chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Verplichte advies- akkoord- en overlegprocedures

    In bepaalde situaties kan de Vlaamse Regering pas een beslissing nemen nadat ze een advies of akkoord heeft gekregen van of overleg heeft gepleegd met bepaalde instanties. Hieronder vindt u een samenvatting van de generieke (niet-domeinspecifieke) verplichtingen.

    Advies Inspectie van Financiën

    Wanneer verplicht?

    Het advies van de Inspectie van Financiën is verplicht:

    Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën (BVCO)

    Inhoud van het advies:

    Het advies betreft (uitsluitend)

    • de wettigheid,
    • de regelmatigheid,
    • de doelmatigheid,
    • de kostenefficiëntie
    • de budgettaire inpasbaarheid op termijn.

    Adviesaanvraag: Minister of leidend ambtenaar

    De adviesvraag kan aangevraagd worden door de bevoegde minister of door de leidend ambtenaar van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie.

    De adviesvraag moet gericht worden aan de bevoegde inspecteur van Financiën

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • de nota aan de Vlaamse Regering
    • de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd 

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    Er is een sjabloon voor een adviesvraag aan IF opgesteld.

    Termijn:

    • 12 of 4 werkdagen

    De Inspectie van Financiën verstrekt adviezen binnen twaalf werkdagen nadat ze de aanvraag ontvangen heeft. Deze termijn wordt geschorst als de Inspectie van Financiën schriftelijk bijkomende inlichtingen vraagt,

    In geval van gemotiveerde hoogdringendheid kan de minister vragen om advies te verstrekken binnen vier werkdagen. 

    • Adviestermijn verstreken  

    Als de Inspectie van Financiën geen advies heeft verleend binnen de voorgeschreven termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn. Dat betekent dat u het  begrotingsakkoord kunt vragen zonder het advies van de Inspectie van Financiën. 

    • Nieuwe adviesvraag na ongunstig advies

    Als de Inspectie van Financiën een ongunstig advies heeft verleend, kan de bevoegde minister de Inspectie van Financiën, binnen een maand of binnen een langere termijn, vastgelegd met toepassing van artikel 53, §1, BVCO, verzoeken om haar advies te herzien op grond van bijkomende informatie of bijkomende argumentatie.

    De Inspectie van Financiën geeft haar advies binnen vier werkdagen nadat ze de aanvraag tot herziening ontvangen heeft. Als de Inspectie van Financiën geen advies geeft binnen die termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn (zie artikel 53 BVCO voor meer informatie).

    • Begrotingsakkoord na ongunstig advies IF

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, kan een ongunstig advies van de Inspectie van Financiën overrulen naar aanleiding van de aanvraag van het begrotingsakkoord of, als het begrotingsakkoord niet vereist is, naar aanleiding van een beroep dat de inhoudelijk bevoegde minister heeft ingesteld.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, doet uitspraak over het beroep binnen twaalf werkdagen. Als hij geen uitspraak doet binnen die termijn, wordt hij geacht in te stemmen met het voorstel. Als hij het ongunstige advies van de Inspectie van Financiën bevestigt, kunt u het dossier toch ter beslissing voorleggen aan de Vlaamse Regering op voorwaarde dat u in de nota motiveert waarom aan het ongunstige advies moet worden voorbijgegaan.

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, oordeelt dat het ongunstige advies is uitgesproken ten gevolge van andere overwegingen dan de kostenefficiëntie of de budgettaire inpasbaarheid, kan hij het dossier ter beslissing voorleggen aan de Vlaamse Regering.

    Akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting

    Wanneer verplicht?

    Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is verplicht bij elk dossier waarvoor het advies van de Inspectie van Financiën vereist is, en waarvan de Inspectie van Financiën geoordeeld heeft dat het een budgettaire impact heeft, en bij een aantal dossiers die vermeld zijn in artikel 31 van het BVCO.

    Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse codex Overheidsfinanciën

    Adviesaanvraag

    De aanvraag van het begrotingsakkoord moet aangevraagd worden door de bevoegde minister.

    De adviesvraag moet gericht worden aan de minister, bevoegd voor de begroting, en het departement Financiën en Begroting

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • het advies van de Inspectie van Financiën en, als het advies ongunstig is, een repliek op dat advies;
    • de nota aan de Vlaamse Regering (waarin in voorkomend geval gerepliceerd wordt op de opmerkingen van de Inspectie van Financiën) en de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd.

    Termijn:

    12 werkdagen

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, beslist binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft. Die termijn wordt geschorst als hij de bevoegde minister verzoekt het dossier te vervolledigen.

    Geen akkoord of niet-akkoord

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, geen beslissing heeft meegedeeld binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag heeft ontvangen, is dat akkoord niet langer vereist om het dossier te agenderen op de Vlaamse Regering.

    Als de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, zijn akkoord weigert, kan de functioneel bevoegde minister het voorstel toch ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorleggen op voorwaarde dat de nota de redenen vermeldt die verantwoorden dat aan de weigering wordt voorbijgegaan.

    Akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken

    Wanneer verplicht?

    Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken, is verplicht als het voorstel betrekking heeft op:

    • een uitbreiding van het aantal VTE’s;
    • agentschapsspecifieke of instellingsspecifieke aangelegenheden met betrekking tot de agentschappen met rechtspersoonlijkheid, de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de strategische adviesraad VLOR;
    • algemeen personeelsbeleid (met uitzondering van personeelsformatie) in Vlaamse openbare instellingen die niet onder de diensten van de Vlaamse overheid ressorteren en in de strategische adviesraad SERV.

    Huishoudelijk reglement van de Vlaamse Regering

    Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot vaststelling van de regels voor het algemene personeelsbeleid en het specifieke personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid en in de Vlaamse openbare instellingen, artikel 4 en 5

    Aanvraag

    Het akkoord bestuurszaken wordt aangevraagd door de bevoegde minister. 

    De aanvraag moet gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en de leidend ambtenaar van het Agentschap Overheidspersoneel.

     Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • de nota aan de Vlaamse Regering en de documenten die voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. 

    Termijn

    Het akkoord wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring.

    De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, beslist binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft.

    Als de minister geen beslissing heeft meegedeeld binnen twaalf werkdagen nadat hij de aanvraag ontvangen heeft, is zijn akkoord niet langer vereist om het dossier te agenderen op de Vlaamse Regering, op voorwaarde dat het aanvraagdossier volledig was.

    Als de minister zijn akkoord weigert, kan de functioneel bevoegde minister het voorstel toch ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorleggen op voorwaarde dat de nota de redenen vermeldt die verantwoorden dat aan de weigering wordt voorbijgegaan.

    => Zie ook rubriek “impact personeel Vlaamse overheid” in de nota aan de Vlaamse Regering 

    Het wetgevingsadvies van het Departement Kanselarij en Bestuur

    Wanneer verplicht?

    Het wetgevingsadvies van het Departement Kanselarij en Bestuur is verplicht voor regelgeving:

    • voorontwerpen van decreet;
    • ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering;

    behalve als ze meer dan eens in dezelfde vorm terugkeren, bijv. subsidiebesluiten, individueel personeelsbeheer (benoemingen en dergelijke), vaststelling van gewestplannen, goedkeuring van internationale verdragen.  

    Inhoud van het advies

    Het Departement Kanselarij en Bestuur geeft advies over de kwaliteit van regelgeving:

    • de wetgevingstechnische kwaliteit, waarbij de aanwijzingen in de omzendbrief VR nr. 4 betreffende de wetgevingstechniek het uitgangspunt vormen;
    • de taalkundige kwaliteit: de leesbaarheid en de taalzuiverheid;
    • andere aspecten van. kwaliteitsvolle regelgeving zoals beschreven in deze omzendbrief (facultatief);
    • de grondrechtentoets of de kwaliteit van de analyse inzake legitimiteit, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid van de impact van de voorgenomen en decretale verplichtingen op de grondrechten of op het gelijkheidsbeginsel (op aanvraag als de opsteller van de wetgeving oordeelt dat de voorgenomen wetgeving een aanzienlijke impact op een of meer grondrechten heeft).

    Adviesaanvraag

    De adviesvraag wordt gesteld door de bevoegde minister of een personeelslid van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie via wetgevingsadvies@vlaanderen.be

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • een opsomming van de adviezen die worden aangevraagd (wetgevingsadvies, grondrechtentoets, andere aspecten van de wetgevingskwaliteit, kind- en jongereneffectrapport);
    • het ontwerp van besluit of het voorontwerp van decreet;
    • de nota aan de Vlaamse Regering en, in voorkomend geval, de memorie van toelichting en eventuele bijlagen.

    Termijn:

    Het advies wordt gevraagd vóór de eerste (principiële) goedkeuring. Het advies kan gelijktijdig met de adviesvraag aan de Inspectie van Financiën worden aangevraagd.

    Als er na de principiële goedkeuring nieuwe bepalingen worden ingevoegd of als aan het ontwerp wijzigingen worden aangebracht die niet het gevolg zijn van het wetgevingsadvies of het advies van de Raad van State, kunnen die nieuwe of gewijzigde bepalingen (die gemarkeerd worden in de tekst), opnieuw voor advies worden voorgelegd. 

    Het wetgevingstechnisch en taalkundig advies en het advies over de grondrechtentoets, alsook het advies over  het kind- en jongereneffectrapport worden bezorgd binnen twaalf werkdagen na de aanvraag, tenzij de aanvrager instemt met een verlenging van de termijn.

    In geval van gemotiveerde hoogdringendheid kan de bevoegde minister vragen om advies te verstrekken binnen vier werkdagen.

    Als er geen advies is verleend binnen de voorgeschreven termijn mag het ontwerp zonder advies voor principiële goedkeuring aan de Vlaamse Regering voorgelegd worden.

    => Zie ook rubriek “vorige beslissingen en adviezen” in de nota aan de Vlaamse Regering

    Het advies over het kind- en jongereneffectenrapport (JoKER)

    Wanneer verplicht?

    Het advies is verplicht als het kind- en jongereneffectrapport moet opgesteld worden ingevolge artikel 4 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, namelijk

    voor elk ontwerp van decreet dat het belang van personen jonger dan vijfentwintig jaar rechtstreeks raakt, dus als kinderen en jongeren de doelgroep zijn of als ze belanghebbend zijn.

    zie website voor meer informatie over JoKER

    Inhoud van het advies

    Het Departement Cultuur, Jeugd en Media geeft advies over de kwaliteit van het kind- en jongereneffectrapport. 

    Adviesaanvraag en termijn

    Het advies wordt samen met het wetgevingsadvies van het departement Kanselarij en Bestuur aangevraagd.

    Advies van de strategische adviesraden en van de Vlaamse Raad WVG

    Wanneer verplicht

    Voor regelgeving binnen het bevoegdheidsdomein van elke strategische adviesraad:

    • voorontwerpen van decreet, behalve voorontwerpen van decreet houdende instemming met internationale verdragen;
    • ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering die van strategisch belang zijn. Dat zijn ontwerpen van reglementair of organiek besluit die uitvoering geven aan de inhoud van een decreet en waarvan de Vlaamse Regering beslist dat het basisuitvoeringsbesluiten zijn;
    • ontwerpen van besluit die onder toepassing vallen van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt. 

    artikel III.94, §2 van het bestuursdecreet van 7 december 2018,

    artikel 3, §2, 2° van het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media;

    artikel 4, §2 van het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

    Inhoud van het advies

    Het advies heeft betrekking op de strategische beleidslijnen, opgenomen in het voorontwerp van decreet of besluit van de Vlaamse Regering. De minister kan ook beslissen om een aantal specifieke adviesvragen te stellen. 

    Adviesaanvraag: voor of na principiële goedkeuring door Vlaamse Regering

    De adviesvraag wordt gesteld door de bevoegde minister.

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • het ontwerp van besluit of het voorontwerp van decreet;
    • de nota aan de Vlaamse Regering en, in voorkomend geval, de memorie van toelichting. 

    Het advies kan gevraagd worden vóór of na de (eerste) principiële goedkeuring[1], in een stadium waarin het nog mogelijk is strategische beleidslijnen aan te passen. Adviezen van (strategische) adviesraden die gevraagd worden over een voorontwerp van decreet of over een ontwerp van besluit dat nog niet principieel goedgekeurd is door de Vlaamse Regering, worden – samen met de tekst waarover advies gegeven wordt – gevoegd bij het dossier voor agendering op de Vlaamse Regering en worden ook gepubliceerd na de beslissing van de Vlaamse Regering. Als het (voor)ontwerp uiteindelijk niet geagendeerd wordt op de Vlaamse Regering, wordt het advies van de strategische adviesraad gepubliceerd op de website van de adviesraad. De tekst waarover advies is gegeven, kan alleen gepubliceerd worden als de adviesaanvrager daarvoor toestemming heeft gegeven. 

    De minister kan vragen aan de strategische adviesraad om voorafgaand aan het advies van de adviesraad een open consultatie te organiseren.

    Termijn

    De bevoegde strategische adviesraad verleent advies binnen dertig kalenderdagen na de aanvraag , tenzij een andere termijn afgesproken is met de adviesaanvrager.

    Die termijn wordt eventueel verlengd met de termijn van open consultatie als de aanvrager om die open consultatie heeft verzocht (Zie artikel III.103, §2, van het bestuursdecreet van 7 december 2018).

    In geval van door de aanvrager gemotiveerde spoedeisendheid wordt het advies verstrekt binnen een kortere termijn, die niet minder dan tien werkdagen kan bedragen.

    Aanmelding van regelgeving bij de Europese Commissie

    In sommige bij wet bepaalde gevallen moet Vlaamse regelgeving en/of ontwerpen daarvan ter kennis gebracht worden van de Europese Commissie. Dit geldt bijvoorbeeld voor regelgeving die wordt aangenomen in toepassing van vrijwaringsclausules in het EU-recht, regelgeving met betrekking tot de afgifte van opleidingstitels, en regelgeving die de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit regelt. Ook Vlaamse regelgeving die EU-regelgeving omzet, moet aangemeld worden bij de Europese Commissie. De modaliteiten van deze aanmeldingsprocedures variëren naargelang het geval. Het verdient daarom aanbeveling steeds na te gaan of het EU-recht een aanmelding bij de Commissie voorschrijft en, in voorkomend geval, hoe deze aanmelding moet gebeuren. Hieronder wordt stilgestaan bij twee courant voorkomende aanmeldingsprocedures: de aanmelding van technische voorschriften en de aanmelding van eisen inzake de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit

    Aanmelding van omzetting van Europese richtlijnen

    De aanmelding van Vlaamse omzettingsmaatregelen bij de Commissie wordt geregeld door Omzendbrief VR/2016/41 betreffende de coördinatie van de omzetting van Europese regelgeving en van de maatregelen in het kader van inbreukprocedures.

    Aanmelding van technische voorschriften

    Voorgeschreven bij:

    Artikel 5 tot en met 7 van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij

    Wat is een technisch voorschrift?

    Een technisch voorschrift is een “technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, […] van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product dan wel de verrichting of het gebruik van een dienst of de vestiging als dienstverlener wordt verboden”. 

    Technische voorschriften die de integrale omzetting van een internationale of Europese norm zijn, hoeven niet aangemeld te worden via deze procedure. In dat geval volstaat een mededeling van de norm in kwestie.

    Andere uitzonderingen (onder andere bij de toepassing van Europese vrijwaringsclausules) zijn opgenomen in artikel 7 van de Richtlijn.

    Wanneer verplicht?

    De aanmelding van technische voorschriften bij de Europese Commissie is verplicht bij:

    • ontwerpen van technische voorschriften (bijvoorbeeld in voorontwerpen van decreet, ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering en ministeriële besluiten);
    • significante wijzigingen die een verandering van het toepassingsgebied, een verkorting van het oorspronkelijk geplande tijdschema voor de toepassing, een toevoeging van specificaties of eisen of het stringenter maken van ontwerpen van technische voorschriften tot gevolg hebben;
    • de definitieve tekst van een technisch voorschrift. 

    Aanmelding

    Door: de leidend ambtenaar van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie

    Aan: . de Europese Commissie via de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (belspoc@economie.fgov.be) .

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • het ontwerp van de tekst, samen met een attest dat de correctheid van de tekst bevestigt;
    • het ingevulde mededelingsbericht dat de redenen uiteenzet waarom de vaststelling van het technisch voorschrift nodig is, tenzij die redenen al uit het ontwerp zelf blijken;
    • eventuele basisteksten die nodig zijn om de tekst te begrijpen;
    • een wetenschappelijk dossier als het technische voorschrift betrekking heeft op als gevaarlijk beschouwde stoffen voor de volksgezondheid, het milieu en de consument als vermeld in artikel 5, lid 1, paragraaf 4, van de richtlijn.

    Termijn

    Het technische voorschrift wordt aangemeld vóór of na de (eerste) principiële goedkeuring, in een stadium waarin het nog mogelijk is ingrijpende wijzigingen aan te brengen.

    Het technische voorschrift wordt in ieder geval aangemeld vóór het advies van de Raad van State gevraagd wordt.

    De definitieve goedkeuring van het ontwerp van technisch voorschrift wordt uitgesteld tot drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie de mededeling heeft ontvangen, hierna de standstillperiode te noemen. Tijdens de standstillperiode kunnen de Europese Commissie en de andere lidstaten het ontwerp bestuderen en eventueel bezwaren formuleren over belemmeringen van het vrije verkeer van goederen, diensten en personen.

    Als de Europese Commissie of een andere lidstaat binnen drie maanden geen opmerkingen maakt of geen uitvoerig gemotiveerde mening te kennen geeft, kan het technisch voorschrift definitief worden goedgekeurd.

    De standstillperiode bedraagt meer dan drie maanden in bepaalde gevallen. (zie artikel 6.2 tot en met 6.5 van de Richtlijn)

    De standstillperiode geldt niet in spoedeisende gevallen. (zie artikel 6.7 van de Richtlijn)

    Aanmelding van regelgeving die de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit regelt

    Voorgeschreven bij:

    Artikel 15 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt

    Welke eisen?

    Volgens art. 15.2 van de Richtlijn gaat het om volgende eisen:“

    1. kwantitatieve of territoriale beperkingen, met name in de vorm van beperkingen op basis van de bevolkingsomvang of een geografische minimumafstand tussen de dienstverrichters;
    2. eisen die van de dienstverrichter verlangen dat hij een bepaalde rechtsvorm heeft;
    3. eisen aangaande het aandeelhouderschap van een onderneming;
    4. eisen, niet zijnde eisen die betrekking hebben op aangelegenheden die vallen onder Richtlijn 2005/36/EG of die in andere communautaire instrumenten zijn behandeld, die de toegang tot de betrokken dienstenactiviteit wegens de specifieke aard ervan voorbehouden aan bepaalde dienstverrichters;
    5. een verbod om op het grondgebied van dezelfde staat meer dan één vestiging te hebben;
    6. eisen die een minimum aantal werknemers vaststellen;
    7. vaste minimum- en/of maximumtarieven waaraan de dienstverrichter zich moet houden;
    8. een verplichting voor de dienstverrichter om in combinatie met zijn dienst andere specifieke diensten te verrichten.”

    De inhoud van deze lijst is verder verduidelijkt, o.m. door het Europees Hof in HvJ 30 januari 2018, nrs. C-360/15 en C-31/16, ECLI:EU:C:2018:44 en door de Europese Commissie in het Handboek voor de implementatie van de Dienstenrichtlijn (2007).

    Wanneer verplicht?

    De aanmelding bij de Europese Commissie is verplicht voor regelgeving die eisen inzake de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit[3] bevat, onder meer:

    • voorontwerp van decreet;
    • ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering;
    • ontwerp van ministerieel besluit;
    • ontwerp van besluit van een leidend ambtenaar;
    • ontwerp van omzendbrief.

    Aanmelding

    Door: de leidend ambtenaar van de bevoegde instantie van de Vlaamse administratie

    Aan:  de Europese Commissie via het Informatiesysteem Interne Markt (“IMI”)

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de tekst van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in kwestie;
    • de redenen voor de vaststelling aanname van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in kwestie.

    Termijn

    De Richtlijn voorziet niet in een termijn waarbinnen “nieuwe eisen” aangemeld moeten worden. Wel bepaalt deze dat de Europese Commissie binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving onderzoekt of deze nieuwe eisen verenigbaar zijn met het EU-recht en dat zij waar passend een beschikking vaststelt waarin zij de betrokken lidstaat verzoekt van vaststelling van de eisen af te zien of deze in te trekken.

    De Richtlijn verduidelijkt dat kennisgeving de (bevoegde autoriteiten van de) lidstaten niet belet de betrokken bepalingen vast te stellen. Er geldt geen standstillperiode.

    Met het kennis geven van een ontwerp van regelgeving overeenkomstig artikel 5 tot en met 7 van Richtlijn (EU) 2015/1535 (zie punt 3.1.6.1) wordt tegelijkertijd voldaan aan de kennisgevingsplicht van deze Richtlijn.

    Advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State

    Voorgeschreven bij

    Artikel 2 tot en met 5 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    Wanneer verplicht?

    Het advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State is verplicht bij;

    • voorontwerpen van decreet;
    • ontwerpen van reglementair besluit van de Vlaamse Regering
    • ontwerpen van reglementair ministerieel besluit

    Inhoud van het advies

    De afdeling Wetgeving kan het ontwerp aan een volledig juridisch onderzoek onderwerpen. Als de adviestermijn beperkt is, kan (termijn van dertig of zestig kalenderdagen) of moet (termijn van vijf werkdagen) de afdeling haar advies beperken tot de volgende aspecten:

    • de bevoegdheid van de steller van de tekst;
    • de rechtsgrond;
    • de voorafgaande vormvereisten. 

    Adviesaanvraag

    Door: de bevoegde minister

    Aan: de Eerste Voorzitter van de Raad van State

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de adviesaanvraag;
    • één ondertekend exemplaar van het voorontwerp van decreet en de memorie of van het ontwerp van besluit en, in voorkomend geval, van het verslag aan de regering, en veertien kopieën daarvan;
    • vijftien exemplaren van de andere documenten, zoals de nota aan de regering, alle documenten die aantonen dat aan de voorafgaande vormvereisten is voldaan en alle andere documenten die nuttig kunnen zijn bij het onderzoek van de tekst, bijvoorbeeld concordantietabellen.  

    Termijn

    Het advies kan pas gevraagd worden na de (tweede) principiële goedkeuring.

    De aanvrager kan verzoeken om advies uit te brengen:

    • zonder opgave van een termijn;
    • binnen zestig kalenderdagen (of vijfenzeventig kalenderdagen in geval van algemene vergadering of verenigde kamers) eventueel verlengbaar na toestemming van de aanvrager;
    • binnen dertig kalenderdagen (of vijfenveertig kalenderdagen in geval van algemene vergadering of verenigde kamers) eventueel verlengbaar na toestemming van de aanvrager;
    • binnen vijf werkdagen (of acht werkdagen in geval van algemene vergadering, verenigde kamers of artikel 2, §4) alleen in spoedeisende gevallen die in de adviesaanvraag met redenen worden omkleed. 

    Als het advies over een reglementair besluit niet wordt meegedeeld binnen de – eventueel verlengde – termijn van vijf werkdagen of dertig of zestig kalenderdagen (respectievelijk 8 werkdagen, 45 of 75 kalenderdagen), wordt ervan uitgegaan dat de vormvereiste is vervuld. De aanvrager moet dat alleen in de aanhef vermelden.

    Zie het Vademecum adviesprocedure voor de afdeling wetgeving voor meer informatie

    Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie

    Voorgeschreven bij:

    Decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, artikel 10/4 van de

    Algemene Verordening Gegevensbescherming,  artikel 36, lid 4, artikel 57, 1, c, en overweging 96

    Wanneer verplicht?

    Het advies van de Vlaamse Toezichtcommissie is verplicht voor regelgeving die betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens:

    • voorontwerp van decreet;
    • ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering;
    • ontwerp van ministerieel besluit;
    • ontwerp van omzendbrief

    Inhoud van het advies

    Het advies heeft betrekking op de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens en de overeenstemming met de geldende voorschriften van de algemene verordening gegevensbescherming en de gegevensbeschermingswetgeving op federaal en Vlaams niveau.

    Adviesaanvraag

    Door: de bevoegde minister

    Aan: de Vlaamse Toezichtcommissie, Koning Albert II laan 15, 1210 Brussel of elektronisch naar contact@toezichtcommissie.be .

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • het voorontwerp van decreet, het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering, het ontwerp van ministerieel besluit of het ontwerp van omzendbrief;
    • alle nuttige bijbehorende informatie zoals de nota aan de Vlaamse Regering, de memorie van toelichting en andere nuttige documentatie die betrekking heeft op de beoogde verwerking van persoonsgegevens. 

    Termijn

    Het advies wordt gevraagd na de (eerste) principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering of, bij een ministerieel besluit, vóór de ondertekening door de minister.

    De Vlaamse Toezichtcommissie geeft advies binnen een termijn van dertig dagen, nadat de aanvrager alle noodzakelijke gegevens aan de Vlaamse Toezichtcommissie heeft medegedeeld. In speciaal gemotiveerde dringende gevallen kan de termijn worden teruggebracht tot vijftien dagen.

    Zie de website van de Vlaamse Toezichtcommissie voor meer informatie over de aanvraag

    Onderhandelingen en overleg met de representatieve vakorganisaties

    Voorgeschreven bij

    wet 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, art. 2 en art. 11

    procedureregels: koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

    Wanneer verplicht?

    Onderhandeling in het Sectorcomité XVIII is verplicht voor een aantal “grondregelingen” van personeelsaangelegenheden, vermeld in artikel 2 van de bovengenoemde wet van 19 december 1974.

    Overleg in het Hoog Overlegcomité (voor materies die betrekking hebben op het geheel van de diensten van de Vlaamse overheid) of in beleidsdomeinoverlegcomités of entiteitsoverlegcomités is verplicht voor de aangelegenheden die opgesomd zijn in artikel 11 van de bovengenoemde wet van 19 december 1974.

    Zie de website voor meer informatie

    Aanvraag van de onderhandeling in het Sectorcomité XVIII

    Door: de bevoegde minister

    Aan: de voorzitter van het Sectorcomité

    Het dossier bevat de volgende documenten:

    • de ontwerpregeling;
    • een toelichtende nota.

    Termijn

    Het dossier wordt voorgelegd aan het Sectorcomité na de eerste principiële goedkeuring van het dossier door de Vlaamse Regering

    Voor meer info zie omzendbrief BZ 2014/4 van 16 mei 2014 betreffende betrekkingen tussen de Vlaamse overheid en de vakorganisaties voor meer informatie 

    Consultatie van andere overheden die voorgeschreven is in de institutionele wetten

    Voorgeschreven bij

    Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

    Bijzondere wet van 16 januari 1989

    Zie ook : Protocol 6 juli 2005 tot regeling van de onderscheiden vormen van medewerking tussen de federale regering en de gemeenschaps- en gewestregeringen:  

    Wanneer verplicht?

    Voor sommige beslissingen zijn specifieke samenwerkingsvormen (advies, overleg, betrokkenheid, akkoord of eensluidend advies, goedkeuring, beslissing op voorstel, …) met andere overheden voorgeschreven.

    Initiatief

    Door: de minister-president of de bevoegde minister

    Aan: de bevoegde federale minister of aan de minister-president of de bevoegde minister van de andere gemeenschaps- of gewestregeringen

    Het dossier bevat:

    • het ontwerp van de tekst die wordt voorgelegd;
    • een toelichting erbij, bijvoorbeeld de nota aan de Vlaamse Regering of de memorie van toelichting).

    Termijn

    Als de bijzondere wetten uitdrukkelijk voorschrijven dat ontwerpregelgeving aan een andere overheid voorgelegd moet worden, kan dat pas na de eerste principiële goedkeuring van het ontwerp en moet de procedure afgerond zijn vóór het advies van de Raad van State gevraagd kan worden.

    Het antwoord moet binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de aanvraag verstrekt worden.

    In geval van gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan die termijn ingekort worden tot zes werkdagen.

    Die termijnen zijn geen vervaltermijnen. Het verstrijken van de antwoordtermijn betekent niet automatisch dat de procedure voortgezet kan worden.