chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Verplichte advies- akkoord- en overlegprocedures

    In bepaalde situaties kan de Vlaamse Regering pas een beslissing nemen nadat ze een advies of akkoord heeft gekregen van of overleg heeft gepleegd met bepaalde instanties. Hieronder vindt u een samenvatting van de generieke (niet-domeinspecifieke) verplichtingen.

    Advies Inspectie van Financiën

    Wanneer verplicht?

    Het advies van de Inspectie van Financiën is verplicht:

    • voor elk voorstel dat ter beslissing aan de Vlaamse Regering wordt voorgelegd, behalve in de gevallen vermeld in artikel 43, §3, van het BVCO;
    • voor elk ontwerp van reglementair ministerieel besluit of van omzendbrief met een budgettair weerslag;
    • voor de andere dossiers, vermeld in artikel 43, §2, van het voormelde BVCO.

    Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën (BVCO)

    Inhoud van het advies:

    Het advies betreft (uitsluitend)

    • de wettigheid,
    • de regelmatigheid,
    • de doelmatigheid,
    • de kostenefficiëntie
    • de budgettaire inpasbaarheid op termijn.

    Adviesaanvraag: Minister of leidend ambtenaar

    De adviesvraag kan aangevraagd worden door de bevoegde minister of door de leidend ambtenaar van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie.

    De adviesvraag moet gericht worden aan de bevoegde inspecteur van Financiën

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • de nota aan de Vlaamse Regering
    • de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd 

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    Er is een sjabloon voor een adviesvraag aan IF opgesteld.

    Termijn:

    • 12 of 4 werkdagen

    De Inspectie van Financiën verstrekt adviezen binnen twaalf werkdagen nadat ze de aanvraag ontvangen heeft. Deze termijn wordt geschorst als de Inspectie van Financiën schriftelijk bijkomende inlichtingen vraagt,

    In geval van gemotiveerde hoogdringendheid kan de minister vragen om advies te verstrekken binnen vier werkdagen. 

    • Adviestermijn verstreken  

    Als de Inspectie van Financiën geen advies heeft verleend binnen de voorgeschreven termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn. Dat betekent dat u het  begrotingsakkoord kunt vragen zonder het advies van de Inspectie van Financiën. 

    • Nieuwe adviesvraag na ongunstig advies

    Als de Inspectie van Financiën een ongunstig advies heeft verleend, kan de bevoegde minister de Inspectie van Financiën, binnen een maand of binnen een langere termijn, vastgelegd met toepassing van artikel 53, §1, BVCO, verzoeken om haar advies te herzien op grond van bijkomende informatie of bijkomende argumentatie.

    De Inspectie van Financiën geeft haar advies binnen vier werkdagen nadat ze de aanvraag tot herziening ontvangen heeft. Als de Inspectie van Financiën geen advies geeft binnen die termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn (zie artikel 53 BVCO voor meer informatie).

    • Begrotingsakkoord na ongunstig advies IF

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, kan een ongunstig advies van de Inspectie van Financiën overrulen naar aanleiding van de aanvraag van het begrotingsakkoord (zie punt 3.1.2) of, als het begrotingsakkoord niet vereist is, naar aanleiding van een beroep dat de inhoudelijk bevoegde minister heeft ingesteld.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, doet uitspraak over het beroep binnen twaalf werkdagen. Als hij geen uitspraak doet binnen die termijn, wordt hij geacht in te stemmen met het voorstel. Als hij het ongunstige advies van de Inspectie van Financiën bevestigt, kunt u het dossier toch ter beslissing voorleggen aan de Vlaamse Regering op voorwaarde dat u in de nota motiveert waarom aan het ongunstige advies moet worden voorbijgegaan.

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, oordeelt dat het ongunstige advies is uitgesproken ten gevolge van andere overwegingen dan de kostenefficiëntie of de budgettaire inpasbaarheid, kan hij het dossier ter beslissing voorleggen aan de Vlaamse Regering.

    Akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting

    Wanneer verplicht?

    Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is verplicht bij elk dossier waarvoor het advies van de Inspectie van Financiën vereist is, en waarvan de Inspectie van Financiën geoordeeld heeft dat het een budgettaire impact heeft, en bij een aantal dossiers die vermeld zijn in artikel 31 van het BVCO.

    Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën 

    Adviesaanvraag

    De aanvraag van het begrotingsakkoord moet aangevraagd worden door de bevoegde minister.

    De adviesvraag moet gericht worden aan de minister, bevoegd voor de begroting, en het departement Financiën en Begroting

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • het advies van de Inspectie van Financiën en, als het advies ongunstig is, een repliek op dat advies;
    • de nota aan de Vlaamse Regering (waarin in voorkomend geval gerepliceerd wordt op de opmerkingen van de Inspectie van Financiën) en de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd.

    Termijn:

    12 werkdagen

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, beslist binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft. Die termijn wordt geschorst als hij de bevoegde minister verzoekt het dossier te vervolledigen.

    Geen akkoord of niet-akkoord

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, geen beslissing heeft meegedeeld binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag heeft ontvangen, is dat akkoord niet langer vereist om het dossier te agenderen op de Vlaamse Regering.

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, zijn akkoord weigert, kan de functioneel bevoegde minister het voorstel toch ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorleggen op voorwaarde dat de nota de redenen vermeldt die verantwoorden dat aan de weigering wordt voorbijgegaan.

    Akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken

    Wanneer verplicht?

    Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken, is verplicht als het voorstel betrekking heeft op:

    • een uitbreiding van het aantal VTE’s;
    • agentschapsspecifieke of instellingsspecifieke aangelegenheden met betrekking tot de agentschappen met rechtspersoonlijkheid, de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de strategische adviesraad VLOR;
    • algemeen personeelsbeleid (met uitzondering van personeelsformatie) in Vlaamse openbare instellingen die niet onder de diensten van de Vlaamse overheid ressorteren en in de strategische adviesraad SERV.

    Huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering

    Besluit van de Vlaamse Regering  van 19 december 2014 tot vaststelling van de regels voor het algemene personeelsbeleid en het specifieke personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid en in de Vlaamse openbare instellingen, artikel 4 en 5

    Aanvraag

    Het akkoord bestuurszaken wordt aangevraagd door de bevoegde minister. 

    De aanvraag moet gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en de leidend ambtenaar van het Agentschap Overheidspersoneel.

     Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • de nota aan de Vlaamse Regering en de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. 

    Termijn

    Het akkoord wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, beslist binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft.

    Als de minister geen beslissing heeft meegedeeld binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft, is zijn akkoord niet langer vereist om het dossier te agenderen op de Vlaamse Regering, op voorwaarde dat het aanvraagdossier volledig was.

    Als de minister zijn akkoord weigert, kan de functioneel bevoegde minister het voorstel toch ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorleggen op voorwaarde dat de nota de redenen vermeldt die verantwoorden dat aan de weigering wordt voorbijgegaan.

    => Zie ook punt 3.2.2. rubriek “impact personeel Vlaamse overheid”

    Adviezen van de Vlaamse administratie bij regelgevingsdossiers

    1. Het wetgevingsadvies van het Departement Kanselarij en Bestuur

    • Wanneer verplicht?

    Het wetgevingsadvies van het Departement Kanselarij en Bestuur is verplicht voor regelgeving:

    • voorontwerpen van decreet;
    • ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering;

    behalve als ze meer dan eens in dezelfde vorm terugkeren, bijv. subsidiebesluiten, individueel personeelsbeheer (benoemingen en dergelijke), vaststelling van gewestplannen, goedkeuring van internationale verdragen.  

    Inhoud van het advies

    Het Departement Kanselarij en Bestuur geeft advies over de kwaliteit van regelgeving:

    • de wetgevingstechnische kwaliteit, waarbij de aanwijzingen in de omzendbrief VR nr. 4 betreffende de wetgevingstechniek het uitgangspunt vormen;
    • de taalkundige kwaliteit: de leesbaarheid en de taalzuiverheid;
    • andere aspecten van. kwaliteitsvolle regelgeving zoals beschreven in deze omzendbrief (facultatief);
    • de grondrechtentoets of de kwaliteit van de analyse inzake legitimiteit, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid van de impact van de voorgenomen en decretale verplichtingen op de grondrechten of op het gelijkheidsbeginsel (op aanvraag als de opsteller van de wetgeving oordeelt dat de voorgenomen wetgeving een aanzienlijke impact op een of meer grondrechten heeft).

    Het advies over het kind- en jongereneffectenrapport (JoKER)
     

    Wanneer verplicht?

     

    Het advies is verplicht als het kind- en jongereneffectrapport moet opgesteld worden ingevolge artikel 4 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, namelijk

    voor elk ontwerp van decreet dat het belang van personen jonger dan vijfentwintig jaar rechtstreeks raakt, dus als kinderen en jongeren de doelgroep zijn of als ze belanghebbend zijn.

     

    zie website voor meer informatie

     
    Inhoud van het advies

     

    Het Departement Cultuur, Jeugd en Media geeft advies over de kwaliteit van het kind- en jongereneffectrapport.

     

    1.1.1.3         Adviesaanvraag en termijn
     

    Adviesaanvraag

     

    Door: de bevoegde minister of een personeelslid van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie

    Aan:: wetgevingsadvies@vlaanderen.be

     

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    een opsomming van de adviezen die worden aangevraagd (wetgevingsadvies, grondrechtentoets, andere aspecten van de wetgevingskwaliteit, kind- en jongereneffectrapport);
    het ontwerp van besluit of het voorontwerp van decreet;
    de nota aan de Vlaamse Regering en, in voorkomend geval, de memorie van toelichting.
     

    Termijn:

     

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring. Het advies kan gelijktijdig met de adviesvraag aan de Inspectie van Financiën worden aangevraagd.

    Als er na de principiële goedkeuring nieuwe bepalingen worden ingevoegd of als aan het ontwerp wijzigingen worden aangebracht die niet het gevolg zijn van het wetgevingsadvies of het advies van de Raad van State, kunnen die nieuwe of gewijzigde bepalingen (die gemarkeerd worden in de tekst), opnieuw voor advies worden voorgelegd. 

     

    Het wetgevingstechnisch en taalkundig advies en het advies over de grondrechtentoets, alsook het advies over  het kind- en jongereneffectrapport worden bezorgd binnen twaalf werkdagen na de aanvraag, tenzij de aanvrager instemt met een verlenging van de termijn.

     

    In geval van gemotiveerde hoogdringendheid kan de bevoegde minister vragen om advies te verstrekken binnen vier werkdagen.

     

    Als er geen advies is verleend binnen de voorgeschreven termijn mag het ontwerp zonder advies voor principiële goedkeuring aan de Vlaamse Regering voorgelegd worden.

     

    Zie ook punt 3.2.2. rubriek “vorige beslissingen en adviezen” in de nota aan de Vlaamse Regering

    Advies van de strategische adviesraden en van de Vlaamse Raad WVG

    Aanmelding van regelgeving bij de Europese Commissie

    Advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State

    Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie

    Onderhandelingen en overleg met de representatieve vakorganisaties

    Consultatie van andere overheden die voorgeschreven is in de institutionele wetten