chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Het bestand temporary://fileMGnBpi kon niet worden gekopieerd, omdat de bestemmingsmap niet goed ingesteld is. Dit kan door een probleem met de toegangsrechten komen. Zie het logboek voor meer informatie.

    Ziekteafwezigheidspercentage

    Evolutie ziekteafwezigheidspercentage

    Het ziekteafwezigheidspercentage (kort: ziektepercentage, ziekteverzuim) geeft het aantal dagen op 100 weer dat een werknemer afwezig is door ziekte. Het percentage wordt berekend door het aantal ziektedagen af te zetten tegenover het totaal aantal beschikbare dagen.

    Een stijging van het absenteïsmepercentage binnen de Vlaamse overheid zet zich door sinds 2008 - met uitzondering van 2009 waar er een minimale daling was. Het ziekteafwezigheidspercentage steeg van 6,37% in 2008 naar 8,21% in 2019. Het afgelopen jaar evolueerde het van 7,97% in 2018 naar 8,21% in 2019, wat een procentuele stijging van 3.01% inhoudt tegenover 2018. In 2019 was een personeelslid op 100 beschikbare dagen dus gemiddeld 8,21 dagen afwezig door ziekte.

    Dit ziekteafwezigheidspercentage verschilt sterk over de beleidsdomeinen heen. Het laagste ziekteafwezigheidspercentage van een beleidsdomein bedraagt 5,02%, het hoogste bedraagt 9,44%. De context binnen de beleidsdomeinen is ook heel verschillend.

    Terwijl het ziekteverzuim binnen de Vlaamse overheid vroeger significant hoger lag dan in de private sector, liggen de cijfers sinds 2015 dicht bij elkaar. De stijgende trend in de Vlaamse overheid zet zich ook in de privésector door. Zo noteert Securex voor 2019 een afwezigheidspercentage van 7.99% in vergelijking met 7.87% in 2018 (gewogen gemiddelde, bron: Preview Securex White Paper, juni 2019, Absenteïsme in 2019). 

    In de private sector is het ziektepercentage ook afhankelijk van de grootte van de organisatie: hoe groter de organisatie, hoe hoger het ziektepercentage – gaande van 6,38% bij organisaties tot 20 werknemers tot 9,66% bij organisaties met meer dan 1.000 werknemers. Omdat het gewicht van grote organisaties op het absenteïsmecijfer sterk doorweegt, opteert Securex ervoor om in hun White Paper met ziektecijfers over 2019, grote bedrijven met meer dan 1.000 werknemers niet meer op te nemen in de totaalcijfers. Op deze manier publiceren zij voor 2019 een verzuimcijfer van 7,22%. Als we bij de Vlaamse overheid de entiteiten met meer dan 1.000 werknemers uit de berekening halen, komen we op een vergelijkbaar cijfer van 7,38%.

    De verzuimcijfers binnen de Vlaamse overheid liggen lager dan bij Stad en OCMW Antwerpen, waar het verzuimcijfer voor 2019 8,6% bedraagt.[1]  Het verzuimpercentage van Stad en OCMW Antwerpen bevindt zich daarmee op gelijk niveau als vorig jaar en toont een stabilisatie eerder dan een stijging.

    [1] Uitwisseling Verzuimcijfers 2019, Stad en OCMW Antwerpen (team aanwezigheidsbeleid)

    Demografische variabelen

    De uitsplitsing van ziekteverzuim over geslacht toont volgend resultaat:

    Geslacht

    Totaal

    Man

    Vrouw

    Ziektepercentage

    8?21%

    6?09%

    9,99%

    Vrouwen zijn gemiddeld vaker afwezig door ziekte dan mannen. Ook in de wetenschappelijke literatuur vinden we deze vaststelling terug.

     

    Leeftijdscategorieën

    Totaal

    1. <= 24j

    2. 25 - 29j

    3. 30 - 34j

    4. 35 - 39j

    5. 40 - 44j

    6. 45 - 49j

    7. 50 - 54j

    8. 55 - 59j

    9. >= 60j

    Ziektepercentage

    7,97%

    2,34%

    3,96%

    5,87%

    6,85%

    7,16%

    8.42%

    8,92%

    11,01%

    11.82%

    Ziektepercentage

    8,21%

    2,54%

    4,1%1

    5,9%

    7,3%

    7,42%

    8,29%

    9,11%

    10,99%

    12,66%

     

    De uitsplitsing over leeftijd toont een duidelijk resultaat: het ziekteverzuim stijgt naarmate de leeftijdscategorie stijgt, zowel bij de Vlaamse overheid als bij de private bedrijven[1]. Het globaal verhoogde ziektepercentage van 8,21% komt voort uit een stijging in zowat elke leeftijdscategorie. In elke leeftijdscategorie is er een lichte stijging met uitzondering van de leeftijdscategorie 45-49 jaar waar het ziektepercentage net daalt met 0,13%. Dit is temeer opmerkelijk daar deze categorie in 2018 met een stijging van 0,84 net 1 van de grote stijgers was in vergelijking met 2017. Deze lichte daling wordt in de cijfers echter tenietgedaan door een stijging van 0,84% in de leeftijdscategorie 60 jaar en ouder.

    [1] enkel bedienden

     

    Statuut

    Totaal

    Statutair

    Contractueel

    Ziektepercentage

    8,21%

    8,3%

    7,99%

     

    I

    In de opdeling naar statuut zien we dat statutaire personeelsleden een licht verhoogd (+ 0,31%) ziektepercentage hebben dan hun contractuele collega’s. Dit verschil ligt in lijn met het verschil van vorig jaar (0,24%) en blijft beduidend kleiner dan de voorgaande jaren (ter illustratie: in 2016 noteerden we 7,02% bij statutaire personeelsleden en 5,75% bij contractuele personeelsleden).

    Het is moeilijk om te concluderen dat het statuut een invloed heeft op het ziekteverzuim omdat er veel variabelen zijn die dit effect kunnen mediëren. Zo verwerft men vaak pas na enkele jaren dienst een statutaire benoeming en is het mogelijk dat de groep ‘statutairen’ vooral hogere leeftijdscategorieën bevat. Zoals hierboven aangegeven ligt het ziektepercentage in deze leeftijdscategorieën hoger, wat mee het verschil in ziektepercentage tussen statuten kan verklaren. Naast leeftijd kunnen ook andere demografische of functie gerelateerde variabelen een invloed hebben wat de interpretatie van deze opdeling bemoeilijkt.

    Niveau

    Totaal

    Niveau A

    Niveau B

    Niveau C

    Niveau D

    Ziektepercentage

    8,21% 5,21% 8,66% 9,43% 11,90%

    Hoe hoger de scholingsgraad, des te minder afwezig door ziekte. Dit is een trend die systematisch terug te vinden is, zowel in de cijfers van voorgaande jaren als in de literatuur. Wetenschappelijke studies leveren een sterke evidentie voor een negatief verband tussen de sociaal-economische klasse (inkomen, opleidingsniveau, ...) van werknemers en verzuim. Hoe hoger de sociaal-economische klasse, hoe minder verzuim. Een mogelijke verklaring is de positieve impact van opleidingsniveau op het maken van gezonde keuzes (meer beweging en gezondere voeding).[1] Een andere mogelijke verklaring is dat de indicatoren die welzijn bepalen (autonomie, inzetbaarheid, zingeving, ontwikkelingsmogelijkheden, plaats- en tijdsonafhankelijk werken, …) meer voorkomen in jobs bij hoger opgeleiden. Bij lager opgeleiden vinden we meer fysiek belastende beroepen terug, zoals bijvoorbeeld bosarbeiders en wegenwerkers.

    Er is meer onderzoek nodig naar de onderlinge afhankelijkheid van de demografische variabelen.

    [1] Van Oyen, H., Deboosere, P., Lorant, V. en Charafeddine, R. (2011) Sociale ongelijkheden in gezondheid in België. Academia Press.

    Evolutie ziekteafwezigheidspercentage volgens duur

    Opdeling van het ziekteafwezigheidspercentage volgens duur toont het volgende resultaat:

    Ziekteafwezigheidspercentage per periode

    jaar

    1-dags

    kort

    < 1 maand

    lang

    > 1 maand

    deeltijds

    2019 0,41%

    1,99%

    4,73%

    1,09%

    2018 0.39%

    1.93%

    4.67%

    0.98%

    2017 0,40%

    1,90%

    4,47%

    0,90%

    2016

    0,40%

    2,04%

    4,34%

    0,73%

    2015

    0,39%

    1,98%

    3,87%

    0,54%

    • In 2019 waren 0,41% van de beschikbare dagen afwezigheden van 1 dag. Het gaat om 4,9% van de verloren arbeidstijd
    • 1,99% waren korte afwezigheden (2 tot 30 kalenderdagen). 24,2% van de verloren arbeidstijd is te wijten aan personeelsleden die tussen 2 en 30 kalenderdagen ziek zijn
    • 4,73% waren langdurige afwezigheden (meer dan 30 kalenderdagen). Dit is 57,6% van de verloren arbeidstijd
    • 1,09% waren afwezigheden door deeltijdse ziekte. Dat is 13,3% van de verloren arbeidstijd

    In vergelijking met 2018 blijft de stijging in categorieën korte ziekteperiode en langdurige ziekteperiode beperkt tot respectievelijk 3,19% en 2,85%. De categorie eendagsziekten stijgt met 5,13% en de categorie deeltijdse ziekte maakt een sprong van 11,22% waarmee het de kaap van de 1% overschrijdt. Over de jaren heen is dit de sterkst gestegen categorie (van 0,36% in 2009 naar 1,09 in 2019)

    In de private sector is het langdurig ziekteverzuim nog hoger met een cijfer van 4,89%. Voor het 2de jaar op rij is de evolutie van het aantal langdurig afwezigen niet significant. Naast deze stagnatie blijft ook het ‘korte’ ziekte verzuim (< 1 maand) dit jaar op hetzelfde niveau als in 2018.

    De aan- of afwezigheid van personeelsleden wordt niet enkel door deze individuele factoren bepaald maar wordt potentieel beïnvloed door een ruime set van variabelen.[1] Het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing hanteert in haar rapport over antecedenten personeelsbeschikbaarheid 4 categorieën:

    • individuele factoren: demografische kenmerken (zoals geslacht, leeftijd, anciënniteit), persoonlijkheid, psychosociaal kapitaal, familiale verantwoordelijkheden
    • jobgerelateerde factoren: jobkenmerken (zoals autonomie, complexiteit, niveau en doorgroeimogelijkheden), rolduidelijkheid, flexibel werken
    • factoren in de directe werkomgeving: leiderschap, relatie met collega’s, grootte van het team
    • organisatiebrede factoren: afwezigheidscultuur, organisatiepolitiek, erkenning vanuit de organisatie.

    Het is belangrijk beleidsmaatregelen te nemen die inspelen op deze 4 categorieën.

    De oorzaken voor het stijgend ziekteverzuim liggen voor een stuk ook buiten de organisatie. Zo bepalen ook brede sociaal-economische trends, zoals; economische groei of recessie, de snelheid van veranderingen, de VUCA (volatiel, onzeker, complex en ambigue) wereld, de 24/7 connectiviteit, de intensivering van werk en leven, lean management, de individualisering, stijgende diversiteit, onzekerheid over de toekomst, angst voor aanslagen, …, mee het ziekteverzuim.

    [1]  Op de Beeck, S. en Hondeghem, A. (2017) Antecedenten van personeelsbeschikbaarheid, Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing, KU Leuven, pagina’s 16-26

    Zie ook deze cijfers

    2,25
    Meldingsfrequentie
    Cijfer over 2019
    12,48
    Gemiddelde ziekteduur
    Cijfer over 2019
    360
    Arbeidsongevallen
    Cijfer over 2018