeschaal DA1 die uitzicht had op de federale hogere weddeschaal DA2 bij de DVO in dezelfde schaal ingeschaald, nl. D111. Er is dus geen voordeel door de herinschaling.
      Het zou niet billijk zijn om in een dergelijk geval de schaalanciënniteit pas te laten starten bij de herinschaling. De schaalanciënniteit van betrokkene loopt dan vanaf de datum van overheveling (logischerwijze rekening houdende uiteraard met de berekening van zijn startkapitaal aan SA volgens de 1/1-regel - als men geen rekening zou houden met het startkapitaal wordt betrokkene nog steeds benadeeld tov de DA1 die de premie niet had maar wel 1 op 1 ingeschaald werd omdat hem de beginschaal toegekend werd).

    11. Aan sommige ambtenaren werd bij de inschaling oop de datum van overheveling een P-schaal toegekend. Gaat deze door de herinschaling verloren?

      Neen. Naast de leeftijdsvoorwaarde en de betaling aan het maximumbedrag van de schaal dat lager ligt dan het federaal bedrag, is een vierde voorwaarde voor het krijgen van een P-schaal dat men geen stap meer kan zetten in de fulo vóór de leeftijd van 55 jaar. De herinschaling wordt in deze niet beschouwd als een volgende stap in de functionele loopbaan, zodat voldaan blijft aan de voorwaarden voor een P-schaal. De P-schaal blijft behouden totdat men door de herinschaling een hogere schaal toegekend wordt. Bij de herinschaling wordt dan ingeschaald in de normale hogere schaal (functioneel of in overgang) en niet meer in een P-schaal.
      Bijvoorbeeld: De titularis van het maximumbedrag in schaal C111P zal door de herinschaling ingeschaald worden in schaal C112 maar blijft betaald aan het maximumbedrag in schaal C111P omdat dit hoger ligt dan het maximumbedrag in schaal C112. Schaal C112 P wordt echter niet toegekend.
    12. Wordt aan ambtenaren met een P-schaal na de herinschaling opnieuw een P-schaal toegekend?

      Neen. Zowel bij het normale verloop van de functionele loopbaan als bij de herinschaling gebeurt de inschaling in de gewone functionele of overgangsschaal, dus niet meer in een P-schaal. Enkel in het uitzonderlijke geval dat het maximum van deze nieuwe gewone (overgangs)schaal lager ligt dan het federaal maximum op datum van overheveling wordt nog een P-schaal in de nieuwe schaal toegekend.
    13. De toekenning van de halve competentietoelage voor 3 jaar gaat bij de herinschaling verloren. Waarom?

      De betaling van drie jaar de halve competentiepremie is een gunst die de DVO toekent. De beweegreden om nog drie jaar de halve competentietoelage toe te kennen na de geldigheidsperiode van de volledige toelage, was omdat betrokkenen hun recht verloren op federale loopbaanaanspraken (vanaf 1/1/2011 overdracht Verkeersbelastingen en 1/1/2014 Nationale Plantentuin). Deze toekenning van 3 jaar de halve competentietoelage moest de overgang van verlies van de volledige premie en het verlies van de federale loopbaanstap minder bruusk maken.
      Aangezien de federale loopbaanaanspraken nu echter wel gehonoreerd worden door de herinschaling, is er geen reden meer om voor overhevelingen vanaf 1 januari 2015 nog de halve competentietoelage toe te kennen.Dit geldt ook voor de A11. Niettegenstaande het voor de A11 niet nodig was om te slagen in een competentiemeting voor het krijgen van de volgende schaal (A12) en betrokkene weinig of geen voordeel geniet door de herinschaling (= gelijk aan normale fulo) dient hier hetzelfde principe gehanteerd te worden : de federale bevordering honoreren is verlies van de halve competentietoelage.De 3 jaar halve premie blijft dus voor overgehevelden vanaf 1 januari 2015 enkel bestaan voor de geslaagden in een competentiemeting die na afloop van de geldigheidsperiode geen recht gaf op een federale loopbaanstap.
    14. Geldt de regeling van de herinschaling ook voor degenen die nog moeten deelnemen aan competentiemetingen?

      Ja. Wanneer betrokkenen alsnog slagen in een competentiemeting die federaal recht gaf op een volgende loopbaanstap (herinschaling), zal hun toestand moeten herbekeken worden. Dit kan desgevallend aanleiding geven tot terugvordering van teveel betaalde bedragen doordat ze hun eventueel reeds gemaakte sprongen in de Vlaamse loopbaan terug verliezen.
    15. Effect van het federale tijdspad

      Doordat de federale loopbaanstap gekoppeld was aan het slagen in een competentiemeting met als startdatum voor de geldigheidsperiode van de competentiepremie de inschrijvingsdatum voor de meting enerzijds, en de gunstige inschalingswijze voor de titularissen in een Vlaamse beginsalarisschaal anderzijds, is het mogelijk dat voor een groep van ambtenaren de herinschaling een nadelig effect heeft.
      Bijvoorbeeld: Persoon A met 6 jaar anciënniteit in schaal CA1 werd op 1/1/2015 ingeschaald in de Vlaamse schaal C111 met 6 jaar schaalanciënniteit  (dus geen herleiding van de anciënniteit voor de berekening van de schaalanciënniteit). Dit heeft tot gevolg dat betrokkene na 2 jaar opbouw schaalanciënniteit binnen de DVO schaal C112 toegekend wordt (dus op 1/1/2017).
      Persoon B met eveneens 6 jaar schaalanciënniteit, maar geslaagd in de competentiemeting voor CA2 met als inschrijvingsdatum 1/1/2010, verliest de opgebouwde schaalanciënniteit in C111 en wordt hem de volgende schaal (C112) toegekend op de datum van de herinschaling (zijnde 8 jaar na de inschrijvingsdatum in de competentiemeting die toegang gaf tot schaal CA2) – zijnde 1/1/2018).
      Voor een groep van personeelsleden zal op de datum van herinschaling wel een hogere overgangsschaal toegekend worden, bijv. voor de CA1 S. Deze krijgt in voormelde situatie wel op 1/1/2018 de functionele schaal C112 maar wordt betaald in de overgangsschaal C191.  Dit neemt niet weg dat in het voorbeeld de schaalanciënniteit in de functionele schaal 1 later start dan bij de ambtenaar die niet geslaagd was in de competentiemeting. 

    naar boven

    7. Hospitalisatieverzekering

    1. Blijft mijn hospitalisatieverzekering die ik bij de federale overheid had verder lopen?

      De hospitalisatieverzekering die u bij de federale overheid had, wordt stopgezet. De Vlaamse overheid biedt aan zijn personeelsleden een gratis hospitalisatieverzekering aan waaronder ieder personeelslid dat zich in de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt automatisch valt. Deze polis kunt u op eigen kosten uitbreiden (éénpersoons i.p.v. tweepersoonskamer) en/of uw gezinsleden erop aansluiten. Meer informatie vindt u onder de volgende link: http://overheid.vlaanderen.be/hospitalisatieverzekering

    naar boven