chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    WETGEVINGSTECHNIEK: Principes over de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest in het kader van de wetgevingstechniek

    Krachtens artikel 19, §1, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen vermelden de decreten van het Vlaams Parlement of ze aangelegenheden regelen als vermeld in artikel 39, 127, 128 of 129 van de Grondwet. Die vermelding wordt opgenomen in artikel 1 van een decreet (zie punt 146 omzendbrief Wetgevingstechniek)

    Op deze pagina vindt u de grote lijnen over deze materie.

    De Vlaamse regelgever beschikt over materiële bevoegdheden binnen een bepaald territorium.

    1° Materiële bevoegdheden

    De bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap zijn rechtstreeks vastgelegd in de Grondwet en sommige zijn verder gepreciseerd in de Bijzondere Wet Hervorming Instellingen (BWHI). In grote lijnen gaat het om de volgende bevoegdheden:

    Bevoegdheden van het Vlaamse Gewest

    • ruimtelijke ordening
    • wonen en huisvesting
    • leefmilieu
    • landinrichting en natuurbehoud
    • waterbeleid
    • landbouw en zeevisserij
    • economie
    • toerisme
    • dierenwelzijn
    • energiebeleid
    • gemeenten, provincies en intercommunales
    • tewerkstelling
    • openbare werken en vervoer
    • wetenschappelijk onderzoek
    • internationale aangelegenheden

    EN


    Bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap

    • cultuur
    • onderwijs
    • gezondheidszorg
    • bijstand aan personen
    • justitie

    Er bestaat geen hiërarchie tussen de normen van de federale wetgever en die van het Vlaams Parlement. De grondwetgever heeft geopteerd voor een systeem van exclusieve bevoegdheden. Dat betekent dat de aangelegenheden principieel altijd in hun geheel aan een welbepaalde overheid zijn toegekend.

    De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest beschikken bovendien alleen over toegewezen bevoegdheden. De residuaire bevoegdheden, waarvoor niet expliciet bepaald is welke overheid bevoegd is, komen toe aan de federale overheid. Dat houdt voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest een beperking in. Om een zinvolle uitoefening mogelijk te maken van de bevoegdheden die aan de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest toegewezen zijn, moet er een ruime en volledige interpretatie van worden gehanteerd van de toegewezen bevoegdheden.

    =>Impliciete bevoegdheden

    Artikel 10 BHWI: De decreten kunnen rechtsbepalingen bevatten in aangelegenheden waarvoor de Parlementen niet bevoegd zijn, voor zover die bepalingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun bevoegdheid.

    De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest beschikken naast de toegewezen bevoegdheden ook over impliciete bevoegdheden. Overeenkomstig artikel 10 BWHI kunnen decreten rechtsbepalingen bevatten over aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest niet bevoegd zijn, maar die wel noodzakelijk zijn om hun bevoegdheden uit te oefenen.

    De voorwaarden voor de uitoefening van de aanvullende impliciete bevoegdheden staan deels in artikel 10 BWHI zelf en komen deels voort uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. De voorwaarden zijn:

    1° uit artikel 10 BWHI:

    • de decreetgever oefent de aanvullende impliciete bevoegdheden uit 
    • de uitoefening van de aanvullende impliciete bevoegdheden is noodzakelijk om de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest uit te oefenen

    2°  twee aanvullende voorwaarden van het Grondwettelijk Hof:

    • de aangelegenheid moet zich lenen tot een gedifferentieerde regeling 
    • de weerslag ervan op de bevoegdheid van de andere overheid is slechts marginaal

    (Bron + overzicht van de rechtspraak van de Raad van State en het Grondwettelijk Hof: zie J. VELAERS, De Grondwet en de Raad van State, afdeling Wetgeving, Antwerpen, Maklu Uitgevers, 1999, 822-827.)

    Volgens het Grondwettelijk Hof komt de uitoefening van de impliciete bevoegdheden in beginsel toe aan de decreetgever, die in voorkomend geval daarover een machtiging aan de regering verleent. ( GwH 30 september 2010, nr. 108/2010, B.6 en B.7 ). Als geen dergelijke decretale machtiging is voorzien, en als de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op impliciete bevoegdheden vervuld zijn zal de decreetgever eerst moeten optreden om zo'n uitdrukkelijke rechtsgrond te voorzien (zie Advies R.v.St. 46.903/3 van 9 juli 2009, punt 4.4.1 ; Advies R.v.St 48.965/3 van 14 december 2010, punt 3.2 en punt 4.2.2 ; Advies R.v.St. 51.803/1/V van 11 september 2012, punt 3.3 )

      MEER VOORBEELDEN EN ADVIEZEN rond thema van impliciete bevoegdheden

    2° Territoriale bevoegdheid

    A) Vlaams Gewest

    Volgens artikel 5 van de Grondwet omvat het Vlaamse Gewest omvat de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. De territoriale bevoegdheid van het Vlaamse Gewest valt samen met het Nederlandse taalgebied, waarbij de federale wetgever bevoegd blijft voor een aantal aangelegenheden (in verband met ondergeschikte besturen – artikel 6, §1, VIII, BWHI – en administratief toezicht – artikel 7 BWHI) in de randgemeenten en de gemeente Voeren.

    B) Vlaamse Gemeenschap

    Volgens artikel 127 en artikel 128 van de Grondwet hebben de decreten van de Vlaamse Gemeenschap kracht van wet in het Nederlandse taalgebied (= grondgebied Vlaams Gewest) én voor “unicommunautaire” instellingen (dus niet ten aanzien van inwoners) in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met name:

    • decreten die culturele of onderwijsaangelegenheden regelen: voor de instellingen die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd als instellingen die uitsluitend behoren tot de Vlaamse Gemeenschap
    • voor decreten die persoonsgebonden aangelegenheden regelen: voor de instellingen die wegens hun organisatie moeten worden beschouwd als instellingen die uitsluitend behoren tot de Vlaamse Gemeenschap.

    Voor decreten die het taalgebruik in gemeenschapsaangelegenheden regelen, is het territoriale toepassingsgebied beperkt ingevolge artikel 129 Grondwet.

    Zie ook: punt 146 omzendbrief Wetgevingstechniek

    CONTACT

    Steketee Björn (bjorn.steketee@vlaanderen.be) (Departement Kanselarij en Bestuur) of wetgevingstechniek@vlaanderen.be