chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Ziekteafwezigheidspercentage

    Evolutie ziekteafwezigheidspercentage

    Het ziekteafwezigheidspercentage (kort: ziektepercentage, ziekteverzuim) geeft het aantal dagen op 100 weer dat een werknemer afwezig is wegens ziekte. Het percentage wordt berekend door het aantal ziektedagen af te zetten tegenover het totaal aantal beschikbare dagen.

    Een stijging van het absenteïsmepercentage binnen de Vlaamse overheid zet zich door sinds 2008 - met uitzondering van 2009 waar er een minimale daling was. Het ziekteafwezigheidspercentage steeg van 6,37% in 2008 naar 7,97% in 2018. Het afgelopen jaar evolueerde het van 7,64% in 2017 naar 7,97% in 2018, wat een procentuele stijging van 4,3% inhoudt tegenover 2017. In 2018 was een personeelslid op 100 beschikbare dagen dus gemiddeld 7,97 dagen afwezig wegens ziekte.

    Dit ziekteafwezigheidspercentage verschilt sterk over de beleidsdomeinen heen. Het laagste ziekteafwezigheidspercentage van een beleidsdomein bedraagt 5,29%, het hoogste bedraagt 9,60%. De context binnen de beleidsdomeinen is ook heel verschillend.

    Terwijl het ziekteverzuim binnen de Vlaamse overheid vroeger significant hoger lag dan in de private sector, liggen de cijfers sinds 2015 dicht bij elkaar. De stijgende trend in de Vlaamse overheid zet zich ook in de privésector door.

    In de private sector is het ziektepercentage ook afhankelijk van de grootte van de organisatie: hoe groter de organisatie, hoe hoger het ziektepercentage – gaande van 6,34% bij organisaties tot 20 werknemers tot 9,77% bij organisaties met meer dan 1.000 werknemers. Omdat het gewicht van grote organisaties op het absenteïsmecijfer sterk doorweegt, opteert Securex ervoor om in hun White Paper met ziektecijfers over 2018, grote bedrijven met meer dan 1.000 werknemers niet meer op te nemen in de totaalcijfers. Op deze manier publiceren zij voor 2018 een verzuimcijfer van 7,07%. Als we bij de Vlaamse overheid de entiteiten met meer dan 1.000 werknemers uit de berekening halen komen we op een vergelijkbaar cijfer van 7,14%.

    De verzuimcijfers binnen de Vlaamse Overheid liggen lager dan bij Stad en OCMW Antwerpen, waar het verzuimcijfer voor 2018 8,7% bedraagt. Ook bij Stad en OCMW Antwerpen is een stijgende trend merkbaar in het ziekteafwezigheidspercentage.

    Bovenstaande gegevens wijzen erop dat het stijgend ziekteverzuim een algemeen maatschappelijk gegeven is zowel bij werknemers tewerkgesteld in private als in publieke organisaties.

    De stijgende trend in de Vlaamse overheid zet zich ook in de private sector door, waar het ziekteverzuimpercentage stijgt van 7,84% in 2017 naar 8% in 2018 (gewogen gemiddelde, bron: Securex White Paper mei 2019, Absenteïsme in 2018). In 2018 is het ziektepercentage bij de Vlaamse overheid dus gelijk aan dat in de private sector.

    Demografische variabelen

    Geslacht

    Totaal

    Man

    Vrouw

    Ziektepercentage

    7,97%

    5,84%

    9,73%

    De uitsplitsing van ziekteverzuim over geslacht toont dat vrouwen gemiddeld vaker afwezig zijn door ziekte dan mannen.

    Ook in de private sector zien we eenzelfde patroon (bron: White Paper Absenteïsme in 2018, Heidi Verlinden, mei 2019). Ook in de wetenschappelijke literatuur vinden we deze vaststelling terug.

     

    Leeftijdscategorieën

    Totaal

    1. <= 24j

    2. 25 - 29j

    3. 30 - 34j

    4. 35 - 39j

    5. 40 - 44j

    6. 45 - 49j

    7. 50 - 54j

    8. 55 - 59j

    9. >= 60j

    Ziektepercentage

    7,97%

    2,34%

    3,96%

    5,87%

    6,85%

    7,16%

    8.42%

    8,92%

    11,01%

    11.82%

     

    De uitsplitsing over leeftijd toont een duidelijk resultaat: hoe ouder, hoe hoger het ziekteverzuim, zowel bij de Vlaamse overheid als bij de private bedrijven. Bij de Vlaamse overheid is er in elke leeftijdscategorie een lichte stijging tegenover 2017 waar te nemen. Enkel in de leeftijdscategorieën 45-49 jaar en 55-59 jaar is er een grotere stijging dan in de andere leeftijdscategorieën, met respectievelijk stijging van 0,84% en 0,72%.

     

    Statuut

    Totaal

    Statutair

    Contractueel

    Ziektepercentage

    7,97%

    8,04%

    7,80%

     

    In de opdeling naar statuut zien we dat statutaire personeelsleden een licht hoger (+ 0,24%) ziektepercentage hebben dan hun contractuele collega’s. We merken echter dat dit verschil beduidend kleiner wordt ten opzichte van voorgaande jaren. Zo was dit verschil in 2016 nog veel groter (7,02% bij statutaire personeelsleden en 5,75% bij contractuele personeelsleden).

    Niveau

    Totaal

    Niveau A

    Niveau B

    Niveau C

    Niveau D

    Ziektepercentage

    7,64%

    4,78%

    7,95%

    8,63%

    11,17%

    Hoe hoger de scholingsgraad, des te minder afwezig door ziekte. Een mogelijke verklaring is de positieve impact van opleidingsniveau op het maken van gezonde keuzes (meer beweging en gezondere voeding) (bron: Van Oyen, H, P. Deboosere, V. Lorant, R. Charafeddine, (2011), Sociale ongelijkheden in gezondheid in België, Academia Press). Een andere mogelijke verklaring is dat de indicatoren die welzijn bepalen (autonomie, inzetbaarheid, zingeving, ontwikkelingsmogelijkheden, plaats- en tijdsonafhankelijk werken, …) meer voorkomen in jobs bij hoger opgeleiden. Bij lager opgeleiden vinden we meer fysiek belastende beroepen terug, zoals bijvoorbeeld bosarbeiders en  wegenwerkers.

    Er is meer onderzoek nodig naar de onderlinge afhankelijkheid van de demografische variabelen.

    Evolutie ziekteafwezigheidspercentage volgens duur

    Opdeling van het ziekteafwezigheidspercentage volgens duur toont het volgende resultaat:

    Ziekteafwezigheidspercentage per periode

    jaar

    1-dags

    kort

    < 1 maand

    lang

    > 1 maand

    deeltijds

    2018 0.39%

    1.93%

    4.67%

    0.98%

    2017 0,40%

    1,90%

    4,47%

    0,90%

    2016

    0,40%

    2,04%

    4,34%

    0,73%

    2015

    0,39%

    1,98%

    3,87%

    0,54%

    • in 2018 waren 0,39% van de beschikbare dagen afwezigheden van 1 dag. Het gaat om 4,9% van de verloren arbeidstijd
    • 1,93% waren korte afwezigheden (2 tot 30 kalenderdagen). 24,2% van de verloren arbeidstijd is te wijten aan personeelsleden die tussen 2 en 30 kalenderdagen ziek zijn
    • 4,67% waren langdurige afwezigheden (meer dan 30 kalenderdagen). Dit is 58,6% van de verloren arbeidstijd
    • 0,98% waren afwezigheden wegens deeltijdse ziekte. Dat is 12,3% van de verloren arbeidstijd

    In vergelijking met 2017 blijft de categorie van 1-dagsziekten gelijk, stijgt de categorie korte ziekteperiode heel licht met 1,58%, is er een stijging van 4,47% in de categorie van de langdurige ziekteperiodes en een stijging met 14% in de categorie deeltijds ziek.

    In de private sector is het langdurig ziekteverzuim nog hoger met een cijfer van 4,89%. In de private sector steeg voor het eerst in 10 jaar tijd het aantal langdurig afwezigen niet significant, maar bleef het op hetzelfde niveau als in 2017. Deze trendbreuk zet zich jammer genoeg nog niet door binnen de Vlaamse overheid, waar het langdurig ziekteverzuim wel nog in licht stijgende lijn is. Gezien de relatief sterke stijging van het aandeel langdurige ziekteperiodes, is het aangewezen hiervoor diverse beleidsmaatregelen te ondernemen.

    De aan- of afwezigheid van personeelsleden wordt niet enkel door deze individuele factoren bepaald maar wordt potentieel beïnvloed door een ruime set van variabelen. Het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing hanteert in haar rapport over antecedenten personeelsbeschikbaarheid 4 categorieën:

    • individuele factoren: demografische kenmerken (zoals geslacht, leeftijd, anciënniteit), persoonlijkheid, psychosociaal kapitaal, familiale verantwoordelijkheden
    • jobgerelateerde factoren: jobkenmerken (zoals autonomie, complexiteit, niveau en doorgroeimogelijkheden), rolduidelijkheid, flexibel werken
    • factoren in de directe werkomgeving: leiderschap, relatie met collega’s, grootte van het team
    • organisatiebrede factoren: afwezigheidscultuur, organisatiepolitiek, erkenning vanuit de organisatie.

    Het is belangrijk beleidsmaatregelen te nemen die inspelen op deze 4 catagorieën.

    De oorzaken voor het stijgend ziekteverzuim liggen voor een stuk ook buiten de organisatie. Zo bepalen ook brede sociaal-economische trends zoals; de snelheid van veranderingen, de VUCA (volatiel, onzeker, complex en ambigue) wereld, de 24/7 connectiviteit, de intensivering van werk en leven, lean management, de individualisering, stijgende diversiteit, onzekerheid over de toekomst, angst voor aanslagen, … mee het ziekteverzuim. 

    Zie ook deze cijfers

    2,30
    Meldingsfrequentie
    Cijfer over 2018
    11,80
    Gemiddelde ziekteduur
    Cijfer over 2018
    360
    Arbeidsongevallen
    Cijfer over 2018